NL EN
DONEER NU!

Yeşilgöz beantwoordt Kamervragen over bijschrijfplicht

13 juni 2024

Yeşilgöz beantwoordt Kamervragen over bijschrijfplicht Minister Dilan Yeşilgöz heeft mede namens staatssecretaris Maarten van Ooijen antwoord gegeven op de vragen van de leden Ingrid Michon-Derkzen en Judith Tielen over de bijschrijfplicht van dagleidinggevenden in de horeca op de bijlage bij de Alcoholwetvergunning. Beide Kamerleden vonden dat er geen uitvoering is gegeven aan het amendement Bolkestein.

Yeşilgöz geeft in haar antwoord aan dat er wel uitvoering is gegeven aan het amendement Bolkestein, nu de bijschrijfplicht van dagleidinggevenden in slijterijen per 1 april 2024 is vervallen. Dagleidinggevenden van horecabedrijven zijn aangewezen als categorie waarvoor de verplichte bijschrijving wèl geldt. Hierbij is, zoals Van Ooijen in zijn brief van 2 december 2022 heeft aangekondigd, gebruik gemaakt van de ruimte die het amendement biedt om categorieën aan te wijzen waarvoor de verplichte bijschrijving óók geldt.

De minister licht toe dat de verplichte bijschrijving van dagleidinggevenden in de horeca ervoor zorgt dat gemeenten een zedelijkheids- en een levensgedragstoets uit kunnen voeren - waarin naast het strafrechtelijk verleden, ook op andere aspecten beoordeeld wordt of een persoon van onbesproken levensgedrag is - om openbare ordeproblemen te voorkomen. Ook zorgt de bijschrijving ervoor dat - indien nodig - een Bibob-toets uitgevoerd kan worden om te voorkomen dat gemeenten criminele activiteiten faciliteren. De horeca is een kwetsbare branche voor criminele activiteiten en valt daarom binnen het toepassingsbereik van deze wet.

Als de verplichte bijschrijving op het aanhangsel bij de Alcoholwetvergunning komt te vervallen, gaan gemeenten er mogelijk voor kiezen om de bijschrijving op de exploitatievergunning te verplichten, zodat inzichtelijk blijft wie als dagleidinggevende van een onderneming fungeert.

Yeşilgöz geeft in haar antwoord uitdrukkelijk aan dat het een gemeente niet is toegestaan om de kosten van een Bibob-onderzoek door te belasten aan de persoon of de onderneming die de vergunningaanvraag doet. Een Bibob-toets wordt namelijk uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Een vergunningaanvrager betaalt enkel de leges voor de vergunning zelf.

De minister geeft verder aan niet precies te weten hoeveel bijschrijvingen er totaal jaarlijks plaatsvinden in Nederland. Dit wordt niet bijgehouden. Een bijschrijving wordt aangevraagd bij de gemeente die de vergunning heeft verleend. Ook weet de minister niet hoe vaak een vergunning op grond van de Wet Bibob wordt ingetrokken door bestuursorganen naar aanleiding van een (wijziging van een) dagleidinggevende.

Bron: tweedekamer.nl.

Laatste nieuws