NL EN
Steun het werk van STAP!





Alcohol & Hersenen

Op deze pagina vindt u informatie over alcohol en de hersenen.
De informatie is opgesplitst in twee thema's:

I. Alcohol en het Puberbrein
II. Alcoholgerelateerde Hersenschade bij Volwassenen

Wist u dat?

  • De hersenen zich door ontwikkelen tot ongeveer het 30e levensjaar?
  • De hersenen - juist omdat ze in ontwikkeling zijn - gevoeliger zijn voor stoffen van buitenaf, zoals alcohol?
  • Alcohol de ontwikkeling van bepaalde hersengebieden en de verbindingen tussen verschillende hersengebieden verstoort?
  • Het risico op negatieve veranderingen in de hersenen groter wordt wanneer je op jongere leeftijd begint met drinken en wanneer je meer drinkt per keer?
  • Met name de ontwikkelende netwerken die complexere cognitieve vaardigheden ondersteunen gevoelig zijn voor alcohol?
  • Jongeren door veranderingen in hun hersenen minder goed kunnen leren en nieuwe informatie kunnen onthouden?
  • De hersenen van een binge drinker informatie tot 20% langzamer verwerken dan de hersenen van een jongere die niet of weinig drinkt?
  • De witte stof verbindingen in drinkende adolescenten verslechterd zijn vergeleken met niet-drinkende adolescenten (verminderde ‘witte stof integriteit’)?
  • Jongeren die gedurende 4 tot 10 jaar aan binge drinken doen in de meeste studies een verstoorde ontwikkeling laten zien in werkgeheugen, verbaal geheugen en aandacht?
  • Binge drinken ertoe leidt dat het brein harder moet werken om dezelfde prestaties te leveren? Het gaat compenseren voor de verminderde functie.
  • Het patroon van cognitieve verstoring (aandacht, werkgeheugen en verbaal geheugen) dat wordt gevonden bij adolescenten die binge drinken lijkt op het meer uitgesproken patroon van neuropsychologische verstoring dat bij volwassen alcoholverslaafden wordt gezien?
  • Er aanwijzingen zijn dat de door binge drinken beschadigde hersenfuncties bij jongeren zich ten minste gedeeltelijk herstellen als er een paar weken helemaal niet wordt gedronken?
  • Alcoholgebruik vanuit gezondheidsoogpunt het beste zo lang mogelijk kan worden uitgesteld? Minimaal tot 18 jaar – bij voorkeur langer.

I. Alcohol en het Puberbrein

Welke hersengebieden worden aangetast door alcoholgebruik?

Om goed antwoord te kunnen geven op de vraag welke hersengebieden van drinkende jongeren worden aangetast kunnen we het beste eerst kijken naar hoe dit wordt onderzocht. Het ene type onderzoek kan namelijk beter antwoord geven op deze vraag dan het andere.

Voorbeelden van typen onderzoek naar Alcohol en het Puberbrein zijn:

- Experimenteel onderzoek
- Cross-sectioneel onderzoek
- Longitudinaal onderzoek

1. Experimenteel onderzoek – acute effecten
In experimenteel onderzoek kan bijvoorbeeld in een lab worden bekeken wat het directe of acute effect is van de toediening van een hoge dosis alcohol – een ‘binge’ – op een uit te voeren taak die bijvoorbeeld geheugen of aandacht meet.

Dit soort onderzoek laat duidelijke acute effecten van één binge drink sessie op de hersenen van jong volwassenen zien. Direct na een binge presteren jong volwassenen slechter op taken die controle meten, is de aandacht verstoord en hebben ze meer moeite met geheugentaken vergeleken met jongeren die een placebo drankje – een niet werkzame stof - krijgen toegediend.

Het zal veel mensen bekend voorkomen dat ze na het drinken van alcohol minder controle hebben over hun gedrag en minder ‘scherp’ zijn.

2. Cross-sectioneel onderzoek – één meetmoment
Veel (hersen)onderzoek is zogenaamd “cross-sectioneel onderzoek”. Dit houdt in dat er slechts één meetmoment is in de tijd waarop deelnemers met elkaar worden vergeleken. Dus bijvoorbeeld jongeren die in het dagelijks leven bingen worden één keer vergeleken met jongeren die dit niet doen. Dergelijk onderzoek kan alleen iets zeggen over mogelijke samenhang tussen twee variabelen (bijv. alcoholgebruik en hersenvolume). Dit type onderzoek kan geen uitspraken doen over causaliteit (dus of alcoholgebruik leidt tot kleinere hersenen of dat kleinere hersenen iemand gevoeliger maken om alcohol te gaan gebruiken).

Als jongeren die bingen in de scanner worden vergeleken met jongeren die dit niet doen, vinden veel van dit soort associatie studies een samenhang tussen binge drinken en een kleiner volume van bepaalde hersengebieden, zoals de hippocampus (geheugen), het cerebellum (beweging en evenwicht) en de prefrontale cortex (complexere cognitieve functies, zoals plannen).

We weten op basis van deze studies echter nog niet zeker of het daadwerkelijk door de alcohol is gekomen dat deze hersenvolumes kleiner zijn, of dat de jongeren die bingen misschien al een kleinere hippocampus, cerebellum of prefrontale cortex hadden waardoor ze gevoeliger waren om met alcohol te gaan experimenteren. Een ander type onderzoek kan hier meer uitspraken over doen: longitudinaal onderzoek.

3. Longitudinaal onderzoek – meer meetmomenten
Slechts een klein deel van het (hersen)onderzoek bestaat uit zogenaamd “longitudinaal onderzoek”. Dit wil zeggen dat de deelnemers op verschillende momenten in de tijd onderzocht worden. Zo kunnen ontwikkelingen binnen één persoon worden gevolgd. Bij voorkeur worden de jongeren gevolgd vanaf het moment dat ze nog niet zijn begonnen met drinken. Naar verloop van tijd kunnen de jongeren die niet zijn gaan (binge) drinken worden vergeleken met de jongeren die wél zijn gaan (binge) drinken.

We kunnen nu andere vragen beantwoorden, zoals: Waren er op de eerste meting al verschillen in de hersenen aanwezig tussen de jongeren die naar verloop van tijd wel of niet begonnen met drinken? Zijn er verschillen in de hersenen door de tijd heen die door het binge drinken zijn veroorzaakt? Hoe scoren de binge drinkende jongeren op een geheugentaak vergeleken met de niet binge drinkers? Etc. Natuurlijk wordt er in dit soort onderzoek zo goed mogelijk gecontroleerd voor andere factoren die van invloed kunnen zijn op de metingen, zoals leeftijd, geslacht en ander middelengebruik.

Longitudinaal onderzoek is veel kostbaarder omdat het langer duurt. Om deze reden zijn er maar weinig studies van deze opzet. Het is het echter het enige type onderzoek waarmee we iets kunnen zeggen over causaliteit (oorzaak/gevolg), d.w.z. of (binge) drinken leidt tot veranderingen in de hersenen of dat verschillen in de hersenen leiden tot experimenteel gedrag (zoals alcoholgebruik). Of misschien is er wel sprake van beide.

Dit zijn enkele bevindingen van longitudinaal onderzoek van het effect van alcohol op de jonge hersenen:

  • Jongeren die gedurende 4 tot 10 jaar binge drinken laten veranderingen in de hersenen zien met negatieve gevolgen v.w.b. werkgeheugen, verbaal geheugen en aandacht. Eén longitudinale studie vindt sekse specifieke effecten waarbij regelmatig binge drinken wel de geheugenfunctie van meisjes maar niet die van jongens lijkt te verstoren. Een andere longitudinale studie (de studie van Sarai Boelema) laat alleen een afwijkende rijping van de aandacht zien bij alcoholafhankelijke meisjes. Verder zag zij geen verschil in impulscontrole, werkgeheugen en aandacht bij alle andere groepen jongeren. Er zijn echter aanwijzingen dat de door Boelema gebruikte testen niet erg gevoelig waren.
  • De witte stof verbindingen (zenuwuitlopers) in drinkende adolescenten zijn verslechterd vergeleken met niet-drinkende adolescenten (verminderde ‘witte stof integriteit’).
    NB: De verbindingen zijn wit van kleur omdat de zenuwuitlopers omhuld worden door een laagje myeline. Myeline zorgt voor een versnelde overdracht van boodschappen van zenuwcel naar zenuwcel. De witte stof verbindt verschillende (veraf gelegen) hersengebieden met elkaar waardoor geïntegreerde informatieverwerking mogelijk wordt. Zo verbindt de hersenbalk of ‘corpus callosum’ de rechter- en linkerhersenhelft met elkaar. De witte stof ontwikkelt zich tot na je 30e levensjaar en neemt af bij onder meer veroudering en ziektes zoals Alzheimer.
  • De hersenen van een jonge binge drinker verwerken informatie tot 20% langzamer dan de hersenen van een jongere die niet of weinig drinkt. Volgens hersenwetenschapper Susan Tapert kan dit impliceren dat (langdurig) binge drinken kan bijdragen aan verslechterde schoolprestaties – dit laatste moet echter nog worden onderzocht.
  • Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat longitudinaal onderzoek het effect van binge drinken op een kleinere hippocampus (zoals gevonden in cross-sectioneel/associatie onderzoek) bevestigt, althans in jongens (persoonlijke communicatie Susan Tapert – deze data zijn nog niet gepubliceerd).
  • Er zijn ook aanwijzingen dat jongeren met een kleinere prefrontale cortex eerder geneigd zijn om alcohol te gaan drinken en te gaan binge drinken, juist doordat ze minder complexere functies kunnen uitoefenen door hun kleinere hersenschors.
    NB: Het voorste deel van de hersenschors – de prefrontale cortex – ontwikkelt zich laat in de adolescentie. Met name de ontwikkelende netwerken die complexere cognitieve vaardigheden ondersteunen blijken gevoelig te zijn voor alcohol. De prefrontale cortex speelt een belangrijke rol bij hogere functies zoals het tijdelijk vasthouden van informatie, plannen, beslissingen nemen, problemen oplossen, je impulsen beheersen en sociaal gedrag. Als je hier moeite mee hebt doordat je prefrontale cortex kleiner is, blijk je kwetsbaarder voor experimenteel gedrag, heb je minder controle over je keuzes en ben je impulsiever. Anderzijds kan binge drinken vervolgens tot verdere volumereducties in het brein leiden waardoor complexere vaardigheden verder achteruit gaan: minder controle --> meer drinken --> minder controle etc. Dit patroon kan wellicht op langere termijn uitmonden in ernstigere vormen van alcoholproblematiek.

Is herstel van hersenschade door alcohol mogelijk?

Er zijn aanwijzingen – uit twee longitudinale studies – dat de door binge drinken beschadigde hersenfuncties zich bij jongeren weer (deels) herstellen als er een paar weken helemaal niet wordt gedronken. De neurocognitieve verstoringen door binge drinken lijken hiermee ten minste gedeeltelijk omkeerbaar.

Vanuit gezondheidsoogpunt is het het veiligste om alcoholgebruik zo lang mogelijk uit te stellen. Minimaal tot 18 jaar – bij voorkeur langer. Alcohol levert niet alleen risico’s op voor het zich ontwikkelende brein maar verhoogt ook de kans op andere alcoholgerelateerde gevolgen, zoals onveilige seks, (verkeers)ongelukken, depressie, verslaving en kanker.

Meer informatie

Animaties:

- Bekijk hier een 5 minuten durend YouTube filmpje over Alcohol en het Puberbrein.
- Bekijk hier een 15 minuten durende animatiefilm van Bio-Bits over Alcohol en het Zenuwstelsel. Hierin is tevens een alcoholintoxicatie nagespeeld. De verkorte 3 min versie is hier te vinden.
- Bekijk hier een animatie van Jellinek over Alcohol in de Hersenen. Je ziet en leest hoe alcohol diverse neurotransmitter systemen in het brein beïnvloedt.

Overige materialen:

Factsheet Alcohol en het Puberbrein - voor ouders (383 kB)

Factsheet Alcohol en het Puberbrein - voor professionals (556 kB)

Review: De Invloed van Binge Drinken op de Hersenen van Jongeren (Witteman, 2014) (428 kB)

Presentatie van hersenonderzoekster Susan Tapert over Alcohol en het Puberbrein (8,08 MB)

Presentatie van kinderarts Rolf Pelleboer: Alcohol & Jongeren - Een bezopen combinatie (2,55 MB)


II. Alcoholgerelateerde Hersenschade bij Volwassenen

Er is veel aandacht voor het effect van schadelijk alcoholgebruik op het puberbrein. Veel minder aandacht gaat uit naar de groep volwassenen die gedurende langere tijd zwaar drinkt en daardoor hersenschade oploopt. In 2014 zijn er over dit thema in de UK twee rapporten verschenen waar hier onder naar wordt verwezen. De Nederlandstalige factsheet die STAP heeft ontwikkeld is grotendeels gebaseerd op deze rapporten en is tevens hieronder te downloaden.

In het kort volgen hier enkele kenmerken van alcoholgerelateerde hersenschade, ook wel Alcohol-Related Brain Damage of ARBD genoemd:

  • Er bestaat risico op hersenschade door alcohol - oftewel ARBD – bij langdurig zwaar alcoholgebruik. Hiervoor wordt de definitie gehanteerd van minimaal 28 glazen alcohol per week voor vrouwen en minimaal 40 glazen per week voor mannen gedurende ten minste 5 jaar.
  • Kenmerkend voor ARBD is het zogenaamde ‘frontaal disexecutieve syndroom’ waar prefrontale en temporale hersengebieden bij betrokken zijn. Deze spelen een belangrijke rol spelen bij plannen, redeneren, geheugen, het kunnen onderdrukken van impulsen en het reguleren van emoties. Hersenschade in dit gebied heeft gevolgen voor het sociaal bewustzijn en kan leiden tot een toename in risicogedrag.
  • Chronisch zwaar gebruik leidt ook tot schade aan de witte stof. Dat blijkt uit hersenscans bij ex-alcoholisten die gemiddeld zo'n 25 jaar gedronken hadden.
  • ARBD wordt vaak ondergediagnosticeerd.
  • ARBD wordt gekenmerkt door subtielere en minder specifieke schade vergeleken met het klassieke Wernicke-Korsakov syndroom. Er is vaak weinig sprake van anterograde amnesie (het vermogen tot het inprenten van nieuwe informatie in het geheugen).
  • Vitaminetekort – vooral van thiamine oftewel Vitamine B1 – speelt een belangrijke rol bij hersenschade door alcohol.
  • ARBD is géén progressieve conditie per se – het wordt niet onontkoombaar slechter en kan succesvol worden behandeld mits op tijd gediagnosticeerd.
  • Prof. Kenneth Wilson “patiënten met ARBD kunnen een verschillende mate van herstel laten zien indien ze stoppen met drinken, lichamelijk goed zijn en voldoende voedingsstoffen binnen blijven krijgen”.

Onderzoek naar hersenschade bij stevige, matige en lichte drinkers

Begin 2017 zijn in de British Medical Journal de resultaten gepubliceerd van een onderzoek van Topiwala en collega's naar de wekelijkse alcoholinname van ruim 500 Britten die dertig jaar werden geobserveerd. Daarnaast werd in die dertig jaar ook gecontroleerd hoe hun brein functioneerde en kreeg de onderzoeksgroep MRI-scans.

Zoals verwacht had de groep die gemiddeld het meeste alcohol dronk (gemiddeld meer dan 24 Nederlandse standaardglazen alcohol per week), de grootste kans op hippocampale atrofie. Deze vorm van hersenbeschadiging wordt onder meer geassocieerd met geheugenziekten als Alzheimer en dementie. Grote drinkers zagen hun taalkennis sneller afnemen en hadden een slechtere integriteit van de witte stof in de hersenen, wat de snelheid van informatieverwerking vertraagt.

Maar ook het brein van de matige drinkers bleek aangetast. Deze groep dronk zo'n 11 tot 17 Nederlandse standaardglazen per week, dus een flink glas per dag, plus wat extra glazen in het weekend. De mensen die deze hoeveelheden dronken hadden volgens het onderzoek drie keer zoveel kans om hippocampale atrofie te ontwikkelen, in vergelijking met mensen die geen alcohol dronken.

Bij de groep met lichte drinkers – die maximaal één klein glas per dag drinkt – werd geen verschil aangetroffen.

Meer informatie

Factsheet Alcoholgerelateerde Hersenschade bij Volwassenen (332 kB)

- Engelstalig Rapport van Alcohol Concern (Wales) over alcoholgerelateerde hersenschade bij volwassenen: “All in the Mind. Meeting the Challenge of Alcohol-Related Brain Damage” uit maart 2014.

- Engelstalig College Rapport (CR185) van het Royal College of Psychiatrists, Royal College of Physicians, Royal College of General Practitioners en de Association of British Neurologists (UK): “Alcohol and Brain Damage in Adults. With Reference to High Risk Groups” uit mei 2014.

- Brits onderzoek onder 500 drinkers gedurende 30 jaar:
Anya Topiwala, Charlotte L Allan, Vyara Valkanova, a.o., "Moderate alcohol consumption as risk factor for adverse brain outcomes and cognitive decline: longitudinal cohort study". BMJ 2017; 357 doi:https://doi.org/10.1136/bmj.j2353.
Hier te downladen.

College Report 2014_Box 7

Bron: College Rapport (CR185) van het Royal College of Psychiatrists, Royal College of Physicians, Royal College of General Practitioners en de Association of British Neurologists (UK), 2014, p. 47.

Recent nieuws

Ook matige drinkers hebben kans op hersenschade (7 juni 2017)
Onderzoek naar hersenschade door matig alcoholgebruik bij pubers (11 mei 2017)
Vanaf kleine 4 glazen per dag groter risico op Alzheimer (10 februari 2017)
Hoogleraar: "Puberbrein werkt nou eenmaal anders" (26 januari 2017)

Deskundigen over alcohol en productiviteit (14 december 2016)
Verband tussen zwaar drinken in tienerjaren en abnormale hersenontwikkeling (5 december 2016)
Alcoholhoudende drankjes met veel cafeïne hebben effect op brein (26 oktober 2016)
Snelle dronkenschap wordt bij muizen bepaalt door receptor in cerebellum (31 augustus 2016)
Broodje Gezond over wijn (28 juni 2016)
Nieuw informatiekaartje puberhersenen en alcohol (18 mei 2016)
Puberbrein hypergevoelig voor beloning (4 maart 2016)
Soms lijkt het Alzheimer, maar is het alcoholgerelateerde dementie (29 december 2015)
Proefschrift: Verwaarloosde alcoholisten krijgen vaak geen vitamine B1-injectie (16 december 2015)
Computeroefening hertraint hersenen bij verslaving (2 december 2015)
Promotie-onderzoek naar vroegsignalering Wernicke-Korsakov (18 november 2015)
Proefschrift over het voorspellen van verslavingsgedrag bij jongeren (9 juni 2015)
Hersenscans laten bij chronische drinkers schade zien aan witte stof (26 februari 2015)
Waarom het vaak niet bij één drankje blijft (14 februari 2015)
Rutger Engels over alcohol en puberhersenen (12 december 2014)
Sarai Boelema: mijn studie vertelt niets nieuws (11 december 2014)
Lid leescommissie proefschrift Boelema: Wel bewijs voor effecten alcohol op puberhersenen (6 december 2014)
STAP: "Gevolgen alcohol bij puber op lange termijn onduidelijk" (3 december 2014)
Nico van der Lely: "Wel degelijk schade aan hersenen door drank" (3 december 2014)
Trimbos vraagt om aanvullend onderzoek naar hersenschade bij alcoholgebruikende jongeren (3 december 2014)
Hersenstichting: uit huidige literatuur valt op te maken dat chronisch binge-drinken schadelijk is voor puberhersenen (3 december 2014)
Van Dalen: één onderzoek met andere uitkomst zegt nog niets (3 december 2014)
Deskundigen oneens over alcoholgerelateerde cognitieve schade (3 december 2014)
Harvard-studie laat zien dat drinken de frontale hersenkwab schaadt (21 november 2014)
Literatuurstudie verschenen naar effect binge drinken op hersenen (4 april 2014)
Persbericht: Binge drinken verstoort vermogen tot concentreren en geheugen (18 maart 2014)
Bij dieren leidt alcoholgebruik tijdens puberteit tot ernstige geheugenstoornissen in volwassenheid (28 oktober 2013)
Comazuipen treft jonge vrouwen het hardst (23 september 2013)
Dierstudie: visolie heeft gunstig effect op door alcohol beschadigde hersencellen (11 september 2013)
Zwaar drinken op jeugdige leeftijd risicofactor voor vroege dementie (13 augustus 2013)
Combinatie roken en zwaar drinken versnelt cognitieve achteruitgang (11 juli 2013)
Helpt sporten tegen alcoholgerelateerde hersenschade? (18 april 2013)
Hoe alcohol je hersenen snoeit (9 april 2013)
Positief effect rode wijn op dementie twijfelachtig (7 februari 2013)


Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP
Postbus 9769
3506 GT Utrecht
T: +31 (0)30-6565041
F: +31 (0)30-6565043
E: info@stap.nl