NL EN
Steun het werk van STAP!

Onderzoek Profacto over toezicht door gemeenten naar Tweede Kamer

18 mei 2017

Onderzoek Profacto over toezicht door gemeenten naar Tweede Kamer Afgelopen week heeft Minister Ronald Plasterk het Profacto rapport “Toezicht en handhaving door gemeenten” aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport beschrijft de huidige stand van zaken en bevat ook een aantal aanbevelingen voor gemeenten, alsmede voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Eén van de toezichtsfuncties die uitvoerig aan de orde komt is die op de naleving van de Drank- en Horecawet. Omdat de gemeenten verplicht zijn om een preventie- en handhavingsplan alcohol vast te stellen zijn op dit terrein de doelstellingen van het gemeentelijk beleid en de uitvoering van het handhavingsbeleid vastgelegd. De meeste van de bestudeerde gemeenten en hun samenwerkingspartners beschikken over integraal beleid. Uit de interviews kwam naar voren dat kleine gemeenten vaak gebruik maken van een gedeelde Drank- en Horecawetinspecteur. De redenen om samenwerking aan te gaan met andere gemeenten is onvoldoende capaciteit of een te kleine schaalgrootte om de toezichtstaak efficiënt uit te voeren.

Wat betreft de decentralisatie van regelgeving, zoals de Drank- en Horecawet en de decentralisaties in het sociaal domein, verwachten de meeste geïnterviewden dat de landelijke overheid daarvoor ook voldoende middelen en dus menskracht beschikbaar stelt richting gemeenten. Veelvuldig werd geconstateerd door de geïnterviewden dat dit niet het geval bleek te zijn in de afgelopen jaren. De aanname van vrijwel alle geïnterviewden dat voor het gedecentraliseerde toezicht op de uitvoering van de Drank- en Horecawet geen financiële middelen door het Rijk beschikbaar zijn gesteld, is echter – zo licht het rapport toe - onjuist.

Ten aanzien van gemeenten hebben de onderzoekers kort samengevat de volgende aanbevelingen geformuleerd:
1. Zorg voor SMART geformuleerde doelstellingen voor toezicht en handhaving;
2. Richt outcome-gerichte systemen van monitoring en evaluatie in;
3. Intensiveer toezicht en handhaving op het sociaal domein;
4. Versterk het integrale karakter van toezicht en handhaving.

Ten aanzien van de rol van de rijksoverheid, in het bijzonder de rol van het ministerie van BZK, hebben de onderzoekers de volgende aanbevelingen geformuleerd:
1. Zorg voor een goede ondersteuningsagenda voor gemeenten. BZK kan bijvoorbeeld helpen door best practices te belichten en ondersteuningsmateriaal aan te bieden. Daarnaast kan de ontwikkelpotentie van gemeenten op het gebied van toezicht en handhaving worden vergroot door de gemeentelijke gereedschapskist verder aan te vullen met effectieve instrumenten voor toezicht en handhaving.
2. Het ministerie kan de gemeenten bijstaan door goede voorlichting en communicatie en door het kader van toezicht en handhaving voor de gemeenten blijvend helder neer te zetten.
3. Als hoeder van het binnenlands bestuur is de minister van BZK gehouden de kern van de decentralisatiegedachte te bewaken. Mede om die reden is het ministerie van BZK betrokken bij de totstandkoming van sectorwetgeving met gevolgen voor gemeenten, inclusief de wijze waarop toezicht en handhaving in die wetten zijn of worden geregeld.

Bron: rijksoverheid.nl.

toezicht-en-handhaving-door-gemeenten.pdftoezicht-en-handhaving-door-gemeenten.pdf (1,13 MB)

Laatste nieuws

Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP
Postbus 9769
3506 GT Utrecht
T: +31 (0)30-6565041
F: +31 (0)30-6565043
E: info@stap.nl