NL EN
DONEER NU!






-

Nationaal beleid

Op deze themapagina kunt u meer vinden over het nationale alcoholbeleid.

Doelen, doelgroepen en beleidsinstrumenten

De overheid zet zich in voor het tegengaan van schadelijk alcoholgebruik in onze samenleving. Het doel hiervan is dat:
- jongeren niet voor hun 18e jaar beginnen met drinken;
- mensen ouder dan 18 jaar verantwoord drinken;
- minder mensen geestelijk of lichamelijk afhankelijk worden van alcohol;
- de gevolgen van alcoholmisbruik worden teruggedrongen (zoals overlast op straat of agressie in de gezinssituatie of verkeersongelukken).

Zes soorten beleidsinstrumenten worden ingezet:
1. Drank- en Horecawet
2. Regulering van de alcoholreclame en -marketing
3. Straffen voor rijden onder invloed
4. Accijns- en BTW-heffing
5. Educatie en bewustwording
6. Behandeling

Een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse alcoholbeleid is, dat slechts een evenwichtig en samenhangend pakket van maatregelen als doeltreffend wordt gezien.

Nationale beleidsdocumenten

In 1986 verscheen het eerste samenhangende beleidsdocument, getiteld Alcohol en Samenleving. In 2002 verscheen de tweede grote alcoholnota, simpelweg getiteld Alcoholnota.
Een ander belangrijk alcoholbeleidsdocument was de zogenaamde Hoofdlijnenbrief van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Jeugd en Gezin. Het document verscheen in november 2007 en werd in de Tweede Kamer besproken in december 2007.
In december 2016 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief met de Evaluatie van de Drank- en Horecawet naar de Tweede Kamer gezonden. In deze brief wordt niet alleen ingegaan op de Drank- en Horecawet, maar ook op andere alcoholbeleidsinstrumenten (zoals accijns) en kan daarom ook wel worden gezien als een alcoholbeleidsdocument. De bespreking van het document in de Tweede Kamer was in februari 2017.

Op 23 november 2019 is het Nationaal Preventieakkoord gelanceerd. Hierin staan de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met het bedrijfsleven, de zorg en de preventieorganisaties over het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. De 70 ondertekenaars willen onder meer bereiken dat er in 2040 een rookvrije generatie is ontstaan, dat jongeren en zwangeren geen alcohol drinken, dat iedereen veel bewuster is van de risico’s van alcohol en dat het aantal probleemdrinkers daalt, evenals het aantal mensen met overgewicht.

Alcoholmanifest en AAN

Eind 2016 hebben 11 gezondheidsorganisaties met het oog op de evaluatie van de Drank- en Horecawet een Alcoholmanifest opgesteld. Het document bevat een aantal adviezen aan de landelijke overheid en de gemeenten om te komen tot een effectiever alcoholbeleid. De kern van deze adviezen is: geef prioriteit aan de 3 Best Buys, dat zijn beleidsmaatregelen die - internationaal erkend - betaalbaar, uitvoerbaar en kosteneffectief zijn, te weten: een verhoging van de prijs van alcohol, een beperking van het aantal verkooppunten en een verbod op alcoholreclame. Ter ondersteuning en uitwerking van deze drie maatregelen worden in het Alcoholmanifest nog 7 aanvullende adviezen gegeven.

De organisaties die het Alcoholmanifest ondertekenden waren: de FAS Stichting Nederland, GGD GHOR Nederland (de koepel van alle GGD’en), Iriszorg, Jellinek Amsterdam, Lectoraat Verslaving Hogeschool Windesheim, Mondriaan Centrum voor Geestelijke Gezondheid, Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP, Nederlandse Vereniging van Drank- en Horecawet Inspecteurs, Novadic-Kentron, Verslavingspreventie Nederland en Victas Centrum voor Verslavingszorg. Inmiddels ondersteunen nog 3 andere organisaties, waaronder de Samenwerkende GezondheidsFondsen het Alcoholmanifest.

Enkele van deze organisaties gaan nu samenwerken als AAN: Alliantie Alcoholbeleid Nederland om ook in de toekomst op gezette tijden een gezamenlijk geluid te kunnen laten horen over de 3 Best Buys. Bij dit initiatief hebben diverse maatschappelijke organisaties zich aangesloten.

Alcohol en Samenleving (14,4 MB)

Alcoholnota (195 kB)

Hoofdlijnenbrief alcoholbeleid (69,2 kB)

Evaluatie Drank- en Horecawet (376 kB)

Alcoholmanifest PDF (0,96 MB)

Nationaal Preventieakkoord (528 kB)

-

I. Drank- en Horecawet

Algemene uitgangspunten Drank- en Horecawet

De Drank- en Horecawet (aanvaard in 1964, in werking getreden in 1967) is een formele wet die de verkoop van alcoholhoudende dranken reguleert. De wet valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Volgens de Drank- en Horecawet mogen zwak-alcoholhoudende dranken (gedistilleerde drank met minder dan 15% alcohol, wijn en bier) alleen verkocht worden in levensmiddelenwinkels en slijterijen. De verkoop van sterke drank (gedistilleerde drank met een alcoholgehalte van 15% of meer) is voorbehouden aan slijterijen.
Verkoop van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse is alleen toegestaan in horecabedrijven. Winkeliers en dienstverleners (kappers, wassalons, schoonheidsspecialisten etc.) mogen dus geen alcohol schenken. De burgemeester kan voor bijzondere evenementen (Koningsdag, kermis, carnaval) een ontheffing voor max. 12 dagen verlenen. Met zo'n ontheffing mag ook buiten een horecabedrijf zwak-alcoholhoudende drank geschonken worden.

De gemeenten verlenen de vergunningen aan slijterijen en horecabedrijven. De vergunningvoorwaarden zijn vrij streng.
Ten eerste worden eisen gesteld aan de ondernemer en andere leidinggevenden, zoals bedrijfsleiders en beheerders. Zij mogen de laatste vijf jaar geen ernstige misdaden hebben begaan of meermalen veroordeeld zijn voor minder ernstige misdrijven, bijvoorbeeld rijden onder invloed. Bovendien moeten zij in het bezit zijn van een Diploma Sociale Hygiëne (vroeger Verklaring Sociale Hygiëne genoemd). Meestal is daartoe de cursus Sociale Hygiëne gevolgd. Daarin wordt aandacht besteed aan verantwoord verstrekken. De ondernemer en de andere leidinggevenden moeten ten minste 21 jaar oud zijn.
Ten tweede worden eisen gesteld aan de horecagelegenheid en de slijterij (het pand). Een horecagelegenheid of slijterij kan alleen gevestigd worden in een gebouw of onderdeel zijn van een ander gebouw. De minimumoppervlakte van een slijtlokaliteit is 15 m2; één horecalokaliteit is 35 m2 of meer. Ook zijn er zware eisen m.b.t. ventilatie, plafondhoogtes en sanitair. De meeste eisen zijn geregeld in het Besluit Eisen Inrichtingen Drank- en Horecawet. Vroeger waren die eisen ook opgenomen in het Bouwbesluit. Die zijn echter daar geschrapt, maar wordt er v.w.b. vergunningplichtige horecagelegenheden en slijterijen in een speciaal artikel verwezen naar die zwaardere eisen die opgenomen zijn in het Besluit Eisen Inrichtingen Drank- en Horecawet.

De Drank- en Horecawet kent diverse regels om vermenging van functies tegen te gaan. Dit ter bescherming van (jonge) consumenten en probleemdrinkers. Het is niet toegestaan om een horecalokaliteit tevens te gebruiken als slijtlokaliteit of er detailhandelsactiviteiten te verrichten. Dat mag wel in andere delen van het horecapand, als die ruimte maar bereikbaar is zonder langs plekken te hoeven waar drank wordt gedronken, geschonken of opgeslagen.
In slijtlokaliteiten mag alleen drank en aan drank gelieerde artikelen verkocht worden. Slijterijen mogen niet in directe verbinding staan met een gewone levensmiddelenwinkel. Daar moet een sluisje tussen.
Alcoholhoudende dranken mogen ook niet vanuit kiosken en d.m.v. automaten worden verkocht.

Al vanaf de inwerkingtreding van de Drank- en Horecawet in 1967 kent de Drank- en Horecawet leeftijdsgrenzen voor de verkoop van alcoholhoudende dranken. Oorspronkelijk was de grens 16 jaar voor de verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken en 18 jaar voor de verkoop van sterke drank.
Sinds 1 januari 2014 is er één leeftijdsgrens van 18 jaar zowel voor de verkoop van zwak-alcoholhoudende dranken als de verkoop van sterke drank. Deze grens geldt zowel voor detailhandelsverkoop als voor het schenken van drank in de horeca. De verkoper heeft de wettelijke plicht de leeftijd van de aspirant-koper vooraf vast te stellen (controle identiteitsbewijs).

Wijziging Drank- en Horecawet 2013

Met ingang van 1 januari 2013 is de Drank- en Horecawet aanzienlijk gewijzigd. De totstandkoming van deze wijzigingswet nam 12 jaar in beslag.
Het belangrijkste element van de wetswijziging betrof de uitbreiding van de bevoegdheden van gemeenten. Zo hebben gemeenten sinds 2013 de mogelijkheid
• extreme prijsacties, zoals happy hours in de horeca en stuntprijzen in supermarkten en slijterijen te verbieden;
• te bepalen dat jongeren onder een bepaalde leeftijd ná een bepaald tijdstip niet meer mogen worden toegelaten in de horeca;
• zelf toezicht te houden op de naleving van de regels van de Drank- en Horecawet (tot 2013 was het toezicht in handen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit);
• supermarkten die vaker de regels m.b.t. de leeftijdsgrenzen overtreden te verbieden alcohol te verkopen voor een periode van 1 tot 12 weken.

Andere belangrijke wijzigingen die op 1 januari 2013 van kracht werden:
- De burgemeester kan bij overtreding van de Drank- en Horecawet een horeca- en slijterijvergunning schorsen
- Het vergunningstelsel van de Drank- en Horecawet is vereenvoudigd; de leidinggevenden worden niet meer op de vergunning vermeld, maar op een aanhangsel bij de vergunning
- Een nieuwe leidinggevende van een vergunningplichtige inrichting hoeft nog slechts te worden gemeld
- De burgemeester kan een vergunning intrekken als de ondernemer in twee jaar driemaal een criminele leidinggevende aanmeldt
- De termijn waarop een gemeente over een vergunningaanvraag moet hebben beslist is verkort (nu conform Algemene wet bestuursrecht)
- Aan degene die met art. 35 ontheffing alcoholhoudende drank verstrekt hoeven bepaalde eisen niet meer gesteld te worden (bijv. Diploma Sociale Hygiëne)
- De burgemeester kan één art. 35 ontheffing verlenen voor jaarlijks terugkerende identieke evenementen
- De barkeeper / slijter mag zelf tijdens het werk niet dronken zijn
- Slijters mogen klanten die daarom vragen, gratis drank laten proeven (daarvoor is geen eigen proeflokaal meer nodig)
- Leidinggevenden die niet betrokken zijn bij de bedrijfsexploitatie hoeven geen Diploma Sociale Hygiëne te hebben (regeling voor schrijnende gevallen)

Sinds 2013 kent de Drank- en Horecawet ook een landelijk verbod voor jongeren om alcohol aanwezig of voor consumptie gereed te hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van vervoermiddelen, levensmiddelenwinkels en slijterijen. Het gaat dan om plaatsen van bestemming tot algemene toegankelijkheid, zoals de openbare weg, plantsoenen, parken, portieken, trappen, overdekte winkelcentra, festival- en evenemententerreinen, sportvelden, stations, stadions, campings (m.u.v. de tenten van de gasten), horecagelegenheden etc. Het aanwezig of voor consumptie gereed hebben van drank thuis/in de privésfeer of op niet voor publiek toegankelijke plaatsen, vervoermiddelen, levensmiddelenwinkels en slijterijen is jongeren wèl toegestaan.
In 2013 gold dit verbod voor jongeren van 12 tot 16 jaar, met ingang van 2014 voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Gemeentelijke toezichthouders Drank- en Horecawet, boa's domeinen I en II en politie-agenten handhaven het.

Wijziging Drank- en Horecawet 2014

Met ingang van 1 januari 2014 is de Drank- en Horecawet opnieuw gewijzigd.

De belangrijkste wijziging was dat 18 jaar de leeftijd werd:

1. Waarop jongeren alcoholhoudende drank verstrekt mogen krijgen, zowel in de horeca als in de detailhandel als tijdens evenementen, zowel in het geval van directe, als in het geval van indirecte verstrekking. Er is sprake van indirecte verstrekking aan een jongere als een verstrekker aan een volwassene drank verstrekt terwijl het overduidelijk is dat die drank onmiddellijk ter plekke doorgegeven gaat worden aan iemand die nog geen 18 jaar is.

2. Waarop een jongere (zonder toezicht) als bezoeker aanwezig mag zijn in een slijtlokaliteit.

3. Waaronder een jongere strafbaar is als hij op voor het publiek toegankelijke plaatsen (met uitzondering van vervoermiddelen, levensmiddelenwinkels en slijterijen) alcohol aanwezig heeft. Op dit laatste verbod is nóg een uitzondering: jongeren van 16 en 17 jaar die in een horecazaak of een (sport)kantine werken mogen wel alcohol serveren en schenken (zichzelf een drankje inschenken mag echter weer niet).
De boete voor overtreding van dit voor 18-minners geldende verbod om alcohol aanwezig te hebben is momenteel €47,50 voor jongeren onder de 16 jaar en €95 voor jongeren van 16 en 17 jaar. De boete wordt niet geregistreerd in de justitiële documentatie. Daarom heeft overtreding van dit verbod later geen gevolgen voor het krijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag.

Jongeren die deze bepaling van de Drank- en Horecawet overtreden kunnen - indien de Officier van Justitie dat goed vindt - naar Halt worden verwezen, waar ze dan deelnemen aan de Halt-straf Alcohol. Verwijzing naar Halt na overtreding van de Drank- en Horecawet is toegestaan op grond van de brief van het College van Procureur-Generaals van 14 januari 2014. De verwijzing naar Halt geschiedt door de politie of door een boa. Dat laatste kan alleen als de betreffende boa daartoe - op verzoek van een gemeente - is aangewezen door de Officier van Justitie. Voordat boa’s naar Halt kunnen verwijzen, moet een recidivecheck in het registratiesysteem van de politie worden uitgevoerd. Boa’s hebben geen toegang tot dit systeem. Dit betekent dat de gemeente (als opdrachtgever van de boa) afspraken met de politie moet maken over het uitvoeren van de recidivecheck en het registeren van Haltverwijzingen en de afloop van de Halt-afdoening.

De Halt-straf Alcohol (een zogenaamde alternatieve straf) is recent aangepast omdat uit eerder onderzoek was gebleken dat de Halt-straf "oude stijl" niet effectief was.

In de wet was géén overgangsregeling opgenomen voor jongeren geboren in 1996 en 1997, die bij inwerkingtreding van de nieuwe regels dus 16 of 17 jaar waren. Inmiddels zijn overigens alle jongeren die eerst wel en later geen alcohol meer konden kopen, 18 jaar geworden en is er dus geen overgangsgroep meer.

De wijziging 2014 van de Drank- en Horecawet houdt ook in dat alle gemeenten periodiek een preventie- en handhavingsplan moeten opstellen. Het eerste plan moest vóór juli 2014 door de gemeenteraad zijn vastgesteld.

Deze nieuwe wijziging van de Drank- en Horecawet is het gevolg van een initiatief van enkele Kamerleden (Joël Voordewind, Kees van der Staaij, Lea Bouwmeester en Sabine Uitslag). Zij hebben in juli 2012 een initiatiefwetsvoorstel daartoe aanhangig gemaakt. De Tweede Kamer heeft 5 maart 2013 met deze nieuwe wijziging ingestemd, de Eerste Kamer op 18 juni 2013. Inmiddels was overigens Sabine Uitslag opgevolgd door Hanke Bruins Slot en Lea Bouwmeester door Myrthe Hilkens.
Het kabinet Rutte-Asscher had in zijn Regeerakkoord aangegeven óók te kiezen voor een verhoging van de minimumleeftijd voor de verstrekking van alcohol naar 18 jaar. Het kabinet heeft zich daarom bij het initiatiefwetsvoorstel Voordewind c.s. aangesloten.

De meeste gemeenten hebben sinds 1 januari 2014 ook nieuwe lokale regels rond alcoholgebruik. Deze zijn meestal vastgelegd in een lokale Drank- en Horecaverordening of in een apart hoofdstuk van de Algemene Plaatselijke Verordening. Dit omdat de wijziging van de Drank- en Horecawet 2013 bepaalde dat elke gemeente vóór 1 januari 2014 een verordening paracommercie moest vaststellen met de schenktijden en regels rond alcoholverstrekking in kantines (zogenaamde paracommerciële horeca). Gemeenten hebben deze wettelijke verplichting een paracommercie-verordening vast te stellen aangegrepen om ook andere lokale alcoholregels vast te stellen. De mogelijkheden daartoe zijn immers sinds 1 januari 2013 aanzienlijk uitgebreid. Om gemeenten daarbij te ondersteunen hebben zowel het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een modelverordening Drank- en Horecawet gepubliceerd. De modelverordening van STAP is hier te vinden.

Staatssecretaris van VWS Martin van Rijn had al tijdens de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Voordewind c.s. aangegeven en later ook aan alle gemeenten gemeld dat de nieuwe alcoholleeftijd 1 januari 2014 van kracht zou worden. Dit vooral omdat vanaf dat tijdstip ook de nieuwe tabaksleeftijd van 18 jaar van toepassing was. Uiteindelijk is ook 1 januari 2014 de dag geworden dat beide leeftijdsgrenzen zijn ingegaan.

Daartoe startte VWS op 18 november 2013 een meerjarige (massamediale) campagne met als doel het versterken van de sociale norm dat het normaal is dat je voor je 18de niet drinkt of rookt. Deze campagne, die oorspronkelijk maar vijf jaar zou duren, is eind 2018 verlengd. Het gaat om een campagne met diverse partijen. De slogan van de campagne is nix18.nl.
Begin december 2013 startte VWS daarnaast een campagne om jongeren en hun omgeving (ouders, verkopers, barmedewerkers in sportkantines, etc.) te informeren over de nieuwe alcohol verkoopgrens van 18 jaar en het feit dat jongeren onder de 18 jaar zelf strafbaar zijn als ze op voor het publiek toegankelijke plaatsen (op enkele specifiek in de wet genoemde uitzonderingen na) alcohol aanwezig hebben. Deze communicatie had geen massamediale component, maar bestond uit folders die in supermarkten werden uitgedeeld evenals berichtgeving in huis-aan-huis bladen.

Stickers 18+

De sticker met de boodschap ‘wij verkopen geen alcohol < 18’ is te bestellen bij Koninklijke Horeca Nederland als u daar lid van bent. Adres: https://www.khn.nl/website/formulieren/bestelformulier-18-leeftijdgrensmaterialen

Horeca Stichting Nederland verspreidt dubbelzijdige leeftijdsstickers. Die zijn door horecabedrijven per maximaal 5 te bestellen op: https://hsn-horeca.nl/klantenservice/leeftijdsticker
Wilt u méér stickers bestellen, neem dan contact op met de afdeling Klantenservice: 076-5233666.

Bij het Trimbos-instituut kunt u stickers met het logo NIX18 bestellen voor €1 per stuk (minimale afname 5 stuks) (exclusief verzendkosten). Prijs per bundel van 50 stuks € 10,- (exclusief verzendkosten).
https://www.trimbos.nl/producten-en-diensten/webwinkel/product/acm046-deursticker-nix18

Evaluatie Drank- en Horecawet 2016

In 2016 heeft staatssecretaris Martin van Rijn de wijzigingen van de Drank- en Horecawet 2013 en 2014 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat zowel jongeren als volwassenen minder vaak zijn gaan drinken, maar als ze drinken, ze veel drinken. Om dit een halt toe te roepen zou volgens Van Rijn kritisch gekeken moeten worden naar de regels rond verstrekking van alcohol, zoals bijvoorbeeld de opleidingseisen van verstrekkers. Uit de evaluatie bleek verder dat het wenselijk is de huidige eisen die aan de horecagelegenheid en de slijterij (het pand) worden gesteld te moderniseren en de mogelijkheden te verkennen om het toezicht op de verkoop van alcohol via internet, evenals het verbod op prijsacties, te centraliseren.

In de Evaluatie van de Drank- en Horecawet is Van Rijn ook ingegaan op de roep om functievermenging (blurring) toe te staan. Van Rijn schrijft dat hij de wens van ondernemers en gemeenten begrijpt die in blurring een mogelijkheid zien om de binnenstad levendig te houden. Maar hij wijst er óók op dat alcohol een bijzonder product is en dat hij het belangrijk vindt dat het aanbod van alcohol niet nóg verder wordt verruimd en genormaliseerd door vermenging met andere winkelformules mogelijk te maken. Van Rijn geeft tot slot aan niet de indruk te hebben dat deze behoefte tot vermenging leeft onder het algemene publiek.

In de evaluatie is het advies aan volgende kabinetten opgenomen v.w.b. het alcoholbeleid na te denken over het al dan niet doorvoeren van (één of meer van) de drie 'best buys', maatregelen die internationaal worden erkend als effectieve maatregelen om mensen minder alcohol te laten drinken, zoals een accijnsverhoging, een beperking van het aantal verkooppunten en een totaalverbod op alcoholreclame en –sponsoring.

Initiatiefwet Ziengs

In juni 2018 heeft het VVD-kamerlid Erik Ziengs een initiatiefwetsvoorstel aanhangig gemaakt dat strekt tot versoepeling van de regels voor verkoop en schenken van alcohol.

In dat wetsvoorstel staat dat horecaexploitanten en slijters straks bij de gemeente een vergunning kunnen aanvragen voor 'nevenactiviteiten'. Het is vervolgens aan de gemeente of zij dat verzoek honoreren. In de Drank- en Horecawet wordt verder een nieuwe categorie alcoholverstrekkers geïntroduceerd: het gemengd kleinhandelsbedrijf. Dat is een winkel waar - ook met een gemeentelijke vergunning - zwak-alcoholhoudende dranken mogen worden verkocht en geschonken. Het gaat dus om wat ook wel "blurring" of "mengformules" wordt genoemd. Gemeenten kunnen wel voorwaarden stellen, bijvoorbeeld dat er geen terras aangelegd mag worden.

Als het voorstel van Ziengs volledig wordt overgenomen zou het volgens Ziengs ook betekenen dat tankstations - althans de tankstations die gelegen zijn in gemeenten die blurring gaan toestaan - weer drank mogen verkopen met een vergunning. Dat is in 2000 verboden, vanwege de veiligheidsrisico's van alcohol in het verkeer.

Uit een rondgang langs de politieke partijen bleek in 2018 dat verschillende politieke partijen enthousiast zijn over Ziengs voorstel voor 'mengformules' in winkelstraten. Paul Blokhuis, de staatssecretaris die verantwoordelijk is voor het alcoholbeleid, voelt evenwel niets voor het plan van de VVD-parlementariër. Blokhuis heeft echter slechts, zoals bij elk initiatiefwetsvoorstel, een adviserende rol. In dat kader heeft hij door Berenschot een onderzoek laten uitvoeren naar de verwachte effecten van het wetsvoorstel.

De conclusie van dat onderzoek is dat als door het toestaan van mengformules er nieuwe verstrekkingspunten bijkomen en daardoor meer alcohol wordt verstrekt, dat positieve effecten heeft op de economie en negatieve effecten op volksgezondheid, verkeersveiligheid en openbare orde.

Wijziging Drank- en Horecawet 2019

Staatssecretaris Paul Blokhuis heeft de Tweede Kamer medio maart 2019 gemeld dat hij - los van het wijzigingsvoorstel dat het Kamerlid Erik Ziengs aanhangig heeft gemaakt (zie hiervoor) - met een eigen wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet zal komen. In het wetsvoorstel zijn opgenomen:

1. Strengere regels voor alcoholverkoop via internet ("verkoop op afstand");
2. Verbod op prijsacties met meer dan 25% korting;
3. Strafbaarstelling volwassenen die op voor publiek toegankelijke plaatsen alcohol doorgeven aan minderjarigen;
4. Uitzondering strafbaarstelling 16- en 17-jarige testkopers in het kader van toezicht;
5. Uitzondering strafbaarstelling 14- en 15-jarige VMBO leerlingen in het kader van horecastage;
6. Grondslag voor onafhankelijke positie en vergoeding Landelijke Examencommissie;
7. Intrekken Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet;
8. Veranderen van de naam van de Drank- en Horecawet in Alcoholwet.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit zal op een deel van de nieuwe regels toezicht gaan houden.

Inmiddels is een internetconsultatie van dit wijzigingsvoorstel gehouden. Het resultaat is gepubliceerd.

Internetconsultatie DHW (262 kB)

.

Niet geregeld in Drank- en Horecawet

Identificatieleeftijd
In de Drank- en Horecawet is géén identificatieleeftijd opgenomen. Wel hebben de supermarkten (verenigd in het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) en de horeca (verenigd in Koninklijke Horeca Nederland) besloten dat in hun winkels/horecagelegenheden voortaan een identificatieleeftijd voor alcohol en tabak van 25 jaar wordt aangehouden. In de praktijk houdt dat in dat caissières van supermarkten en barpersoneel van KHN-horecabedrijven, klanten die zij er jonger vinden uitzien dan 25 jaar naar hun ID zullen vragen. Deze supermarkten en horecabedrijven verlangen van hun klanten onder de 25 jaar ook dat zij spontaan hun ID tonen.
Inmiddels is duidelijk dat de identificatieleeftijd van 25 jaar ook door sommige sportkantines wordt gehanteerd.

Vestiging van alcoholvrije horeca
Het vergunningstelsel van de Drank- en Horecawet en de andere regels van de Drank- en Horecawet hebben géén betrekking op de vestiging van alcoholvrije horecabedrijven. Een Drank- en Horecavergunning is alleen nodig als men alcoholhoudende dranken (meer dan 0,5% alcohol) wil gaan verstrekken.

Besloten privé-bijeenkomsten
De Drank- en Horecawet is ook niet van toepassing als het gaat om alcoholverstrekking op een privébijeenkomst die besloten is. Daarvan is sprake als de organisator een niet-commerciële band heeft met de gasten die hij heeft uitgenodigd. Bovendien moeten de gasten de drank geheel gratis krijgen en de betreffende locatie slechts incidenteel worden gebruikt voor feesten en bijeenkomsten.

Horecaopeningstijden
In de Drank- en Horecawet zijn ook geen regels opgenomen m.b.t. horecaopeningstijden. Het vaststellen van dergelijke tijden is een bevoegdheid van de gemeenten o.g.v. de Gemeentewet. De Drank- en Horecawet regelt wel de (alcohol)schenktijden in de paracommerciële horeca. Althans, de Drank- en Horecawet verplicht gemeenten om de schenktijden in een verordening vast te leggen. Hoe gemeenten dat doen moeten ze zelf weten. Een gemeenten mag zelfs in die verordening vrije schenktijden vastleggen.

Bepalingen m.b.t. productie, invoer en uitvoer
De Drank- en Horecawet kent geen nationale wettelijke bepalingen m.b.t. de productie, de invoer of de uitvoer van alcoholhoudende dranken. Dat wil niet zeggen dat er niets op dit punt geregeld is, in tegendeel. Naast de algemene wetgeving over levensmiddelen, is er ook specifieke Nederlandse én Europese productregelgeving die relevant is voor producenten van alcoholhoudende dranken. Zo kennen we het Warenwetbesluit gereserveerde aanduidingen, de Regeling wijn en olijfolie en de Verordening EU 2019/787 gedistilleerde dranken.
Verder is in de accijnsregelgeving opgenomen dat consumenten bier en wijn voor eigen gebruik mogen maken, maar dat voor het maken van bier en/of wijn voor de verkoop en voor het produceren van gedistilleerde dranken een Vergunning vervaardiging in een accijnsgoederenplaats nodig is. Bedrijven die niet-veraccijnsde alcoholhoudende dranken willen opslaan hebben een Vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats nodig.

Verplichte vermelding van productinformatie
Op het etiket van dranken met meer dan 1,2% alcohol moet sinds 1993 het alcoholgehalte vermeld worden. Vermelding van allergenen is sinds 2005 verplicht. Deze voorschriften zijn ook weer niet geregeld in de Drank- en Horecawet, maar in besluiten op grond van de Warenwet. Het betreft geharmoniseerde regelgeving van de Europese Unie. Vanaf 13 december 2014 is de grondslag voor deze verplichtingen de Europese verordening verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (1169/2011).
In deze verordening is een uitzondering opgenomen voor alcoholhoudende dranken met meer dan 1,2% alcohol: daarop hoeven de ingrediënten noch de voedingswaarde vermeld te worden. Als de voedingswaarde vrijwillig wordt weergegeven, mag ze beperkt worden tot de vermelding van de calorieën.
Lang is gesproken over deze vreemde uitzondering voor alcoholhoudende dranken. Dat heeft ertoe geleid dat er enkele zelfreguleringsregiems zijn gekomen die op verzoek van de Eurocommissaris door de diverse branches zijn opgesteld. Inmiddels hebben de gedistilleerdsector en de brouwers een Memorandum of Understanding ondertekend.

Waarschuwingslogo's
Nederland heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aanvullende nationale etiketteringsregels te stellen, waarbij dan algemene of specifieke waarschuwingslogo's of -teksten verplicht worden gesteld. Uit een WHO-onderzoek is gebleken dat 13 Europese landen zo'n verplichting kennen, waaronder EU-lidstaten. Zo is het in Frankrijk verplicht om op verpakkingen van alcoholhoudende dranken een waarschuwing op te nemen omtrent alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. De Nederlandse regering vond en vindt dat niet nodig omdat de Nederlandse alcoholbranche zich er voor heeft ingespannen dat 89% van de verpakkingen het "alcohol en zwangerschapslogo" heeft (stand 1 juli 2016). De Europese brouwers volgen dit initiatief en plaatsen inmiddels ook op vele bieren het zwangerschapslogo.

-

Overzicht leeftijdsgrenzen alcoholverkoop in EU-lidstaten

Overzicht leeftijdsgrenzen alcohol in EU-lidstaten - januari 2018 (188 kB)

-

Historische overzichten

Historie wijziging Drank- en Horecawet 2013 (197 kB)

DHW 18+ historisch overzicht (97,2 kB)

Beleid alcoholreclame en alcoholmarketing (124 kB)

-

Integrale wettekst

Drank- en Horecawet zoals die sinds 31-12-2017 luidt (186 kB)

-

Diverse besluiten

Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet (met nieuwe boetebedragen, versie 13-12-2014) (95,9 kB)

Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet (106 kB)

Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 (135 kB)

Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet (147 kB)

-

Overige documenten

Overzicht van wat de Drank- en Horecawet m.b.t. blurring nu toestaat (57,7 kB)

Kernpunten gewijzigde Drank- en Horecawet 2013 (68,1 kB)

Regeling aanvraaggegevens en formulieren DHW 2013 (893 kB)

Regeling toezichthoudende ambtenaren DHW vanaf 1 januari 2015 (27,3 kB)

Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank- en Horecawet 2015 (143 kB)

Wijziging Bouwbesluit inzake afstemming met Besluit Eisen Inrichtingen Drank- en Horecawet (398 kB)

Evaluatie Drank- en Horecawet (376 kB)

Wetsvoorstel Ziengs 6-6-2018 (188 kB)

Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt (1,26 MB)

Warenwetbesluit Gereserveerde Aanduidingen (versie 06-10-2016) (267 kB)

Regeling wijn en olijfolie vanaf 01-01-2017 (274 kB)

Verordening EU 251/2014 Gearomatiseerde wijn (776 kB)

Verordening EU 1308/2013 tot vaststelling van een Gemeenschappelijke Ordening van de markten voor landbouwproducten (2,50 MB)

Wetsvoorstel DHW 2019 (192 kB)

Verordening EU 2019-787 gedistilleerde dranken (800 kB)

-

HIER is de directe link naar het speciale deel van onze website waar nadere informatie te vinden is over hetgeen STAP/Universiteit Twente gemeenten kunnen bieden, zoals mysteryshop onderzoek, doortap-onderzoek, alsmede advisering bij beleid en toezicht op het gebied van de Drank- en Horecawet.

-

II. Regulering van de alcoholreclame en -marketing

In Nederland zijn drie verschillende documenten waarin regels staan m.b.t. alcoholreclame en -marketing. In de volgende paragrafen wordt daar kort op ingegaan. Meer informatie over de regulering van de alcoholreclame en -marketing is te vinden op de themapagina Alcoholmarketing.

1. Drank- en Horecawet
2. Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken/Nederlandse Reclame Code
3. Mediawet 2008

Drank- en Horecawet

De Drank- en Horecawet bevat een artikel dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegdheid geeft om een Reclamebesluit op te stellen waarin regels worden gesteld m.b.t. alcoholreclame. Tot nu toe is zo’n besluit echter niet in werking getreden.

Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken/Nederlandse Reclame Code

De alcoholreclame in Nederland wordt voornamelijk gereguleerd middels zelfregulering door de drankindustrie. De regels zijn vastgelegd in de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken, welke wordt beheerd door de Stichting Verantwoorde Alcoholconsumptie (STIVA), een samenwerkingsverband van producenten en importeurs van bier, wijn en gedistilleerde dranken.

In de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken zijn de Europese regels opgenomen uit de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten. Nederland is het enige EU land dat deze regels niet heeft geïmplementeerd door opname in een formele wet, maar door opname in de zelfreguleringscode. STAP heeft hierover enkele jaren terug vragen gesteld aan de betrokken minister. Zijn antwoord was dat de Europese Commissie de implementatie "geschikt, voldoende en doeltreffend” vond om de doelen van de richtlijnbepaling te bereiken.

Mediawet

Nederland kent sinds 2009 een wettelijk verbod op alcoholreclame op televisie en radio van 06.00 uur tot 21.00 uur. Het verbod is opgenomen in de Mediawet 2008. Het verbiedt Nederlandse omroepen in het genoemde tijdvak commercials voor alcoholhoudende dranken uit te zenden. Op deze regelgeving wordt toegezien door het Commissariaat voor de Media.

Uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP blijkt dat sinds de invoering van het wettelijk verbod om tot 21.00 uur alcoholspots uit te zenden, het bereik van alcoholreclame onder jongeren, met name die tussen 12 en 17 jaar, niet is afgenomen, maar juist is toegenomen. Dat komt vooral omdat de drankindustrie sindsdien veel méér alcoholreclame is gaan uitzenden vlak ná 21.00 uur. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat beperking van de reclame tot 21.00 uur ook dáár zou leiden tot een daling van het reclamebereik onder zeer jonge kinderen, maar eveneens tot een stijging van het bereik onder de risicogroep adolescenten.

De Mediawet en de bijbehorende beleidsregels bevatten ook enkele bepalingen over (alcohol)sponsoring en productplaatsing. De belangrijkste zijn:
• Indien er sprake is van sponsoring wordt dit altijd vermeld.
• Bij de publieke omroep moet de vermelding van de alcoholsponsor neutraal zijn.
• Bij de commerciële omroep dient de vermelding van de alcoholsponsor tussen 6 uur 's morgens en 9 uur 's avonds neutraal te zijn. Na 9 uur 's avonds hoeft dit niet neutraal te zijn, maar mag het geen aanprijzing zijn.
• Het vermelden van de sponsor duurt maximaal 5 seconden.
• Het vermelden mag plaatsvinden voor en na het programma en aan het begin en einde van de reclameblokken tijdens het programma.
• Bij programma-aanbod waarin product placement is opgenomen, wordt duidelijk vermeld dat het programma-aanbod voorzien is van product placement.
• Product placement is alleen toegestaan op commerciële zenders bij bepaalde categorieën van programma's.
• Product placement voor alcoholhoudende drank is niet toegestaan tussen 6 uur 's morgens en 9 uur 's avonds.

Zie voor uitgebreidere informatie over alcoholmarketing de betreffende themapagina.

III. Straffen voor rijden onder invloed

De verkeersveiligheid is een verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

In Nederland is de wettelijke limiet voor bestuurders (van auto's, fietsen, brommers, motoren etc.) een bloedalcoholgehalte (BAG) van 0,5 pro mille. Beginnende bestuurders (mensen die hun rijbewijs minder dan vijf jaar geleden hebben ontvangen) is het niet toegestaan om een BAG te hebben hoger dan 0,2 pro mille. Dit BAG-niveau geldt ook voor mensen jonger dan 24 jaar.

Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Wegenverkeerswet in werking getreden, waardoor voor bestuurders die zowel drugs als alcohol hebben gebruikt een lager BAG-niveau geldt, namelijk 0,2 pro mille.

In Nederland is het toegestaan om alcoholverkeerscontroles te houden waarbij weggebruikers steekproefsgewijs worden gecontroleerd op drankgebruik, ook zonder dat er op hen een verdenking rust.

Hoogte straffen

Rijden onder invloed is geen overtreding, maar een misdrijf. Door een wetswijziging per 1 januari 2008 zijn rijden onder invloed zaken onder de OM-afdoening gebracht, hetgeen inhoudt dat er een strafbeschikking wordt opgelegd die door het Centraal Justitieel Incasso Bureau wordt geïncasseerd. Het OM heeft de strafvordering bij rijden onder invloed vastgelegd in een Richtlijn (zie hieronder). De straf die het OM zal vorderen is afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die gemeten is. Verder speelt mee of er sprake was van een verkeersongeval en zo ja, zijn er slachtoffers? Daarnaast weegt mee of betrokkene eerder met alcohol op in het verkeer gepakt is (recidive) en of er door de manier van rijden sprake was van in gevaar brengen van de verkeersveiligheid. De straffen variëren van een hoge geldboete tot enkele jaren gevangenisstraf. Ook kan een rijverbod worden opgelegd.
Mocht het tot een rechtszitting komen, dan beslist natuurlijk uiteindelijk de rechter welke straf de rijder onder invloed krijgt. De rechter kan en mag afwijken van de eisen van het OM.

Alcoholkeuring

Daarnaast bestaat in bepaalde gevallen de mogelijkheid dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een bestuurder verplicht om een alcoholkeuring te ondergaan om de rijgeschiktheid te onderzoeken. Gekeken wordt of er sprake is van alcoholmisbruik. Mensen die zakken krijgen hun rijbewijs niet terug tótdat zij hebben aangetoond dat te hebben aangepakt. Volgens het CBR gaat dit om 3.300 mensen per jaar.

Een alcoholkeuring moeten ondergaan kan in de de volgende situaties:
• De (ervaren) bestuurder heeft een ademalcoholgehalte van 785 µg/l of meer, oftewel meer dan 1,8 pro mille alcohol in het bloed. Bij een beginnend bestuurder gaat het om 1,3 pro mille.
• De bestuurder is in de laatste vijf jaar minstens drie keer aangehouden onder invloed van alcohol, waarbij minstens één keer meer dan 0,5 pro mille alcohol (0,2 pro mille voor een beginnend bestuurder) in het bloed werd gevonden of minstens één keer heeft geweigerd om mee te werken aan een alcoholcontrole.

Verkeerscursussen

Er zijn drie verschillende cursussen voor weggebruikers die (alcohol)verkeersdelicten hebben begaan: de EMA (educatieve maatregel alcohol en verkeer), de LEMA (lichtere versie van EMA) en de EMG (educatieve maatregel gedrag en verkeer).

1. de EMA omvat een driedaagse cursus voor mensen die aan het verkeer hebben deelgenomen met een BAG tussen 1,3 en 1,8 pro mille.
2. de LEMA bestaat uit twee halve dagen van elke 3,5 uur. De LEMA is bedoeld voor beginnende bestuurders met een BAG tussen 0,5 pro mille en 0,8 pro mille.
3. de EMG (educatieve maatregel gedrag en verkeer) is bedoeld voor bestuurders die tijdens één rit herhaaldelijk ongewenst rijgedrag hebben vertoond. Ook bij een eenmalige zeer zware snelheidsoverschrijding kan een EMG worden opgelegd.

Een van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat de rijden-onderinvloedrecidive (ofwel specifieke recidive) van beginnend bestuurders die een LEMA volgden een dalende trend laat zien van 15% in 2009 tot iets beneden de 10% in 2013.

Uit een in 2017 uitgevoerd onderzoek blijkt dat de rijden-onder-invloed-recidive van beginnend bestuurders die een LEMA volgden een dalende trend laat zien van 15% in 2009 tot iets beneden de 10% in 2013. Maar als je kijkt naar het percentage LEMA-deelnemers dat binnen twee jaar opnieuw wordt vervolgd voor rijden onder invloed dan zie je ook dat dat percentage niet significant afwijkt van het percentage recidivisten bij een groep die bijvoorbeeld alleen een boete kreeg opgelegd.
Kortom: minder recidive, maar ook bij groepen overtreders die andere sancties kregen opgelegd. Volgens de verantwoordelijke minister mag je niet op basis van één Nederlandse studie concluderen dat de LEMA niet effectief is.

Alcoholslotprogramma

Op 1 december 2011 ging het alcoholslotprogramma van start. Bestuurders die werden betrapt met een bloedalcoholgehalte tussen 1,3 promille en 1,8 pro mille en beginnende bestuurders met een bloedalcoholgehalte tussen de 1,0 en 1,8 pro mille, kregen van het CBR de plicht een alcoholslot in hun auto te laten inbouwen. Deed je dat niet, dan mocht je niet meer rijden.
Het alcoholslotprogramma werd in oktober 2014 opgeschort nadat het Gerechtshof Den Haag bepaalde dat het alcoholslot gezien moet worden als een straf en er dus naast het alcoholslot geen boete voor rijden onder invloed mag worden opgelegd. De Hoge Raad was het met het Gerechtshof Den Haag eens en ook de Raad van State uitte kritiek op de wet die het alcoholslot regelde. Daarom werden al geen nieuwe alcoholsloten meer opgelegd.
In februari 2016 besloot het kabinet Rutte II niet meer met een nieuw aangepast alcoholslotprogramma te komen. Voor degenen die in het alcoholslotprogramma zaten veranderde er echter niets. Tot september 2016. Vanaf die datum hoeven ook zij niet meer met een alcoholslot te rijden.
In maart 2018 hebben minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet Rutte III definitief afscheid heeft genomen van het alcoholslot.
Daar is echter de meerderheid van de Tweede Kamer het niet mee eens. Die wil het alcoholslot weer terug. Maar de ministers houden voet bij stuk.

Nieuwe maatregelen Grapperhaus en Van Nieuwenhuizen

In de beleidsbrief aan de Tweede Kamer van ministers Grapperhaus en Van Nieuwenhuizen lieten zij weten bezig te zijn met een strengere aanpak van rijden onder invloed. Ze zijn voornemens daartoe een set aan maatregelen voor te gaan stellen.
Het doel van het Rutte III is om het aantal personen dat onder invloed van alcohol deelneemt aan het verkeer te verminderen, waardoor ook minder verkeerslachtoffers te betreuren zullen zijn. Om dit te bereiken heeft minister Grapperhaus een wetsvoorstel gemaakt om de strafmaxima te verhogen voor ernstige verkeersdelicten, waaronder rijden onder invloed.

Minister Van Nieuwenhuizen verlaagt in overleg met het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) de grens van de alcoholkeuring (het onderzoek naar de rijgeschiktheid). Voor ervaren bestuurders ligt die grens nu op 1,8 promille. Deze wordt mogelijk 1,3 promille. Voor bestuurders die al eerder in de fout gingen wordt de grens mogelijk verlaagd van 1,3 promille naar 1,0 promille.

Verder stellen de ministers maatregelen voor die de effectiviteit van de maatregelen en sancties verhogen en het stelsel van bestuurs- en strafrecht vereenvoudigen. In dat kader wordt onder meer voorgesteld de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten te laten vervallen, omdat deze regeling het stelsel erg complex maakt en de effectiviteit beperkt is. Zeker als de grens van de alcoholkeuring wordt verlaagd.

Onderzocht wordt of het rijbewijs op andere manieren, dan op grond van het onderzoek naar de rijgeschiktheid, ongeldig kan worden verklaard. Bijvoorbeeld door de rechter de bevoegdheid te geven het rijbewijs ongeldig te verklaren. Ook wordt bezien of de rechter de mogelijkheid kan worden gegeven een ontzegging van de rijbevoegdheid dadelijk uitvoerbaar te verklaren, zodat wordt voorkomen dat de betrokkene aan het verkeer kan blijven deelnemen tijdens de behandeling van het hoger beroep.

Daarnaast is het voorstel om het stelsel zo in te richten dat het bestuursrechtelijke traject (zoveel als mogelijk) is afgerond voordat de zaak strafrechtelijk wordt beoordeeld. Op deze manier weet de strafrechter bijvoorbeeld of de betreffende bestuurder al een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd heeft gekregen en of hij hier al dan niet geschikt uit is gekomen, zodat hij kan afwegen of hij daarnaast nog een passende en effectieve straf kan opleggen.

Richtlijn strafvordering rijden onder invloed van alcohol en/of drugs (2018) (385 kB)

Factsheet Rehabilitation courses for road users, SWOV, 2010. (210 kB)

TK-brief Aanpak rijden onder invloed van alcohol (85,2 kB)

-

IV Accijns- en btw-heffing

Accijnsheffing

Waarom de overheid accijns heft
De overheid heft van oudsher accijns op alcoholhoudende dranken. De overwegingen daarvoor zijn tweeledig. De schatkist staat altijd voorop, maar volksgezondheidsargumenten spelen in toenemende mate ook een rol. De overheid kan door gebruik te maken van het accijnsinstrument de prijzen van alcoholhoudende dranken beïnvloeden. Meestal zal immers door een accijnsaanpassing de prijs van de drank ook worden aangepast. Uit volksgezondheidsoogpunt is verhoging van de accijns een goede zaak. Hoe de consument op een prijsverhoging van alcohol reageert is afhankelijk van de inkomensontwikkeling (koopkracht), de reclame, modetrends en de tarieven in de buurlanden. Sommige onderzoekers stellen dat een prijsverhoging de consumptie tijdelijk vermindert, anderen verwachten een duurzame daling, vooral bij jongeren, maar ook bij zware drinkers.
Men is het er echter over eens, dat een accijns- en prijsverhoging voor alcoholhoudende dranken vrijwel altijd leidt tot een lagere consumptie: veel of weinig, tijdelijk of duurzaam.

Hoe de accijnzen worden geïnd
In Nederland worden op alle alcoholhoudende dranken die verhandeld worden accijnzen gegeven. Alleen door consumenten zelfgemaakt bier en zelfgemaakte wijn voor gebruik in huiselijke kring, is vrij van accijns. Voor het maken van bier en/of wijn voor de verkoop en voor het produceren van gedistilleerde dranken is een Vergunning vervaardiging in een accijnsgoederenplaats nodig. Handelaren en importeurs die niet-veraccijnsde alcoholhoudende dranken willen opslaan moeten een Vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats hebben.

Accijnzen zijn, net als btw, inbegrepen in de prijs die de consument betaalt. De accijnsopbrengsten worden door de producenten, de handelaren en de importeurs van accijnsgoederen aan de Belastingdienst overgemaakt. De Belastingdienst int deze belasting dus niet zelf bij de consumenten.

Europese richtlijnen en de Wet op de accijns
De structuur van de accijnsheffing en de minimumtarieven zijn geregeld in Europese richtlijnen. Het betreft de Richtlijn betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (92/83/EEG) en de Richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken (92/84/EEG). Die Europese minimumtarieven zijn overigens erg laag en bij wijn zelfs €0,00. In feite komt dat erop neer dat een EU-lidstaat zelf kan kiezen of het accijns op wijn heft!
Beide richtlijnen zijn in Nederland geïmplementeerd in de Wet op de accijns. De accijnsheffing in ons land is de verantwoordelijkheid van de minister van Financiën. De laatste jaren is dit dossier in handen van de staatssecretaris.

Op grond van de Europese richtlijnen wordt in Nederland als volgt accijns geheven:
- Voor bier met meer dan 0,5% alcohol gelden 4 verschillende accijnscategorieën. Niet het alcoholgehalte van het bier bepaalt de categorie, maar het extractgehalte van het bier. Het extractgehalte wordt uitgedrukt in graden Plato (°P). Hiermee wordt bedoeld het gehalte aan opgeloste stoffen die in het stamwort van het bier zitten, plus het gehalte van de stoffen die na de gisting aan het bier zijn toegevoegd. Als vuistregel kan aangehouden worden, dat het aantal graden Plato maal 0,4, het alcoholgehalte van het uiteindelijke bier wordt. Voor bieren met veel onvergistbare suikers gaat deze regel echter niet op.
- Bij wijn waren er altijd verschillende accijnstarieven voor bepaalde mousserende wijnen (meer specifiek: wijnen met een plofkurk met een metalen vlechtwerkje, zoals champagne en bepaalde prosecco's) en niet-mousserende wijnen (ook wel stille wijn genoemd). Dat onderscheid is in 2017 komen te vervallen. Nu bepaalt zowel bij mousserende als bij stille wijnen alleen nog het alcoholpercentage van de betreffende wijn de uiteindelijke accijnsafdracht. Is het alcoholgehalte maximaal 8,5% dan geldt het lage tarief, is het alcoholgehalte meer dan 8,5% (wat meestal het geval is) dan geldt het hoge tarief. Cider wordt v.w.b. de accijnzen aangemerkt als wijn. Er is wel een speciale accijns voor tussenproducten zoals port, sherry en vermout.
- Bij gedistilleerde dranken wordt de accijns geheven als een vast bedrag per hectoliter pure alcohol.

Als consumenten accijnsgoederen waarover de accijns al betaald is, meenemen van een ander EU-land, dan wordt er niet opnieuw accijnzen geheven, voor zover zij zich aan de volgende maximumhoeveelheden houden: 10 liter gedistilleerde drank, 90 liter wijn (inclusief max. 60 liter mousserende wijn), 20 liter versterkte wijn en 110 liter bier. Van buiten de EU naar Nederland mag je accijnsvrij invoeren: 1 liter sterke drank, óf 2 liter mousserende wijn óf 2 liter sherry of port, 4 liter stille wijn en 16 liter bier. Deze aantallen gelden alleen voor personen van 17 jaar en ouder.

Richtlijn 92/83/EEG (922 kB)

Richtlijn 92/84/EEG (372 kB)

-

Tarieven in Nederland
In Nederland kennen vrijwel alle accijnzen een jaarlijkse inflatiecorrectie. De alcoholaccijnzen vormen wat dat betreft een uitzondering. Die worden niet elk jaar, maar eens in de zoveel jaar opgehoogd.

Bij het vaststellen van het nieuwe tarief wordt meestal gekeken naar de inflatie sinds de vorige wijziging en die wordt dan geheel of gedeeltelijk "meegenomen". In de praktijk betekent dat, dat er eens in de zoveel jaar redelijk forse tariefstijgingen zijn, maar dat – ondanks die forse stijgingen – de accijnstarieven over enkele tientallen jaren bekeken toch wel zijn achtergebleven bij de inflatie. Vooral de accijns op gedistilleerde dranken is de afgelopen decennia maar beperkt meegestegen met de inflatie.

Dat de accijnzen niet elk jaar een beetje aangepast worden, maar eens in de zoveel jaar fors, wordt geïllustreerd door het feit dat de laatste algemene verhoging van de alcoholaccijnzen in 2014 was en dat alle tarieven toen met een 5,75% stegen, met uitzondering van bieren tot 7°P. Het accijnstarief voor die bieren steeg met 25%.
In 2015 waren er geen alcoholaccijnsverhogingen.
In 2016 was er geen algemene verhoging van de alcoholaccijnzen. Wel werd de belasting op bieren tot 7°P weer verhoogd. Formeel ging het bij alcoholvrij bier om een verhoging van de verbruiksbelasting en bij alcoholarm bier om een verhoging van de bieraccijns. Voor beide categorieën laaggradige bieren geldt sindsdien een tarief van €8,83 per hectoliter.
In 2017 is een vereenvoudiging van de accijnstarieven in werking getreden. Het onderscheid tussen mousserende en niet-mousserende wijnen en tussenproducten is komen te vervallen. Oorspronkelijk wilde het kabinet dat gepaard laten gaan met een verhoging van de wijnaccijns. Na een gesprek met de wijnbranche werd daar echter vanaf gezien. Integendeel, er was zelfs een lichte daling van het tarief.
In 2018 en 2019 waren er opnieuw geen tariefstijgingen.

Huidige accijns per glas:
Glas pilsner bier (250 cc): 9,5 cent*
Glas stille of mousserende wijn (100 cc): 8,8 cent
Glas jenever (35 cc): 20,7 cent

Deze accijnstarieven betekenen dat de consument per liter pure alcohol:
€ 7,60 betaalt als die alcohol is in de vorm van pils,
€ 7,33 als die is in de vorm van wijn,
€ 16,90 als die is in de vorm van gedistilleerde drank.

* Brouwerijen die minder dan 200.000 hectoliter bier produceren hoeven wat minder accijns af te dragen (92,5%).

Tabel: Accijnstarieven (meest voorkomend) vanaf 2017

Bier per hl in graden Plato 
Minder dan 7 € 8,83
7 - 11 € 28,49
11 - 15 € 37,96
15 en meer € 47,48
  
Wijn per hl in volume procenten alcohol 
Maximaal 8,5% volume alcohol € 44,24
Meer dan 8,5% volume alcohol € 88,30
  
Tussenproducten per hl in volume procenten alcohol 
Maximaal 15% volume alcohol € 105,98
Meer dan 15% volume alcohol € 149,30
  
Gedistilleerd per hl per % volume alcohol € 16,86

-

Accijnstarieven vanaf 2012 (63,6 kB)

-

Accijns-opbrengsten
Zowel het Ministerie van Financiën als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceren gegevens over accijnsopbrengsten. Het Ministerie van Financiën registreert de kasontvangsten, het CBS - conform Europese voorschriften - de ontvangsten op transactiebasis, dat wil zeggen op het moment waarop de activiteit plaatsvindt die tot de belastingschuld leidt. STAP maakt gebruik van de CBS-cijfers omdat die een beter beeld geven van het effect van accijnswijzigingen en bovendien Europese vergelijkingen mogelijk maken.

Opbrengsten accijnzen op alcoholhoudende dranken 2000-2018 (x 1.000.000) volgens CBS

Jaar Bier Wijn* Gedistilleerd Totaal
2000 263 173 397 833
2001 287 172 413 872
2002 306 212 472 990
2003 300 227 357 884
2004 346 233 378 957
2005 297 237 373 907
2006 335 242 321 898
2007 310 257 335 902
2008 318 285 328 931
2009 390 285 306 981
2010 389 304 331 1.024
2011 383 299 314 996
2012 387 316 348 1.051
2013 413 348 306 1.067
2014 423 357 311 1.091
2015 451 329 314 1.119
2016 446 354 324 1.128
2017 447 346 331 1.124
2018 457 347 341 1.145

* inclusief tussenproducten

Btw-heffing

Op alcoholhoudende dranken (inclusief de accijns daarop) wordt btw geheven. De btw is in de prijs die de consument moet betalen begrepen.
Voor vrijwel alle alcoholhoudende dranken geldt het hoge 21%-tarief. Alleen bier (en biermengsels) met 0,5% alcohol of minder en andere dranken met 1,2% alcohol of minder vallen onder het 9%-tarief.
Door alcoholhoudende dranken te belasten met het hoge tarief, geeft de wetgever aan dat alcoholhoudende dranken luxe goederen zijn en niet behoren tot het "basispakket".

Voor postmixen en andere "samengestelde" dranken in de horeca geldt een speciale regeling. Indien de drank een samenstelling is van ingrediënten met een 9%- en met een 21%-tarief en de verkoopprijs tot stand is gekomen door de verkoopprijzen van de afzonderlijke ingrediënten bij elkaar op te tellen, dan mag de ondernemer voor de verschillende ingrediënten het daarvoor geldende BTW-tarief hanteren, op voorwaarde dat dit ook als zodanig wordt geadministreerd. Voorbeelden: rum/cola en Irish Coffee.

Bij een all-inclusive maaltijd moet over de maaltijd en de alcoholvrije drank 9% btw betaald worden, over de alcoholhoudende drank 21%.

-

Dmmkdjli2

V. Educatie en bewustwording

Massamediale voorlichting

In 1986 startte het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een grootschalige landelijke Postbus 51 campagne over alcohol. De campagne omvatte massamediale activiteiten, voornamelijk televisie- en radiospotjes, en regionale activiteiten. In de eerste jaren was de campagne gericht op het algemene publiek, later op jongeren en ouders. Op lokaal niveau werden aansluitende projecten uitgevoerd.

Oorspronkelijk werd de campagne gecoördineerd door het ministerie zelf, later door het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ), na 2008 door het Trimbos-Instituut. Dit instituut heeft ook - als onderdeel van de campagne - een telefonische hulplijn en een website met alcoholinformatie opgestart. De slogan van alle activiteiten ("DRANK maakt meer kapot dan je lief is") was zeer goed bekend bij het algemene publiek en werd ook hoog gewaardeerd. In 2010 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten alle op gedragsverandering gerichte Postbus 51 campagnes - dus ook de campagne "DRANK maakt meer kapot dan je lief is", met ingang van 2012 te stoppen, omdat dergelijke campagnes te betuttelend zouden zijn.

Nix18

Inmiddels is de rijksoverheid hierop teruggekomen: sinds najaar 2013 wordt immers de meerjarige NIX18 campagne gevoerd, die duidelijk moet maken dat het heel gewoon en eenvoudig is om voor je 18de niet te roken en te drinken. Diverse televisie-spotjes zijn onderdeel van deze campagne.

Preventie binnen sportverenigingen

De rijksoverheid steunt - samen met zorgverzekeraar DSW, NOC*NSF en enkele sportbonden - ook preventieve activiteiten binnen sportverenigingen. Doel is vooral de slechte naleving van de leeftijdsgrenzen bij het schenken van alcohol in de sportkantines aan te pakken. In dat kader bezoekt kinderarts Nico van der Lely de komende jaren - samen met enkele teams - een groot aantal sportclubs om ze bewust te maken van de schadelijke gevolgen van overmatig drankgebruik onder jongeren.

Dgsg2

Schoolvoorlichting

De schoolvoorlichting over alcohol is door het Trimbos-instituut ontwikkeld. De uitvoering is echter zoveel mogelijk op regionaal niveau. De meerderheid van de middelbare scholen neemt aan het programma "De Gezonde School en Genotmiddelen" deel. Sinds kort zijn er ook materialen voor het middelbare beroepsonderwijs.

In het programma wordt aandacht besteed aan alle genotmiddelen, dus aan alcohol, tabak en illegale drugs. "De Gezonde School en Genotmiddelen" is een integraal programma. Voorlichtingslessen spelen een belangrijke rol, maar daarnaast is er aandacht voor wat er in het schoolreglement staat over genotmiddelengebruik en voor begeleiding van leerlingen die problemen hebben a.g.v. genotmiddelengebruik. Ook de ouders worden bij de activiteiten betrokken. Het project krijgt subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Het Trimbos-instituut is "De Gezonde School en Genotmiddelen" aan het moderniseren. Het zal met name gaan om meer ouder-betrokkenheid en meer voorlichting op maat.

"De Gezonde School en Genotmiddelen" heeft jarenlang ook materialen voor het basisonderwijs omvat, met name voor leerlingen van groep 8. Eénderde van de basisscholen deed aan het programma mee. Inmiddels is het aantal deelnemende basisscholen aan het afnemen. Dit omdat diverse gemeenten zijn gestopt met het geven van voorlichting aan basisscholen. Daar wordt alleen in bijzondere gevallen nog voorlichting op maat geboden. Dit is in lijn met het advies dat vanuit het Trimbos-instituut wordt gegeven. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat voorlichting aan leerlingen van groep 8 geen effect heeft. Daarvoor zijn verschillende redenen aan te wijzen. De belangrijkste is wel dat voorlichting over alcohol en roken niet meer aansluit bij de belevingswereld van deze leerlingen, onder meer omdat het aantal kinderen van die leeftijd dat riskante middelen gebruikt het afgelopen decennium aanzienlijk is gedaald.

Bob2

Voorlichting over gevaren van rijden onder invloed

De BoB-campagne heeft tot doel het bewustzijn van de gevaren van rijden onder invloed te vergroten. Het geven van algemene informatie over rijden onder invloed wordt in campagne-periodes gecombineerd met verhoogd politietoezicht. Het is een campagne gericht op “nuchtere chauffeurs”. Voor het uitgaan wordt afgesproken wie de chauffeur zal zijn, die daarom verder nuchter blijft en zijn/haar vrienden veilig naar huis rijdt.
De BoB-campagne ontstond in België, in 1995. Nederland nam het concept in 2001 over. In Nederland wordt de campagne gecoördineerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Participanten zijn de alcoholproducenten en Veilig Verkeer Nederland.

Meer informatie over deze campagnes: nix18, NOC*NSF, De Gezonde School en Genotmiddelen en BoB

Een overzicht van alle aanbevolen en goed beschreven alcoholinterventies vindt u hier.

VI. Behandeling

In Nederland bestaat een goed netwerk van professionele behandelingsmogelijkheden voor probleemdrinkers. Huisartsen bieden eerstelijns zorg. Maar het is bekend dat nogal wat alcoholproblemen in dit echelon niet worden onderkend.

Probleemdrinkers worden meestal behandeld in een van de 12 door de overheid gefinancierde regionale verslavingszorginstellingen, waar zowel drugsverslaafden als alcoholisten terecht kunnen. Ze zijn onder te verdelen in twee groepen van ongeveer gelijke grootte: gespecialiseerde verslavingszorginstellingen en instellingen die gefuseerd zijn tot een GGZ brede instelling (de zogenaamde geïntegreerde instellingen).

Het huidige zorgaanbod in de verslavingszorginstellingen is zeer gedifferentieerd. Het aanbod reikt van ambulante behandelprogramma’s tot klinische behandeling. De klinische behandeling omvat korte detoxificatie (tot drie weken), kortdurende opnames (tot drie maanden) en langerdurende opnames (maximaal één jaar) waar intensieve behandelprogramma’s worden geboden. Een klinische opname gaat bijna altijd gepaard met een ambulante behandeling (voorafgaand of als vervolgbehandeling). De uitgaven voor verslavingszorg die vallen onder de Zorgverzekeringswet zijn recent geraamd op € 472.000.000 (cijfer 2013).

Jaarlijks worden circa 31.000 alcoholcliënten in de verslavingszorginstellingen behandeld. Meestal gaat het om ambulante behandelingen. Drie veel gebruikte medicijnen gericht op abstinentie of reductie in het gebruik van alcohol zijn: naltrexon, acamprosaat en disulfiram.

Sinds 2008 worden jonge patiënten (jonger dan 18 jaar) die in het ziekenhuis zijn opgenomen met een alcoholcoma, behandeld in een zogenaamde "alcoholpoli" waar hen tevens een uitgebreid nazorgprogramma wordt geboden. Die aanpak is inmiddels effectief gebleken. Er werken nu 12 ziekenhuizen met dit protocol en verschillende instellingen in de verslavingszorg hebben hun protocol op deze werkwijze afgestemd. Per 1 januari 2016 is deze werkwijze financieel geborgd door onder meer de opname van de medisch-psychologische verrichtingen in de bestaande (somatische) DBC/DOT alcoholintoxicatie Jeugd.

Het St Jansdal ziekenhuis in Harderwijk heeft sinds enige tijd een Poli Alcohol en Ouderen.

Behandeling wordt ook aangeboden door een breed scala aan religieuze organisaties, privéklinieken en vele lokale zelfhulpgroepen, zoals Anonieme Alcoholisten (AA). De meetings van de AA-groepen trekken gezamenlijk wel zo'n 2.000 mensen! Er zijn ook privécoaches die hulp bieden om bewuster met alcohol om te gaan. Een voorbeeld daarvan vindt u op ontwijnen.nl.

Er zijn ook online behandelprogramma's beschikbaar. Een overzicht is hier te vinden. Nieuw is de app Maxx die helpt om te minderen. Maxx wordt gratis aangeboden via de App Store en Google Play Store.

STAP heeft met Universiteit Maastricht een effectief e-health programma ontwikkeld om alcohol tijdens de zwangerschap terug te dringen. Dit programma heet: "Negen Maanden Niet". Dit speciale e-health programma is inmiddels door STAP overgedragen aan het Trimbos-instituut, dat meer e-health programma's beheert.

Er bestaat ook een zelftest om het eigen drinkgedrag te analyseren. Na het invullen van deze Drinktest.nl krijgt men informatie en advies op maat.

Samen Nuchter, de online-cursus voor naasten van alcohol- en drugsverslaafden, en Kopstoring, voor jongeren met een vader of moeder met psychische en/of verslavingsproblemen, mogen ook niet onvermeld blijven.

STAP-publicaties over dit thema

Overzicht leeftijdsgrenzen alcoholverkoop in EU-lidstaten - januari 2018 (december 2017)
Factsheet Wanneer is bier voor de wet alcohol? (12 september 2017)
Factsheet Duurdere drank spaart levens (21 oktober 2016)
Ziek van alcohol; een analyse van de kennis onder de Nederlandse bevolking (30 mei 2012)
Factsheet alcohol en prijsbeleid (14 oktober 2011)
Factsheet maatschappelijke kosten en schade alcoholgebruik (14 december 2010)
Factsheet Nederlands alcoholbeleid (4 juni 2008)

In deze lijst zijn niet opgenomen de vele publicaties rond het thema alcoholmarketing.

Recent nieuws

Kamerleden dienen drie moties over alcoholbeleid in (4 september 2019)
Van Dalen: Preventieakkoord had strenger gemoeten (3 september 2019)
Van Dalen: "Preventieakkoord is niet hard genoeg" (3 september 2019)
Blokhuis spreekt zich uit tegen wetsvoorstel Ziengs (3 september 2019)
Rechter: Geen overtreding artikel 24, eerste lid, DHW als drank niet aan uitbater toebehoort (15 augustus 2019)
Nieuw: 360 gradenvideo Doorschenken (14 augustus 2019)
Ondersteuning voor kinderen met verslaafde ouders (9 augustus 2019)
Kamervragen over niet-controleren diplomaat op alcohol na fors ongeval (7 augustus 2019)
Ziengs vindt dat Berenschot heel raar beeld schept van mengformules (23 juli 2019)
Resultaat internetconsultatie wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet verschenen (23 juli 2019)
Internetconsultatie wetsvoorstel rond verwerken gegevens van o.m. LADIS (19 juli 2019)
VVD-er Van Haga gepakt met te veel alcohol achter het stuur (16 juli 2019)
Grapperhaus: cocktail van alcohol en lachgas of andere drugs dodelijk (1 juli 2019)
Blokhuis informeert Tweede Kamer over voortgang Preventieakkoord (13 juni 2019)
STAP ziet verbod kinderchampagne wel zitten (10 juni 2019)
Detoxcoach Van Lieshout helpt anderen ontwijnen (8 juni 2019)
Amsterdams café mag niet per direct worden gesloten i.v.m. slecht levensgedrag (7 juni 2019)
Blokhuis zendt Tweede Kamer Berenschot-rapport over wetsvoorstel Ziengs (7 juni 2019)
Kabinet wil oplossing verbod alcoholtest bij risicovolle breoepen (28 mei 2019)
Bedrijven testen personeel op alcohol en drugs ook al mag dat niet meer (23 mei 2019)
Lidl stopt met online wijnverkoop (20 mei 2019)
Amsterdam wil vergunningplicht partyboten in Drank- en Horecawet (16 mei 2019)
Blokhuis stelt budget beschikbaar voor Preventieakkoord Caribisch Nederland (14 mei 2019)
Commentaar van STAP op wetsvoorstel Blokhuis tot wijziging van de Drank- en Horecawet (4 mei 2019)
NVWA en Bol.com pakken verkoop verboden artikelen samen aan (1 mei 2019)
Blokhuis beantwoordt ruim 500 vragen over Nationaal Preventieakkoord (26 april 2019)
Preadvies over ongezond gedrag behandelt rol van het recht bij reguleren alcoholgebruik (12 april 2019)
Voedings- en alcohollobby fnuiken Preventieakkoord (12 april 2019)
Overzicht van onderzoeken naar effectiviteit van alcoholbeleidsmaatregelen (10 april 2019)
WHO: Samenwerking met de alcoholindustrie op het gebied van volksgezondheid is niet OK (9 april 2019)
Pleidooi voor alcoholverbod bij agressie tegen hulpverleners (6 april 2019)
Blokhuis komt met concept wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet (28 maart 2019)
Accijnsinkomsten in 2018 bijna 2% hoger (26 maart 2019)
Testen op alcohol, drugs of geneesmiddelen tijdens werktijd alleen met wettelijke regeling (15 maart 2019)
Jongeren krijgen alcohol meestal gewoon mee; thuisbezorgkanalen worden aangepakt (15 maart 2019)
Maxx-app helpt ruim 6.600 mensen (12 maart 2019)
'Boete verhalen mag niet' (20 februari 2019)
Maag Lever Darm Stichting wil meehelpen alcoholgebruik in te dammen (1 februari 2019)
Van Lieshout, auteur van Ontwijnen: "Alcohol is onze teddybeer" (25 januari 2019)
Geen slijtersvergunning nodig voor pick-up-point (21 januari 2019)

Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP
Postbus 9769
3506 GT Utrecht
T: +31 (0)30-6565041
F: +31 (0)30-6565043
E: info@stap.nl