NL EN
DONEER NU!






-

Nationaal beleid

Op deze themapagina kunt u meer vinden over het nationale alcoholbeleid.

Doelen, doelgroepen en beleidsinstrumenten

De overheid zet zich in voor het tegengaan van schadelijk alcoholgebruik in onze samenleving. Het doel hiervan is:
- Geen alcoholgebruik onder de 18 jaar
- Geen alcoholgebruik tijdens de zwangerschap
- Minder overmatig en zwaar alcoholgebruik
- Toename bewustwording van het eigen drankgebruik en de effecten daarvan.

Zes soorten beleidsinstrumenten worden ingezet:
1. Alcoholwet
2. Regulering van de alcoholreclame en -marketing
3. Straffen voor rijden onder invloed
4. Accijns- en BTW-heffing
5. Educatie en bewustwording
6. Behandeling

Een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse alcoholbeleid is, dat slechts een evenwichtig en samenhangend pakket van maatregelen als doeltreffend wordt gezien.

Nationale beleidsdocumenten

In 1986 verscheen het eerste samenhangende beleidsdocument, getiteld Alcohol en Samenleving. In 2002 verscheen de tweede grote alcoholnota, simpelweg getiteld Alcoholnota.
Een ander belangrijk alcoholbeleidsdocument was de zogenaamde Hoofdlijnenbrief van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Jeugd en Gezin. Het document verscheen in november 2007 en werd in de Tweede Kamer besproken in december 2007.
In december 2016 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief met de Evaluatie van de Drank- en Horecawet naar de Tweede Kamer gezonden. In deze brief wordt niet alleen ingegaan op de drankwetgeving, maar ook op andere alcoholbeleidsinstrumenten (zoals accijns) en kan daarom ook wel worden gezien als een alcoholbeleidsdocument. De bespreking van het document in de Tweede Kamer was in februari 2017.

Op 23 november 2018 is het Nationaal Preventieakkoord gelanceerd. Hierin staan de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met het bedrijfsleven, de zorg en de preventieorganisaties over het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. De ruim 20 organisaties die aan de zogenaamde Alcoholtafel zaten hebben de volgende ambities en doelstellingen voor 2040:

Doelen npa

-
Het overleg aan de Alcoholtafel is na de publicatie van het Nationaal Preventieakkoord nog enkele jaren doorgegaan. In oktober 2022 heeft staatssecretaris Maarten van Ooijen het overleg echter stopgezet toen duidelijk werd dat dat niet leidde tot de noodzakeljke aanvullende maatregelen die genomen moeten worden om de doelen van het Nationaal Preventieakkoord te halen.

Alcoholmanifest en AAN

Eind 2016 hebben een aantal gezondheidsorganisaties met het oog op de evaluatie van de Drank- en Horecawet een Alcoholmanifest opgesteld. Het document bevat adviezen aan de landelijke overheid en de gemeenten om te komen tot een effectiever alcoholbeleid. De kern van deze adviezen is: geef prioriteit aan de 3 Best Buys, dat zijn beleidsmaatregelen die - internationaal erkend - betaalbaar, uitvoerbaar en kosteneffectief zijn, te weten: een verhoging van de prijs van alcohol, een beperking van het aantal verkooppunten en een verbod op alcoholreclame. Ter ondersteuning en uitwerking van deze drie maatregelen worden in het Alcoholmanifest nog 7 aanvullende adviezen gegeven.

Enkele van de organisaties achter het Alcoholmanifest werken sinds 1 januari 2020 samen als AAN: Alliantie Alcoholbeleid Nederland. Zij zullen op gezette tijden een gezamenlijk geluid laten horen gericht op beperking van de alcoholproblematiek in Nederland.

De eerste AAN-activiteit was de organisatie in 2020 en 2021 van de Alcoholactieweek 'Zien drinken, doet drinken'.

De leden van AAN zijn:
- Cliëntenorganisatie Het Zwarte Gat,
- Jongeren voor Gezondheid,
- maandblad LEF,
- Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP,
- Nederlandse Vereniging voor Drank en Horeca Inspecteurs,
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie,
- Stichting Foetaal Alcohol Syndroom Nederland,
- Stichting Positieve Leefstijl (IkPas project),
- Stichting Us Blau Hiem,
- Vereniging voor Verslavingsgeneeskunde Nederland,
- Verslavingskunde Nederland.

Ook kent AAN een aantal leden op persoonlijke titel.

Alcohol en Samenleving (14,4 MB)

Alcoholnota (195 kB)

Hoofdlijnenbrief alcoholbeleid (69,2 kB)

Evaluatie Drank- en Horecawet (376 kB)

Alcoholmanifest PDF (0,96 MB)

Nationaal Preventieakkoord (528 kB)

-

1. Alcoholwet

Algemene uitgangspunten Alcoholwet

Op 1 juli 2021 is de Alcoholwet grotendeels in werking getreden. De Alcoholwet is de nieuwe naam van de Drank- en Horecawet uit 1964 (in werking getreden in 1967 en sindsdien enkele malen grondig gewijzigd). De Alcoholwet is een formele wet die de verkoop van alcoholhoudende dranken reguleert. Het Alcoholbesluit en de Alcoholregeling bevatten nadere uitvoeringsregels. De wet en de lagere regelgeving vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Detailhandelsverkoop van zwak-alcoholhoudende dranken (dranken met een alcoholgehalte van 0,5 tot 15% alcohol plus versterkte wijnen) mag alleen in levensmiddelenwinkels en slijterijen. De verkoop van sterke drank (drank met een alcoholgehalte van 15% of meer, m.u.v. versterkte wijnen) mag alleen in slijterijen.

Alcoholhoudende dranken mogen niet vanuit een raam of kiosk en d.m.v. automaten worden verkocht. Verkoop langs de autosnelweg en bij benzinestations is niet toegestaan. Een detailhandelaar mag geen tijdelijke kortingen van meer dan 25% geven op de prijs die hij normaal vraagt. Ook mag hij niet de indruk wekken dat hij meer dan 25% goedkoper is dan anderen.

Verkoop van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse is alleen toegestaan in horecabedrijven. Winkeliers en dienstverleners (kappers, wassalons, schoonheidsspecialisten etc.) mogen dus geen alcohol schenken en zelfs niet toestaan dat hun klanten alcohol consumeren.

De Alcoholwet regelt ook de verkoop op afstand van alcoholhoudende dranken, althans voor zover het gaat om in Nederland gevestigde bedrijven. We hebben het in de praktijk met name over online of via de telefoon bestelde dranken bij levensmiddelenwinkels, flitsbezorgers, slijters, webshops, bierkoeriers en bezorgrestaurants.

Al deze bedrijven mogen zwak-alcoholhoudende drank afleveren of laten afleveren aan huizen van particulieren of aan distributiepunten. Afleveren op openbare plekken, zoals parken, is niet toegestaan. Er is geen vergunning voor nodig. De aflevering vanuit webshops, bierkoeriers en bezorgrestaurants dient wèl te geschieden vanuit een niet voor het publiek toegankelijke besloten bedrijfsruimte.

Alleen de slijter mét een vergunning mag sterke drank aanbieden via de website van de slijterij en online of via de telefoon bestellingen voor sterke drank aannemen en bij particulieren of distributiepunten (laten) bezorgen.

De verkoper op afstand is van bestelling tot en met bezorging verantwoordelijk voor de naleving van de Alcoholwet. Hij moet zorgen voor naleving van de regels m.b.t. leeftijdscontrole bij bestelling (later meer daarover) en voor een geborgde wijze van afleveren.

Vergunningstelsel

Horecabedrijven en slijterijen hebben een vergunning nodig om alcohol te verstrekken. Die krijgen ze als ze aan bepaalde vergunningsvoorwaarden voldoen.

Ten eerste worden eisen gesteld aan de leidinggevenden. Dat zijn de ondernemers, de bedrijfsleiders en de beheerders van horecabedrijven en slijterijen. Zij mogen niet van slecht levensgedrag zijn en de laatste vijf jaar geen ernstige misdaden hebben begaan of meermalen veroordeeld zijn voor minder ernstige misdrijven, bijvoorbeeld rijden onder invloed. Bovendien moeten zij in het bezit bent van een Diploma Sociale Hygiëne (vroeger Verklaring Sociale Hygiëne genoemd), meestal na het volgen van de cursus Sociale Hygiëne. Daarin wordt aandacht besteed aan sociale veiligheid en verantwoord verstrekken. Leidinggevenden moeten ten minste 21 jaar oud zijn en niet onder curatele staan. De namen van alle leidinggevenden worden bijgeschreven op een aanhangsel bij de vergunning. Althans zo is het nu geregeld. Mogelijk vervalt over enige tijd de bijschrijvingsplicht van beheerders van slijterijen. Daarover komt meer duidelijkheid in 2022. Voor paracommerciële instellingen (zoals kantines in eigen beheer van een sportclub) geldt al langer een andere regelgeving rond leidinggevenden.

Ten tweede worden eisen gesteld aan de horecagelegenheid en de slijterij (het pand). Een horecagelegenheid of slijterij kan alleen gevestigd worden in een gebouw of onderdeel zijn van een ander gebouw. Slijtlokaliteiten en horecalokaliteiten moeten besloten zijn, wat inhoudt dat ze rondom scheidingsconstructies hebben. De minimumoppervlakte van één slijtlokaliteit is 15 m², één horecalokaliteit is 35 m² of meer. Slijtlokaliteiten mogen niet in directe verbinding staan met een andere winkel. Er moet een sluisje zijn tussen beide winkels. Een winkeltje met detailhandel in horecagelegenheden is alleen toegestaan in een apart deel van het pand, dat toegankelijk is zonder door ruimtes te hoeven waar alcohol wordt gedronken of opgeslagen.
Deze eisen zijn aanvullend op de eisen van het Bouwbesluit 2012 (wordt 1 juli 2023 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving).

In het Bouwbesluit 2012 is bijvoorbeeld geregeld dat de plafondhoogte 2,10 meter moet zijn bij bestaande bouw en 2,60 meter bij nieuwbouw. Verder moeten er in horecagelegenheden 2 toiletten zijn, beide voorzien van een deur. Kleine horecagelegenheden met weinig bezoekers kunnen volstaan met 1 toilet, grote horecagelegenheden moeten een invalidentoilet hebben. Ook zijn in het Bouwbesluit 2012 de ventilatie-eisen van de horeca geregeld. Bij bestaande bouw wordt uitgegaan van een capaciteit van 2,12 dm³/s per persoon, bij nieuwbouw van 4 dm³/s per persoon. Bovendien moet bij nieuwbouw de lucht rechtstreeks van buiten komen.

De burgemeester kan, als bevoegd gezag, ontheffingen verlenen van de vergunningplicht waardoor er tijdens 'bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard' ofwel evenementen (maximaal 12 dagen) zwak-alcoholhoudende drank kan worden geschonken zonder vergunning. Hij/zij kan besluiten zo’n evenementenontheffing te verlenen, maar die te beperken of er voorschriften aan te verbinden. Ook kan de burgemeester bepaalde ontheffingen verlenen aan paracommerciële inrichtingen tijdens evenementen. Een andere burgemeestersontheffing betreft het toestaan dat een horecalokaliteit kleiner is dan vereist. Dit echter alleen als het een rijksmonument betreft.

De Alcoholwet kent diverse regels om vermenging van functies tegen te gaan. Dit ter bescherming van (jonge) consumenten en probleemdrinkers. Het is niet toegestaan om een horecalokaliteit tevens te gebruiken als slijtlokaliteit of er detailhandelsactiviteiten te verrichten. Dat mag wel in andere delen van het horecapand, als die winkelruimte maar bereikbaar is zonder langs plekken te hoeven waar drank wordt gedronken, geschonken of opgeslagen.

In slijtlokaliteiten mag alleen drank en aan drank gelieerde artikelen verkocht worden. Het laten proeven van drank aan klanten is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Ook kan een gemeente bepalen dat het houden van betaalde proeverijen en cursussen is toegestaan ná de reguliere winkeltijden. Ook daarvoor gelden beperkende regels, zoals maximaal 3 proeverijen/cursussen per week. Dat laatste is geregeld in het Alcoholbesluit.

Barkeepers en slijters mogen niet de aanwezigheid toelaten van dronken personen en of personen die onder invloed zijn en mogen zelf tijdens het werk ook niet dronken of onder invloed zijn.

Leeftijdsgrenzen

Tabel: Historie leeftijdsgrenzen verstrekking alcoholhoudende dranken

Jaar Zwak-alcoholhoudende dranken Sterke drank
1886 - 16 jaar (Wetboek van Strafrecht 1881)
1932 16 jaar (Drankwet 1931) 16 jaar (Wetboek van Strafrecht 1881)
1967 16 jaar (Drank- en Horecawet 1964) 18 jaar (Drank- en Horecawet 1964)
2014 18 jaar (Drank- en Horecawet 2014) 18 jaar (Drank- en Horecawet 2014)
2021 18 jaar (Alcoholwet 2021) 18 jaar (Alcoholwet 2021)

-

Sinds 1 januari 2014 is er één leeftijdsgrens van 18 jaar waarop jongeren alcoholhoudende drank verstrekt mogen krijgen, zowel in de horeca als in de detailhandel als tijdens evenementen, zowel in het geval van directe, als in het geval van indirecte verstrekking. De verstrekker heeft de wettelijke plicht de leeftijd van degene aan wie verstrekt wordt vooraf vast te stellen (controle identiteitsbewijs).

Er is sprake van indirecte verstrekking aan een jongere als een verstrekker aan een volwassene drank verstrekt terwijl het overduidelijk is dat die drank onmiddellijk ter plekke doorgegeven gaat worden aan iemand die niet overduidelijk 18 jaar of ouder is.

Met de nieuwe Alcoholwet is de volwassene die aan een jongere doorgeeft ook strafbaar, zelfs als het een ouder is. Dit wordt wederverstrekking genoemd. Er staat een boete van de eerste categorie op. De hoogte is – exclusief administratiekosten - € 100,-.

Een andere aanpassing sinds de nieuwe Alcoholwet is dat bij alcoholverkoop online en via de telefoon óók bij het opgeven van de bestelling de leeftijd van de koper moet worden geverifieerd. De verkoper moet de leeftijd van de koper navragen en de koper moet voor afronding van het aankoopproces zijn of haar leeftijd aanvinken of een andere actieve handeling verrichten. In de toekomst worden in het Alcoholbesluit leeftijdsverificatiesystemen aangewezen die dan verplicht gebruikt moeten worden. Verder is de verkoper verplicht om bij de aankoop te vermelden dat ook bij de bezorging de leeftijd wordt gecontroleerd. Hij dient - zoals hiervóór al vermeld - te zorgen voor een geborgde wijze van aflevering.

Supermarkten, slijterijen, hotels, restaurants en cafés die alcoholhoudende drank verkopen zonder te controleren of de klant ouder is dan 18, riskeren een boete van minimaal € 1.360,-. Als slijterijen, hotels, restaurants of cafés alcohol verkopen aan jongeren zonder hun leeftijd te controleren, kan de burgemeester hun vergunning schorsen en intrekken. Als een supermarkt drie keer per jaar alcohol aan jongeren verkoopt zonder hun leeftijd te controleren, kan de burgemeester de onderneming tijdelijk verbieden alcohol te verkopen (maximaal 12 weken). Verkopers op afstand kunnen bij niet-naleven van de regels van de minister een tijdelijk verkoopverbod opgelegd krijgen.

Tabel: Historie leeftijdsgrenzen alcoholverbod op voor publieke toegankelijke plaatsen

Jaar Zwak-alcoholhoudende dranken Sterke drank
2013 12-16 jaar (Drank- en Horecawet 2013) 12-16 jaar (Drank- en Horecawet 2013)
2014 12-18 jaar (Drank- en Horecawet 2014) 12-18 jaar (Drank- en Horecawet 2014)
2021 12-18 jaar (Alcoholwet 2021) 12-18 jaar (Alcoholwet 2021)

-

In 2013 heeft de wetgever ook een landelijk verbod geïntroduceerd gericht op jongeren. Zij mogen geen alcohol aanwezig of voor consumptie gereed hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Het gaat dan om plaatsen van bestemming tot algemene toegankelijkheid, zoals de openbare weg, plantsoenen, parken, portieken, trappen, overdekte winkelcentra, festival- en evenemententerreinen, sportvelden, stations, stadions, campings (m.u.v. de tenten van de gasten), horecagelegenheden etc. Het aanwezig of voor consumptie gereed hebben van drank thuis/in de privésfeer of op niet voor publiek toegankelijke plaatsen, in het personenvervoer, op legerplaatsen en vliegvelden (na de douane), levensmiddelenwinkels en slijterijen was jongeren wèl toegestaan.

In 2013 gold dit verbod voor jongeren van 12 tot 16 jaar, met ingang van 2014 is dat uitgebreid: vanaf dat tijdstip geldt het voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Sinds de inwerkingtreding van de Alcoholwet per 1 juli 2021 zijn enkele uitzonderingen op het verbod komen te vervallen. Ook in het personenvervoer, op legerplaatsen en vliegvelden (na de douane) mogen jongeren van 12 tot 18 jaar geen alcoholhoudende dranken meer aanwezig of voor consumptie gereed hebben.

Van het verbod alcohol aanwezig of voor consumptie gereed te hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen zijn enkele groepen uitgezonderd: jongeren die in een horecazaak of een (sport)kantine werken of stage in een horeca- of slijtersbedrijf lopen mogen wèl alcohol aanwezig hebben, serveren en schenken (zichzelf een drankje inschenken mag echter weer niet). Ook 16- en 17-jarige testkopers zijn tijdens handhavingsacties niet strafbaar.

Boa's domein I, toezichthouders Alcoholwet en politieagenten handhaven het verbod. De boete voor overtreding is momenteel € 50,- voor jongeren onder de 16 jaar en € 100,- voor jongeren van 16 en 17 jaar (exclusief administratiekosten). De boete wordt niet geregistreerd in de justitiële documentatie. Daarom heeft overtreding van dit verbod later geen gevolgen voor het krijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag.

Jongeren die deze bepaling van de Alcoholwet overtreden kunnen - als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen - naar Halt worden verwezen, waar ze dan deelnemen aan de Halt-straf Alcohol. Verwijzing naar Halt na overtreding van artikel 45 van de Alcoholwet is toegestaan op grond van de brief van het College van Procureur-Generaals van 14 januari 2014. Doorverwijzing naar Halt is op structurele basis ook mogelijk bij openbare dronkenschap (artikel 453 Wetboek van Strafrecht) door jongeren.
Daarnaast is projectmatige doorverwijzing mogelijk. Gemeente, politie en OM (lokale driehoek) bepalen dan welke boa’s voor welke feiten jongeren naar Halt kunnen verwijzen in het kader van het lokale veiligheidsbeleid.

NIX18

De ophoging van de leeftijdsgrenzen in 2014 was het gevolg van een initiatief van enkele Kamerleden (Joël Voordewind, Kees van der Staaij, Lea Bouwmeester en Sabine Uitslag). Zij hebben in juli 2012 een initiatiefwetsvoorstel daartoe aanhangig gemaakt. De Tweede Kamer heeft in 5 maart 2013 met deze wijziging ingestemd, de Eerste Kamer op 18 juni 2013. Inmiddels was overigens Sabine Uitslag opgevolgd door Hanke Bruins Slot en Lea Bouwmeester door Myrthe Hilkens. Het hele traject van dit wetsvoorstel is beschreven in het artikel 'Historie verhoging alcoholleeftijd naar 18 jaar' (zie hieronder bij 'Historische overzichten').

Al tijdens het wetstraject is besloten de nieuwe alcoholleeftijd per 1 januari 2014 van start te laten gaan. Dit vooral omdat vanaf dat tijdstip ook de nieuwe tabaksleeftijd van 18 jaar van toepassing zou worden. Om aan de nieuwe leeftijdsgrenzen bekendheid te geven is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 18 november 2013 een meerjarige (massamediale) campagne gestart met als doel het versterken van de sociale norm dat het normaal is dat je voor je 18de niet drinkt of rookt. Deze campagne, die oorspronkelijk maar vijf jaar zou duren, is eind 2018 verlengd. Het gaat om een campagne met diverse partijen. De slogan van de campagne is NIX18.

Begin december 2013 startte VWS daarnaast een campagne om jongeren en hun omgeving (ouders, verkopers, barmedewerkers in sportkantines, etc.) te informeren over de nieuwe alcohol verkoopgrens van 18 jaar en het feit dat jongeren onder de 18 jaar zelf strafbaar zijn als ze op voor het publiek toegankelijke plaatsen (op enkele specifiek in de wet genoemde uitzonderingen na) alcohol aanwezig hebben. Deze communicatie had geen massamediale component, maar bestond uit folders die in supermarkten werden uitgedeeld evenals berichtgeving in huis-aan-huis bladen.

Bij het Trimbos-instituut kunt u stickers met het logo NIX18 bestellen voor €0,10 per stuk, exclusief verzendkosten, btw vrijgesteld: https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/product/acm046-deursticker-nix18

Bij het Trimbos-instituut is ook een zogenaamde Leeftijdschecker van NIX verkrijgbaar. Hierop is eenvoudig de datum af te lezen die minimaal nodig is voor verkoop van alcohol en/of tabak. https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/product/acm053-leeftijdschecker-van-nix

De sticker met de boodschap ‘wij verkopen geen alcohol < 18’ is te bestellen bij Koninklijke Horeca Nederland als u daar lid van bent. Adres: https://www.khn.nl/website/formulieren/bestelformulier-18-leeftijdgrensmaterialen

Horeca Stichting Nederland verspreidt dubbelzijdige leeftijdsstickers. Die zijn door horecabedrijven per maximaal 5 te bestellen op: https://hsn-horeca.nl/klantenservice/leeftijdsticker
Wilt u méér stickers bestellen, neem dan contact op met de afdeling Klantenservice: 076-5233666.

Handhaving alcoholverstrekking

Als een onderneming of ondernemer de verbodsbepalingen van de Alcoholwet overtreedt kan er vervolging plaatsvinden op grond van de Wet op de economische delicten. Dat gebeurt bij ernstige overtredingen en bij overtreding van artikel 20, vierde en vijfde lid, en artikel 21 van de Alcoholwet. De opsporing van laatst genoemde overtredingen, die niet bestuurlijk beboetbaar zijn, mòet, aldus jurisprudentie, geschieden door de politie (agenten hebben algemene opsporingsbevoegdheid) of door de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) in het kader van hun opsporingsbevoegdheid o.g.v. de Wet economische delicten.

Veel vaker echter zal bij overtreding van de Alcoholwet een bestuurlijke boete worden opgelegd. Zowel de burgemeester als de minister kunnen zo’n bestuurlijke boete opleggen. De hoogte van de boete ligt vast in een bijlage bij het Alcoholbesluit. De opbrengst van de boetes die de burgemeester oplegt komt in de gemeentekas, de opbrengst van de boetes die de minister oplegt in de schatkist.

De controles in opdracht van de burgemeester worden uitgevoerd door toezichthouders Alcoholwet, die in opdracht van de minister door inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De NVWA-ambtenaren hebben enkele landelijke taken. Zij houden toezicht in het personenvervoer, op legerplaatsen en op vliegvelden (na de douane) en op de alcoholverkoop in de ambulante handel. Ook handhaven zij de regels rond verkoop op afstand (online en via telefoon) en het verbod op exorbitante prijsacties in de detailhandel. De NVWA heeft daartoe een Specifiek Interventiebeleid Alcoholwet vastgesteld (zie hieronder).

De Alcoholwet staat toe dat toezichthouders bij hun werk 16- en 17-jarige testkopers inzetten.

Er zijn méér sancties mogelijk dan geldstraffen. Zo kan (of soms zelfs móet) de burgemeester een overtreder tijdelijk of permanent zijn vergunning intrekken, kan hij bezoekers verwijderen uit illegale horecagelegenheden en de horeca-inrichting sluiten (op grond van de Gemeentewet). Ook een dwangsom opleggen en bestuursdwang toepassen zijn op grond van die wet mogelijk. Een levensmiddelenwinkel of een webshop die de leeftijdsgrenzen driemaal in één jaar overtreedt, kan door de burgemeester respectievelijk de minister tijdelijk het recht ontnomen worden om alcohol te verkopen.

Totstandkoming Alcoholwet

Maart 2019 maakte staatssecretaris Paul Blokhuis bekend dat hij de Drank- en Horecawet wil aanpassen. Dit in verband met de evaluatie van de Drank- en Horecawet en het Nationaal Preventieakkoord. Via een internetconsultatie werden de wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan belanghebbenden: bedrijfsleven, gemeenten, gezondheidsorganisaties, burgers.

Uit de Evaluatie van de Drank- en Horecawet, nog uitgevoerd in opdracht van de voorganger van Blokhuis, staatssecretaris Martin van Rijn, was gebleken dat sinds de wijzigingen van de Drank- en Horecawet in 2013 en 2014 zowel jongeren als volwassenen minder vaak zijn gaan drinken, maar als ze drinken, ze veel drinken. Om dit een halt toe te roepen zou volgens Van Rijn kritisch gekeken moeten worden naar de regels rond verstrekking van alcohol, zoals bijvoorbeeld de opleidingseisen van verstrekkers. Uit de evaluatie bleek verder dat diverse partijen het wenselijk vonden de eisen die aan horecapanden en slijterijen worden gesteld (de zogenaamde inrichtingseisen) deels te schrappen. Ook werd aanbevolen de mogelijkheden te verkennen om het toezicht op de verkoop van alcohol via internet, evenals het verbod op exorbitante prijsacties, te centraliseren.

Blokhuis heeft de aanbevelingen uit de Evaluatie deels overgenomen. Zo stelde hij centraal toezicht voor op online alcoholbestellingen en prijsacties en introduceerde hij een landelijke commissie die belast is met de opleiding Sociale Hygiëne. Op één punt ging Blokhuis verder dan in het rapport Evaluatie inrichtingseisen Drank- en Horecawet werd aanbevolen: hij schrapte de verplichting dat een horecalokaal minimaal 35 m² moet zijn.

De tweede reden die Blokhuis in 2019 noemde om met een wetswijziging te komen was het Nationaal Preventieakkoord. In dat akkoord, dat op 21 november 2018 gesloten werd met meer dan 70 maatschappelijke organisaties, worden de volgende drie wijzigingen van de Drank- en Horecawet genoemd:
1. strafbaarstelling wederverstrekking,
2. nadere eisen aan de online verkoop van alcohol, en
3. inzet van minderjarige testkopers bij handhavingsacties.

Deze drie wijzigingen heeft Blokhuis in zijn consultatieversie opgenomen. Daaraan voegde hij toe het verbod op prijsacties in de detailhandel met meer dan 25% korting. Daarover was in het kader van het Nationaal Preventieakkoord wel gesproken, maar niet onderhandeld, met als argument "marktpartijen niet in mededingingsrechtelijke verlegenheid te brengen". Verder stelde Blokhuis voor de naam van de Drank- en Horecawet te wijzigen in Alcoholwet. Zijn argument was dat de naam Drank- en Horecawet in de praktijk namelijk nogal eens tot verwarring leidt. Wat is precies drank? En: de wet gaat toch over meer dan alleen horeca?

De gezondheidsorganisaties, waaronder het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP, hebben in de consultatiefase aangegeven bezwaar te hebben tegen het voorstel de vloeroppervlakte-eis van horecalokaliteiten te schrappen. Géén vloeroppervlakte-eis in de wet of in lagere regelgeving zou betekenen dat er méér mini-horecalokalen komen, wat zou leiden tot een toename van de beschikbaarheid van alcohol. Bekend is dat een toename van de beschikbaarheid leidt tot extra consumptie en dus meer alcoholproblemen, wat natuurlijk onwenselijk is.

Medio november 2019 komt Blokhuis met het definitieve voorstel. Dat voorstel week op enkele punten af van de consultatieversie. Zo stelde Blokhuis nu voor gemeenten de mogelijkheid te bieden slijters toe te staan buiten winkeltijden cursussen en proeverijen te organiseren en werd het voor minderjarigen geldende toegangsverbod tot slijterijen opgeheven. Hij kwam dus met extra voorstellen die niet tegemoet kwamen aan de wensen van de gezondheidsorganisaties, maar aan die van de slijtersbranche en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

STAP, maar ook Verslavingskunde Nederland, hebben vervolgens een lobby-traject ingezet om deze nieuwe voorstellen, die in strijd zijn met de doelstellingen van het Nationaal Preventieakkoord, van tafel te krijgen, naast hun lobby tegen het schrappen van de vloeroppervlakte-eis. Dat voorstel had Blokhuis immers nog steeds niet laten varen.

In juni 2020 meldt Blokhuis dat hij zijn wetsvoorstel op één punt wil wijzigen. Hij komt met een nota van wijziging met een uitbreiding van het voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar geldende verbod om alcohol aanwezig of voor consumptie gereed te hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Dat verbod moet ook gaan gelden in het personenvervoer en op legerplaatsen en vliegvelden (achter de douane).

Uiteindelijk wordt het gewijzigde voorstel op 16 november 2020 tijdens een wetgevingsoverleg met de Vaste Commissie Volksgezondheid van de Tweede Kamer besproken. Op 1 december 2020 aanvaardt de Tweede Kamer het voorstel met algemene stemmen. Wel brengt de Tweede Kamer middels amendementen nog enkele belangrijke wijzigingen aan. Als gevolg van een amendement van het Kamerlid Henk van Gerven komt de vloeroppervlakte-eis van horecalokaliteiten (èn die van slijtlokaliteiten) weer terug in de alcoholwetgeving. Daar zijn de gezondheidsorganisaties, zoals STAP, erg blij mee. Ook vindt STAP het positief dat middels amendement wordt bepaald dat gemeenten extra handvatten krijgen om iets aan de lokale alcoholproblematiek te doen. Zo kunnen ze alcoholoverlastgebieden aanwijzen en extra regels stellen aan de verstrekking op partyboten en bierfietsen.

STAP betreurt het echter dat de Tweede Kamer instemt met het amendement Bolkestein waardoor op termijn in de Alcoholwet komt te staan dat niet alle beheerders meer gescreend hoeven te worden. Welke beheerders dat precies zal gaan betreffen, is onderwerp van nader onderzoek.

Na het akkoord van de Tweede Kamer is het aangepaste wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gegaan. Daar is het op 15 december 2020 als hamerstuk afgedaan. In 2021 heeft Blokhuis nog aanvullende lagere regelgeving gemaakt. Het gaat om het Alcoholbesluit, een algemene maatregel van bestuur, en de Alcoholregeling, een zogenaamde ministeriële regeling. Daarin staan tal van uitvoeringsregels.

In een apart document (zie hieronder bij ‘Overige documenten’) is een overzicht te vinden van de belangrijkste aanpassingen in de alcoholregelgeving, naast wijziging van de naam van de wet. De meeste aanpassingen zijn 1 juli 2021 ingegaan, drie aanpassingen volgen later.

Over de totstandkoming van de Alcoholwet is een podcast gemaakt. Die is hier te beluisteren.

Wijziging om blurring mogelijk te maken? Coalitieakkoord 2021-2025

In juni 2018 heeft het toenmalige VVD-kamerlid Erik Ziengs een initiatiefwetsvoorstel aanhangig gemaakt dat strekt tot versoepeling van de regels voor verkoop en schenken van alcohol. Deze Wet Regulering Mengformules maakt combinaties van typen alcoholverstrekkende bedrijven (dus blurring) mogelijk.

In juni 2020 heeft Ziengs zijn wetsvoorstel naar aanleiding van een advies van de Raad van State geheel gewijzigd en weer aan de Tweede Kamer aangeboden. Die is toen voortvarend met de schriftelijke voorbereiding van het wetsvoorstel gestart, maar het proces is na twee maanden stilgevallen.

Nog weer 4 maanden later, tijdens de parlementaire behandeling van de Alcoholwet in december 2020, leek er niet veel politieke steun te zijn voor het wetsvoorstel van Ziengs. Slechts drie Tweede Kamerfracties - PVV, Forum voor Democratie en Denk - steunden het amendement van Jansen en Agema (35337, nr. 29) dat mengformules toestaat. Toch heeft Thierry Aartsen in april 2021 na het vertrek van Ziengs uit de Tweede Kamer besloten de verdediging van het Wetsvoorstel Regulering Mengformules over te nemen. Overigens is het niet ongebruikelijk dat een fractiegenoot in de Tweede Kamer een initiatiefwet na vertrek van een Kamerlid overneemt.

In het wetsvoorstel wordt het mogelijk gemaakt dat horecaexploitanten en slijters aan de gemeente vragen of hun vergunning kan worden verruimd, zodat zij ook 'nevenactiviteiten' kunnen verrichten.

Een nevenactiviteit voor een horecabedrijf kan zijn de verkoop van schilderijen die aan de wanden van de horecalokaliteit hangen, van serviesgoed of van de huiswijnen. Een nevenactiviteit van een slijterij kan zijn nootjes- en kaasverkoop of een zitje waar een pittige espresso met likorette wordt geserveerd.

Verder worden er twee nieuwe categorieën alcoholverstrekkers geïntroduceerd: het gemengd kleinhandelsbedrijf en het gemengd ambachtsbedrijf. Het gaat dan om winkeliers en dienstverleners die - ook met een gemeentelijke vergunning – als nevenactiviteit zwak-alcoholhoudende dranken mogen verkopen en schenken. Denk aan kleding- en boekenwinkels, kappers, barbiers, massagesalons, fietsherstellers, wasserettes, hakkenbars etc. Supermarkten kunnen dan proeverijen in de winkel organiseren of zelfs wijn- of bierproefbars inrichten.

Na de inwerkingtreding in juli 2021 van de nieuwe Alcoholwet (zie hiervóór) leek de roep verstomd om blurring toe te staan. Volgens velen zeer verrassend bleek echter in december 2021 het Kabinet Rutte IV voorstander van blurring. In het Coalitieakkoord 2021-2025 was opgenomen dat blurring in winkelgebieden zal worden toegestaan, weliswaar met de opmerking dat streng wordt toegezien op alcoholmisbruik. Of en zo ja het Kabinet met een eigen wet komt of Aartsen wordt gevraagd de voorstellen uit de initiatiefwet van Ziengs aan te passen is niet bekend. Aartsen kan in elk geval niet de teksten van het wetsvoorstel Ziengs ongewijzigd laten. Inmiddels is namelijk die initiatiefwet obsoleet. De Drank- en Horecawet is sindsdien aanzienlijk gewijzigd en wordt nu Alcoholwet genoemd.

Een tweede probleem voor VVD-er Aartsen is dat inmiddels de andere drie Coalitiepartijen, te weten de ChristenUnie, het CDA en D66, hun twijfels lijken te hebben over het toestaan van blurren met alcohol. Zij zijn zich gaan realiseren dat blurren met alcohol haaks staat op de doelen van het Preventieakkoord, die ook in het Coalitieakkoord staan. D66-Kamerlid Jeanet van der Laan heeft aangekondigd om die reden met het voorstel blurren toe te staan, terug te gaan naar de coalitiepartners.

Niet geregeld in de Alcoholwet

Identificatieleeftijd
In de Alcoholwet is géén identificatieleeftijd opgenomen. Wel hebben de supermarkten (verenigd in het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) en een deel van de horeca (verenigd in Koninklijke Horeca Nederland) besloten dat in hun winkels/horecagelegenheden een identificatieleeftijd voor alcohol en tabak van 25 jaar wordt aangehouden. In de praktijk houdt dat in dat caissières van supermarkten en barpersoneel van KHN-horecabedrijven, klanten die zij er jonger vinden uitzien dan 25 jaar naar hun ID zullen vragen. Deze supermarkten en horecabedrijven verlangen van hun klanten onder de 25 jaar ook dat zij spontaan hun ID tonen.
Inmiddels is duidelijk dat de identificatieleeftijd van 25 jaar ook door sommige sportkantines wordt gehanteerd.

Vestiging van alcoholvrije horeca
Het vergunningstelsel van de Alcoholwet en de andere regels van deze wet hebben géén betrekking op de vestiging van alcoholvrije horecabedrijven. Een Alcoholwetvergunning is alleen nodig als men alcoholhoudende dranken (meer dan 0,5% alcohol) wil gaan verstrekken.

Besloten bijeenkomsten
Er is geen vergunning of ontheffing nodig voor het niet-bedrijfsmatig schenken van alcohol op een bijeenkomst die besloten is.
Criteria besloten bijeenkomst:
- er is een min of meer duurzame, anders dan bedrijfsmatige of commerciële relatie tussen gastheer en uitgenodigde gasten;
- geen toegangskosten (of verplicht lidmaatschap);
- gratis drank (ook niet indirect via koopbonnen).
Bovendien mag de betreffende locatie geen ruimte zijn die voor het publiek geopend wordt gehouden.

Horecaopeningstijden
In de Alcoholwet zijn geen regels opgenomen m.b.t. horecaopeningstijden. Het vaststellen van dergelijke tijden is een bevoegdheid van de gemeenten o.g.v. de Gemeentewet. De Alcoholwet regelt wel de (alcohol)schenktijden in de paracommerciële horeca. Althans, de Alcoholwet verplicht gemeenten om de schenktijden in een verordening vast te leggen. Hoe gemeenten dat doen moeten ze zelf weten. Een gemeenten mag zelfs in die verordening vrije schenktijden vastleggen.

Bepalingen m.b.t. productie, invoer en uitvoer
De Alcoholwet kent geen nationale wettelijke bepalingen m.b.t. de productie, de invoer of de uitvoer van alcoholhoudende dranken. Dat wil niet zeggen dat er niets op dit punt geregeld is, in tegendeel. Naast de algemene wetgeving over levensmiddelen, is er ook specifieke Nederlandse én Europese productregelgeving die relevant is voor producenten van alcoholhoudende dranken. Zo kennen we het Warenwetbesluit gereserveerde aanduidingen, de Regeling wijn en olijfolie, de Verordening Gearomatiseerde Wijn (251/2014) en de Verordening Gedistilleerde Dranken (787/2019).

Verder is in de accijnsregelgeving opgenomen dat consumenten bier en wijn voor eigen gebruik mogen maken, maar dat voor het maken van bier en/of wijn voor de verkoop en voor het hebben van een distilleerketel een Vergunning vervaardiging in een accijnsgoederenplaats nodig is. Bedrijven die niet-veraccijnsde alcoholhoudende dranken willen opslaan hebben een Vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats nodig.

Verplichte vermelding van productinformatie
Op het etiket van dranken met meer dan 1,2% alcohol moet sinds 1993 het alcoholgehalte vermeld worden. Vermelding van allergenen is sinds 2005 verplicht. Deze voorschriften zijn ook weer niet geregeld in de Alcoholwet, maar in geharmoniseerde regelgeving van de Europese Unie en wel sinds 13 december 2014 in de Europese Verordening verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (1169/2011).
In deze verordening is een uitzondering opgenomen voor alcoholhoudende dranken met meer dan 1,2% alcohol: daarop hoeven de ingrediënten noch de voedingswaarde vermeld te worden. Als de voedingswaarde vrijwillig wordt weergegeven, mag ze beperkt worden tot de vermelding van de calorieën.

Al lang wordt er gesproken over deze uitzondering voor alcoholhoudende dranken. Maar tot op de dag van vandaag is die nog van toepassing.
De bierbrouwers hebben toegezegd zich voor wat betreft de vermelding van ingrediënten en voedingswaarde te gaan houden aan de voor alle andere dranken geldende regels die in de Verordening verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (1169/2011) staan. Inmiddels wordt in de EU op 60% van de blikjes en flesjes bier de ingrediënten vermeld en op 85% de voedingswaarde.
De gedistilleerdsector houdt zich aan haar eigen bepalingen in de Verordening Gedistilleerde Dranken (787/2019). Verder heeft deze sector aangekondigd de calorische waarde op de verpakking te gaan zetten en informatie over de ingrediënten (inclusief vermelding van de gebruikte grondstoffen) via een QR-code(!), dus off-label, beschikbaar te stellen.
De wijnsector dient zich bij etikettering te houden aan de regels uit de Gedelegeerde Verordening voor de Wijnsector (33/2019) en wellicht over enige jaren ook aan de afspraken in het kader van het akkoord over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Recent heeft de wijnsector besloten om v.w.b. vermelding van ingrediënten en voedingswaarde, zich daarom nu al aan te sluiten bij de initiatieven van de gedistilleerd-sector. Ook de consument van wijn wordt dus op termijn middels een QR-code verwezen naar een website.

Eén van de voorstellen in het Europe's Beating Cancer Plan van de Europese Commissie is echter om voor eind 2022 met een voorstel te komen om vermelding van ingrediënten en voedingswaarde voor alcoholhoudende dranken te verplichten. De Commissie is duidelijk niet (meer) tevreden met de uitzondering voor alcoholhoudende dranken en de initiatieven van de gedistilleerd- en wijnsector.

Waarschuwingslogo's
Nederland heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aanvullende nationale etiketteringsregels te stellen, waarbij dan algemene of specifieke waarschuwingslogo's of -teksten verplicht worden gesteld. Uit een WHO-onderzoek is gebleken dat 13 Europese landen zo'n verplichting kennen, waaronder EU-lidstaten. Zo is het in Frankrijk verplicht om op verpakkingen van alcoholhoudende dranken een waarschuwing op te nemen omtrent alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. De Nederlandse regering vond en vindt dat niet nodig omdat de Nederlandse alcoholbranche zich er voor heeft ingespannen dat 89% van de verpakkingen het "alcohol en zwangerschapslogo" heeft (stand 1 juli 2016). De Europese brouwers volgen dit initiatief en plaatsen inmiddels ook op vele bieren het zwangerschapslogo.
In het Europe's Beating Cancer Plan is opgenomen dat de Europese Commissie in 2023 wil komen met een voorstel om gezondheidsinformatie op alcoholhoudende dranken te verplichten.

-

Overzicht leeftijdsgrenzen alcoholverkoop in EU-lidstaten

Overzicht leeftijdsgrenzen alcohol in EU-lidstaten - januari 2018 (188 kB)

-

Historische overzichten

Het beleid rond alcoholreclame en alcoholmarketing in Nederland: (124 kB)

Historie wijziging Drank- en Horecawet 2013 (197 kB)

Historie verhoging alcoholleeftijd naar 18 jaar (97,2 kB)

De totstandkoming van de Alcoholwet.

-

Integrale wetteksten

Drank- en Horecawet zoals die luidde van 31-12-2017 t/m 30-06-2021 (186 kB)

Alcoholwet - link hier.

-

Wetswijzingen

Wijziging Drank- en Horecawet i.v.m. Preventieakkoord en evaluatie van de wet (78,2 kB)

Wetsvoorstel Ziengs/Aartsen (393 kB)

-

Besluiten

Alcoholbesluit - link hier.

Bouwbesluit - link hier.

-

Ministeriële regelingen

Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank- en Horecawet 2015 (30,8 kB)

Alcoholregeling - versie Staatscourant (677 kB)

Bijlage bij Alcoholregeling (896 kB)

-

Overige documenten

Overzicht blurringregels Alcoholwet 1 juli 2021 (84,1 kB)

Belangrijkste wijzigingen alcoholregelgeving per 1 juli 2021 (115 kB)

Specifiek Interventiebeleid Alcoholwet (1,10 MB)

Evaluatie Drank- en Horecawet (376 kB)

Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt (1,64 MB)

Warenwetbesluit Gereserveerde Aanduidingen (versie 01-07-2021) (142 kB)

Regeling wijn en olijfolie vanaf 26-08-2022 (117 kB)

Verordening EG 491/2009 Integrale GMO-verordening (1,26 MB)

Verordening EU 251/2014 Gearomatiseerde wijnbouwproducten (320 kB)

Verordening (EU) 1308/2013 Gemeenschappelijke Marktordening (2,22 MB)

Verordening EU 787/2019 gedistilleerde dranken (800 kB)

Richtsnoer uitvoering etiketteringsbepalingen (2,61 MB)

Verordening EU 1169/2011 verstrekking voedselinformatie aan consumenten (1,13 MB)

Gedelegeerde verordening EU 33/2019 voor de wijnsector (922 kB)

-

2. Regulering van de alcoholreclame en -marketing

In Nederland zijn drie verschillende bronnen met regels staan over alcoholreclame en -marketing:

1. Alcoholwet
2. Nederlandse Reclame Code (en bijbehorende bijzondere codes)
3. Mediawet 2008

Alcoholwet

De Alcoholwet bevat een artikel dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegdheid geeft om in het Alcoholbesluit regels op te nemen m.b.t. alcoholreclame. Tot nu toe heeft hij van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Nederlandse Reclame Code en bijzondere codes

De alcoholreclame in Nederland wordt voornamelijk gereguleerd middels zelfregulering door de drankindustrie. De regels zijn vastgelegd in de 2 bijzondere codes bij de Nederlandse Reclame Code.

De Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken wordt beheerd door de Stichting Verantwoorde Alcoholconsumptie (STIVA), een samenwerkingsverband van producenten en importeurs van bier, wijn en gedistilleerde dranken.
In de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken zijn de Europese regels opgenomen uit de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten. Nederland is het enige EU land dat deze regels niet heeft geïmplementeerd door opname in een formele wet, maar door opname in de zelfreguleringscode. STAP heeft hierover enkele jaren terug vragen gesteld aan de betrokken minister. Zijn antwoord was dat de Europese Commissie de implementatie "geschikt, voldoende en doeltreffend” vond om de doelen van de richtlijnbepaling te bereiken.

Verder is er sinds enige tijd een Reclamecode voor Alcoholvrij en -Arm bier.In deze code is o.a. vastgelegd dat reclame voor alcoholvrij en -arm bier niet gericht mag worden op jongeren onder de 18 jaar en dat reclame voor alcoholarm bier niet gericht mag worden op zwangere vrouwen en op actieve verkeersdeelname.

Mediawet

Nederland kent sinds 2009 een wettelijk verbod op alcoholreclame op televisie en radio van 06.00 uur tot 21.00 uur. Het verbod is opgenomen in de Mediawet 2008. Het verbiedt Nederlandse omroepen in het genoemde tijdvak spots voor alcoholhoudende dranken uit te zenden. De Mediawet en de bijbehorende beleidsregels bevatten ook enkele bepalingen over (alcohol)sponsoring en product placement. Op deze regelgeving wordt toegezien door het Commissariaat voor de Media.

Zie voor uitgebreidere informatie over alcoholmarketing de betreffende themapagina.

3. Straffen voor rijden onder invloed

De verkeersveiligheid is een verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

In Nederland is de wettelijke limiet voor bestuurders (van auto's, fietsen, brommers, motoren etc.) een bloedalcoholgehalte (BAG) van 0,5 pro mille of een ademalcoholgehalte (AAG) van 220 µg/l. Beginnende bestuurders (mensen die hun rijbewijs minder dan vijf jaar geleden hebben ontvangen) is het niet toegestaan om een BAG te hebben hoger dan 0,2 pro mille of een AAG van meer dan 88 µg/l. Dit BAG/AAG-niveau geldt ook voor mensen jonger dan 24 jaar.

Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Wegenverkeerswet in werking getreden, waardoor voor bestuurders die zowel drugs als alcohol hebben gebruikt het lage BAG/AAG-niveau geldt, namelijk 0,2 pro mille, resp. 88 µg/l. Vanaf 2017 is het voor de politie ook mogelijk om naast de handhaving met voorlopige selectiemiddelen op alcoholgebruik in het verkeer ook met andere voorlopige selectiemiddelen (zoals de speekseltester en het onderzoek van de psychomotorische en oog- en spraakfuncties) op rijden onder invloed te controleren.

In Nederland is het toegestaan om verkeerscontroles te houden waarbij weggebruikers steekproefsgewijs worden gecontroleerd, ook zonder dat er op hen een verdenking rust.

Hoogte straffen

Rijden onder invloed is geen overtreding, maar een misdrijf. Door een wetswijziging per 1 januari 2008 zijn rijden onder invloed zaken onder de OM-afdoening gebracht, hetgeen inhoudt dat er een strafbeschikking wordt opgelegd die door het Centraal Justitieel Incasso Bureau wordt geïncasseerd. Het OM heeft de strafvordering bij rijden onder invloed vastgelegd in een Richtlijn (zie hieronder). De straf die het OM zal vorderen is afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die gemeten is. Verder speelt mee of er sprake was van een verkeersongeval en zo ja, zijn er slachtoffers? Voor de strafmaat is ook van belang of betrokkene eerder met alcohol op in het verkeer gepakt is (recidive). De straffen variëren van een hoge geldboete (maximaal € 7.800) tot 12 maanden cel. Als bijkomende straf kan een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd (artikel 176 Wegenverkeerswet). De maximale periode van de ontzegging van de rijbevoegdheid is 5 jaar en bij recidive is dit 10 jaar. Sinds 2020 kan extra zwaar gestraft worden als er sprake was van roekeloos rijgedrag.

Mocht het tot een rechtszitting komen, dan beslist natuurlijk uiteindelijk de rechter welke straf de rijder onder invloed krijgt. De rechter kan en mag afwijken van de eisen van het OM.

Alcoholkeuring

Daarnaast bestaat in bepaalde gevallen de mogelijkheid dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een bestuurder verplicht om deel te nemen aan het CBR-onderzoek Alcohol om de rijgeschiktheid te onderzoeken. Gekeken wordt of er sprake is van alcoholmisbruik. Mensen die zakken krijgen hun rijbewijs niet terug tótdat zij hebben aangetoond dat te hebben aangepakt. Volgens het CBR gaat dit om 3.300 mensen per jaar.

Een alcoholkeuring moeten ondergaan kan in de volgende situaties:
- De (ervaren) bestuurder heeft een AAG van 785 µg/l of meer, oftewel een BAG hoger dan 1,8 pro mille. Bij een beginnend bestuurder gaat het om meer dan 1,3 pro mille of 570 µg/l of meer.
- Wanneer iemand binnen 5 jaren drie keer is aangehouden wegens rijden onder invloed of een keer niet mee wilde werken aan de ademanalyse van de politie.

Voor mensen die vaker de fout in gaan, zijn de regels strenger. Er is grote kans dat het rijbewijs helemaal ongeldig wordt.

Verkeerscursussen

Er zijn drie verschillende cursussen voor weggebruikers die (alcohol)verkeersdelicten hebben begaan: de EMA (educatieve maatregel alcohol en verkeer), de LEMA (lichtere versie van EMA) en de EMG (educatieve maatregel gedrag en verkeer).

1. de EMA omvat een driedaagse cursus voor mensen die aan het verkeer hebben deelgenomen met een BAG tussen 1,3 en 1,8 pro mille (AAG 570-785 µg/l).
2. de LEMA bestaat uit twee halve dagen van elke 3,5 uur. De LEMA is bedoeld voor beginnende bestuurders met een BAG tussen 0,5 pro mille en 0,8 pro mille (AAG 220-350 µg/l).
3. de EMG (educatieve maatregel gedrag en verkeer) is bedoeld voor bestuurders die tijdens één rit herhaaldelijk ongewenst rijgedrag hebben vertoond. Ook bij een eenmalige zeer zware snelheidsoverschrijding kan een EMG worden opgelegd. Deze EMG-cursus wordt wel de huftercursus genoemd.

Alcoholslotprogramma

Een alcoholslot is een blaasapparaat dat in een auto wordt ingebouwd. Het meet de hoeveelheid alcohol in de adem van degene die wil gaan rijden. Als die hoeveelheid hoger is dan toegestaan dan zal de motor niet starten.

Op 1 december 2011 ging het alcoholslotprogramma van start. Bestuurders die werden betrapt met een BAG tussen 1,3 pro mille en 1,8 pro mille (AAG 570-785 µg/l) en beginnende bestuurders met een BAG tussen de 1,0 en 1,8 pro mille (AAG 435-785 µg/l), kregen van het CBR de plicht een alcoholslot in hun auto te laten inbouwen. Deed je dat niet, dan mocht je niet meer rijden.
Het alcoholslotprogramma werd in oktober 2014 opgeschort nadat het Gerechtshof Den Haag bepaalde dat het alcoholslot gezien moet worden als een straf en er dus naast het alcoholslot geen boete voor rijden onder invloed mag worden opgelegd. De Hoge Raad was het met het Gerechtshof Den Haag eens en ook de Raad van State uitte kritiek op de wet die het alcoholslot regelde. Daarom werden al geen nieuwe alcoholsloten meer opgelegd.
In februari 2016 besloot het kabinet Rutte II niet meer met een nieuw aangepast alcoholslotprogramma te komen. Voor degenen die in het alcoholslotprogramma zaten veranderde er echter niets. Tot september 2016. Vanaf die datum hoeven ook zij niet meer met een alcoholslot te rijden.
In maart 2018 hebben minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet Rutte III definitief afscheid had genomen van het alcoholslot. Daar was een groot aantal Tweede Kamerleden het echter niet mee eens. Die wilde het alcoholslot weer terug. Maar de ministers hielden voet bij stuk.

Overigens hebben inmiddels 8 andere EU-lidstaten het alcoholslot: Finland, Zweden, Polen, Denemarken, Tsjechië, België, Frankrijk en sinds kort Litouwen.

Effectiviteit maatregelen

Uit in 2022 verschenen onderzoek van het WODC is gebleken dat de maatregelen tegen rijden onder invloed zoals hierboven genoemd, niet bij alle overtreders even effectief zijn. Gekeken is naar verschillende subgroepen rijders onder invloed en de LEMA, de EMA, de alcoholkeuring en het alcoholslotprogramma.

Zowel een doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma als de alcoholkeuring blijken effectief in het verminderen van de strafrechtelijke rijden-onder-invloedrecidive. Dit pleit volgens de onderzoekers voor herinvoering van het alcoholslotprogramma als effectieve manier om recidive tegen te gaan. Doorverwijzing naar het alcoholslotprogramma is echter niet effectief voor mensen die jonger dan 16 jaar zijn bij hun eerste strafzaak.

Uit het onderzoek blijkt verder dat een doorverwijzing naar de LEMA extra effectief is voor mensen die al eerdere rijden-onder-invloeddelicten op hun conto hebben. Voor mensen zonder eerdere rijden-onder-invloeddelicten blijkt een doorverwijzing naar de LEMA juist contra-effectief. De onderzoekers menen dat voor deze groep een nog lichtere interventie, bijvoorbeeld in de vorm van e-learning, mogelijk beter aansluit bij het recidiverisico en hun behoeften.

Richtlijn strafvordering rijden onder invloed van alcohol en/of drugs (2020) (474 kB)

Factsheet Rehabilitation courses for road users, SWOV, 2010. (210 kB)

Differentiële effectiviteit maatregelen alcohol en verkeer (1,80 MB)

-

4. Accijns- en btw-heffing

Accijnsheffing

Waarom de overheid accijns heft
De Nederlandse overheid heft van oudsher accijns op alcoholhoudende dranken (net als trouwens 154 andere landen waar alcohol verkocht mag worden). De overwegingen daarvoor zijn tweeledig. De schatkist staat altijd voorop, maar volksgezondheidsargumenten spelen in toenemende mate ook een rol. De overheid kan door gebruik te maken van het accijnsinstrument de prijzen van alcoholhoudende dranken beïnvloeden. Meestal zal immers door een accijnswijziging de prijs van de drank ook worden aangepast. Uit volksgezondheidsoogpunt is verhoging van de accijns een goede zaak. Hoe de consument op een prijsverhoging van alcohol reageert is afhankelijk van de inkomensontwikkeling (koopkracht), de reclame, modetrends en de tarieven in de buurlanden. Sommige onderzoekers stellen dat een prijsverhoging de consumptie tijdelijk vermindert, anderen verwachten een duurzame daling, vooral bij jongeren, maar ook bij zware drinkers.
Men is het er echter over eens, dat een accijns- en prijsverhoging voor alcoholhoudende dranken vrijwel altijd leidt tot een lagere consumptie: veel of weinig, tijdelijk of duurzaam.

Hoe de accijnzen worden geïnd
In Nederland worden op alle alcoholhoudende dranken die verhandeld worden accijnzen geheven. Alleen door consumenten zelfgemaakt bier en zelfgemaakte wijn voor gebruik in huiselijke kring, is vrij van accijns. Voor het maken van bier en/of wijn voor de verkoop en voor het hebben van een distilleerketel is een Vergunning vervaardiging in een accijnsgoederenplaats nodig. Handelaren en importeurs die niet-veraccijnsde alcoholhoudende dranken willen opslaan moeten een Vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats hebben.

Accijnzen zijn, net als btw, inbegrepen in de prijs die de consument betaalt. De accijnsopbrengsten worden door de producenten, de handelaren en de importeurs van accijnsgoederen aan de Belastingdienst overgemaakt. De Belastingdienst int deze belasting dus niet zelf bij de consumenten.

Europese richtlijnen
De Horizontale accijnsrichtlijn (meest recent EU/2020/262 ter vervanging van 2008/118/EG) bevat bepalingen die voor alle accijnsgoederen gelden, zoals algemene definities, tijdstip en plaats van verschuldigdheid van accijns en vrijstellingen. Ook zijn daarin controlebepalingen opgenomen, waaronder het automatiseringssysteem voor accijnsgoederen (Excise Movement and Control System - EMCS) dat binnen de gehele Europese Unie van toepassing is. Binnen de Europese Unie is geregeld dat voor grensoverschrijdende online verkoop de accijns en btw-tarieven van het bestemmingsland gelden.

De structuur van de accijnsheffing op alcoholhoudende dranken en de minimumtarieven zijn geregeld in twee andere Europese richtlijnen. Het betreft de Richtlijn betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (92/83/EEG, met ingang van 1 januari 2022 gewijzigd) en de Richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken (92/84/EEG). Die Europese minimumtarieven zijn overigens erg laag en bij wijn zelfs €0,00. In feite komt dat erop neer dat een EU-lidstaat zelf kan kiezen of het accijns op wijn heft!
Beide richtlijnen zijn in Nederland geïmplementeerd in de Wet op de accijns. De accijnsheffing in ons land is de verantwoordelijkheid van de minister van Financiën. De laatste jaren is dit dossier in handen van de staatssecretaris.

Wet op de Accijns
Op grond van de Europese richtlijnen wordt in Nederland als volgt accijns geheven:
- Voor bier met meer dan 0,5% alcohol gelden 4 verschillende accijnscategorieën. Niet het alcoholgehalte van het bier bepaalt de categorie, maar het extractgehalte van het bier. Het extractgehalte wordt uitgedrukt in graden Plato (°P). Hiermee wordt bedoeld het gehalte aan oplosbare suikers die in het stamwort van het bier zit, plus het gehalte van de stoffen die na de gisting aan het bier zijn toegevoegd. Als vuistregel kan aangehouden worden, dat het aantal graden Plato maal 0,4, het alcoholgehalte van het uiteindelijke bier wordt. Voor bieren met veel onvergistbare suikers gaat deze regel echter niet op.
N.B. Vanaf 1 januari 2024 verandert dit. Dan komt er één bieraccijnstarief op basis van het alcoholgehalte. De vier bieraccijnscategorieën die thans gebruikt worden, komen te vervallen.
- Bij wijn waren er altijd verschillende accijnstarieven voor bepaalde mousserende wijnen (meer specifiek: wijnen met een plofkurk met een metalen vlechtwerkje, zoals champagne en bepaalde prosecco's) en niet-mousserende wijnen (ook wel stille wijn genoemd). Dat onderscheid is in 2017 komen te vervallen. Nu bepaalt zowel bij mousserende als bij stille wijnen alleen nog het alcoholpercentage van de betreffende wijn de uiteindelijke accijnsafdracht. Is het alcoholgehalte meer dan 1,2%, maar maximaal 8,5% dan geldt het lage tarief, is het alcoholgehalte meer dan 8,5% (wat meestal het geval is) dan geldt het hoge tarief. Cider wordt v.w.b. de accijnzen aangemerkt als wijn. Er is wel een speciale accijns voor tussenproducten zoals port, sherry en vermout.
- Bij gedistilleerde dranken (en mixdranken) wordt de accijns geheven als een vast bedrag per hectoliter pure alcohol. Hard seltzers worden altijd belast als gedistilleerde dranken.

Als consumenten accijnsgoederen waarover de accijns al betaald is, meenemen van een ander EU-land, dan wordt er niet opnieuw accijnzen geheven, voor zover zij zich aan de volgende maximumhoeveelheden houden: 10 liter gedistilleerde drank, 90 liter wijn (inclusief max. 60 liter mousserende wijn), 20 liter versterkte wijn en 110 liter bier. De genoemde hoeveelheden zijn groter dan de gemiddelde jaarlijkse consumptie van één inwoner van de EU. Daarom liggen die momenteel onder vuur.
Van buiten de EU naar Nederland mag je accijnsvrij invoeren: 1 liter sterke drank, óf 2 liter mousserende wijn óf 2 liter sherry of port, 4 liter stille wijn en 16 liter bier. Deze aantallen gelden alleen voor personen van 17 jaar en ouder.

Richtlijn 92/83/EEC (versie 1 januari 2022) (298 kB)

Richtlijn 92/84/EEG (372 kB)

-

Tarieven in Nederland
In Nederland kennen vrijwel alle accijnzen een jaarlijkse inflatiecorrectie. De alcoholaccijnzen vormen wat dat betreft een uitzondering. Die worden niet elk jaar, maar eens in de zoveel jaar opgehoogd.

Bij het vaststellen van het nieuwe tarief wordt meestal gekeken naar de inflatie sinds de vorige wijziging en die wordt dan geheel of gedeeltelijk "meegenomen". In de praktijk betekent dat, dat er eens in de zoveel jaar redelijk forse tariefstijgingen zijn, maar dat – ondanks die forse stijgingen – de accijnstarieven over enkele tientallen jaren bekeken toch wel zijn achtergebleven bij de inflatie. Vooral de accijns op gedistilleerde dranken is de afgelopen decennia maar beperkt meegestegen met de inflatie.

Dat de accijnzen niet elk jaar een beetje aangepast worden, maar eens in de zoveel jaar fors, wordt geïllustreerd door het feit dat de laatste algemene verhoging van de alcoholaccijnzen in 2014 was en dat alle tarieven toen 5,75% stegen, met uitzondering van bieren tot 7°P. Het accijnstarief voor die bieren steeg met 25%.
In 2015 waren er geen alcoholaccijnsverhogingen.
In 2016 werd alleen de belasting op bieren tot 7°P weer verhoogd. Formeel ging het bij alcoholvrij bier om een verhoging van de verbruiksbelasting en bij alcoholarm bier om een verhoging van de bieraccijns. Voor beide categorieën bieren geldt sindsdien een tarief van €8,83 per hectoliter.
In 2017 is een vereenvoudiging van de accijnstarieven in werking getreden. Het onderscheid tussen mousserende en niet-mousserende wijnen en tussenproducten is komen te vervallen. Oorspronkelijk wilde het kabinet dat gepaard laten gaan met een verhoging van de wijnaccijns. Na een gesprek met de wijnbranche werd daar echter van afgezien. Integendeel, er was zelfs een lichte daling van het tarief van "gewone" wijnen met een alcoholgehalte hoger dan 8,5% (de meeste wijnen zitten tussen de 11 en 14%). Vanaf 2017 zijn de accijnstarieven niet gewijzigd.

In 2024 zal het tarief van de bieraccijns gewijzigd worden. Dat hangt samen met twee ontwikkelingen.
Ten eerste komt er een verhoging van de verbruiksbelasting op frisdranken (inclusief alcoholvrij bier). Die gaat van €8,83 naar €26,13. Om ervoor te zorgen dat alcoholvrije dranken niet zwaarder belast worden dan alcoholhoudende dranken wordt de accijns op bieren met minder dan ≈3,5% alcohol eveneens tot dat bedrag verhoogd.
Ten tweede wordt in 2024 de nieuwe manier van berekening van de bieraccijns ingevoerd. Die wijzigt dan van graden Plato naar volumeprocenten alcohol. De vier bieraccijnscategorieën die thans gebruikt worden, komen dan te vervallen.

E.e.a. betekent in de praktijk dat in 2024 alle bieren met minder dan ≈3,5% alcohol één basistarief kennen: € 26,13 (exclusief BTW). Daarboven geldt: hoe meer alcohol, hoe hoger het accijnstarief. Bij elke procentpunt gaat het tarief met €7,49 omhoog.

Huidige accijns per glas:
Glas pilsner bier (250 cc): 9,5 cent*
Glas stille of mousserende wijn (100 cc): 8,8 cent
Glas jenever (35 cc): 20,7 cent

* Brouwerijen die minder dan 200.000 hectoliter bier produceren hoeven minder accijns af te dragen (92,5%). Een voorstel van staatssecretaris Hans Vijlbrief deze korting voor kleine brouwerijen vanaf 2023 af te schaffen is NIET door de Tweede Kamer gekomen.

Tabel: Accijnstarieven (meest voorkomend) vanaf 2017

Bier per hl in graden Plato 
Minder dan 7 € 8,83
7 - 11 € 28,49
11 - 15 € 37,96
15 en meer € 47,48
  
Wijn per hl in volume procenten alcohol 
Maximaal 8,5% volume alcohol € 44,24
Meer dan 8,5% volume alcohol € 88,30
  
Tussenproducten per hl in volume procenten alcohol 
Maximaal 15% volume alcohol € 105,98
Meer dan 15% volume alcohol € 149,30
  
Gedistilleerd per hl per % volume alcohol € 16,86

-

Accijnstarieven per hl (meest voorkomend) sinds 2012 (89,7 kB)

-

Accijns-opbrengsten
Zowel het Ministerie van Financiën als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceren gegevens over accijnsopbrengsten. Het Ministerie van Financiën registreert de kasontvangsten, het CBS - conform Europese voorschriften - de ontvangsten op transactiebasis, dat wil zeggen op het moment waarop de activiteit plaatsvindt die tot de belastingschuld leidt. STAP maakt gebruik van de CBS-cijfers omdat die een beter beeld geven van het effect van accijnswijzigingen en bovendien Europese vergelijkingen mogelijk maken.

Opbrengsten accijnzen op alcoholhoudende dranken 2000-2021 (x 1.000.000) volgens CBS

Jaar Bier Wijn* Gedistilleerd Totaal
2000 263 173 397 833
2001 287 172 413 872
2002 306 212 472 990
2003 300 227 357 884
2004 346 233 378 957
2005 297 237 373 907
2006 335 242 321 898
2007 310 257 335 902
2008 318 285 328 931
2009 390 285 306 981
2010 389 304 331 1.024
2011 383 299 314 996
2012 387 316 348 1.051
2013 413 348 306 1.067
2014 423 357 311 1.091
2015 451 329 314 1.119
2016 446 354 324 1.128
2017 447 346 331 1.124
2018 457 347 342 1.146
2019 422 330 331 1.083
2020 384 329 321 1.034
2021 390 338 344 1.072

* inclusief tussenproducten

Btw-heffing

Op alcoholhoudende dranken (inclusief de accijns daarop) wordt btw geheven. De btw is in de prijs die de consument moet betalen begrepen.
Voor vrijwel alle alcoholhoudende dranken geldt het hoge 21%-tarief. Alleen bier (en biermengsels) met 0,5% alcohol of minder en andere dranken met 1,2% alcohol of minder vallen onder het 9%-tarief.
Door alcoholhoudende dranken te belasten met het hoge tarief, geeft de wetgever aan dat alcoholhoudende dranken luxe goederen zijn, die niet behoren tot het "basispakket".

Voor postmixen en andere "samengestelde" dranken in de horeca geldt een speciale regeling. Indien de drank een samenstelling is van ingrediënten met een 9%- en met een 21%-tarief en de verkoopprijs tot stand is gekomen door de verkoopprijzen van de afzonderlijke ingrediënten bij elkaar op te tellen, dan mag de ondernemer voor de verschillende ingrediënten het daarvoor geldende BTW-tarief hanteren, op voorwaarde dat dit ook als zodanig wordt geadministreerd. Voorbeelden: rum/cola en Irish Coffee.

Bij een all-inclusive maaltijd moet over de maaltijd en de alcoholvrije drank 9% btw betaald worden, over de alcoholhoudende drank 21%. De Hoge Raad heeft dat goedgekeurd. De Europese richtlijnen staan het lidstaten toe om voor restaurantdiensten een uitzondering te hanteren in hun wetgeving en de levering van alcoholhoudende drank uit te sluiten van het verlaagde 9% btw-tarief.

-

Dmmkdjli2

5. Educatie en bewustwording

Massamediale voorlichting

In 1986 startte het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een grootschalige landelijke Postbus 51 campagne over alcohol. De campagne omvatte massamediale activiteiten, voornamelijk televisie- en radiospotjes, en regionale activiteiten. In de eerste jaren was de campagne gericht op het algemene publiek, later op jongeren en ouders. Op lokaal niveau werden aansluitende projecten uitgevoerd.

Oorspronkelijk werd de campagne gecoördineerd door het ministerie zelf, later door het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ), na 2008 door het Trimbos-Instituut. Dit instituut heeft ook - als onderdeel van de campagne - een telefonische hulplijn en een website met alcoholinformatie opgestart. De slogan van alle activiteiten ("DRANK maakt meer kapot dan je lief is") was zeer goed bekend bij het algemene publiek en werd ook hoog gewaardeerd. In 2010 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten alle op gedragsverandering gerichte Postbus 51 campagnes - dus ook de campagne "DRANK maakt meer kapot dan je lief is", met ingang van 2012 te stoppen, omdat dergelijke campagnes te betuttelend zouden zijn.

Nix18

Inmiddels is de rijksoverheid hierop teruggekomen: sinds najaar 2013 wordt immers de meerjarige NIX18 campagne gevoerd, die duidelijk moet maken dat het heel gewoon en eenvoudig is om voor je 18de niet te roken en te drinken. Diverse televisie-spotjes zijn onderdeel van deze campagne.

In 2020 is zelfs weer een overheidscampagne gericht op het algemene publiek gestart: de Dranquilo-campagne. Dranquilo is een samenvoeging van drank en het Spaanse woord 'tranquilo', wat 'kalm aan' betekent. Als je – korter of langer - geen alcohol drinkt, kun je dat aangeven door te zeggen: 'Ik ben dranquilo' of 'Vanavond doe ik lekker dranquilo'. De campagne is bekroond met een SAN Accent.

Dranquilo3

-

In 2022 is de campagne "NIX18 = niet voor niks" gestart. Samen met hersenwetenschapper Erik Scherder waarschuwt het Trimbos instituut voor alcohol onder 18 jaar. De nieuwe boodschap is: ‘Verantwoord leren drinken bestaat niet’.

Nix18 hersenen

-

Preventie binnen sportverenigingen

De rijksoverheid steunt - samen met zorgverzekeraar DSW, NOC*NSF en enkele sportbonden - ook preventieve activiteiten binnen sportverenigingen. Doel is vooral de slechte naleving van de leeftijdsgrenzen bij het schenken van alcohol in de sportkantines aan te pakken. In dat kader bezoekt kinderarts Nico van der Lely de komende jaren - samen met enkele teams - een groot aantal sportclubs om ze bewust te maken van de schadelijke gevolgen van overmatig drankgebruik onder jongeren.

Dgsg2

Schoolvoorlichting

Het bekendste schoolvoorlichtingsprogramma over alcohol is door het Trimbos-instituut ontwikkeld. Het gaat om het programma 'Helder op School', vroeger 'De Gezonde School en Genotmiddelen' genaamd. Het omvat materalen gericht op het primair onderwijs, het voortgezet (speciaal) onderwijs, het MBO en het HBO/WO. De uitvoering is zoveel mogelijk op regionaal niveau door preventiewerkers van de GGD en de regionale instellingen voor verslavingszorg. Deze preventiewerkers zijn getraind door het Trimbos-instituut.

In het programma wordt niet alleen aandacht besteed aan alcohol, maar ook aan tabak, drugs en gamen. 'Helder op School' is een integraal programma.
Het kent 4 pijlers:
1. Beleid. De basis is een goed beleid met heldere afspraken die bij iedereen bekend zijn.
2. Educatie. De lesprogramma’s en materialen zijn afgestemd op niveau en leeftijd van de leerlingen of studenten, geven actuele informatie en leren hen vaardigheden om eigen keuzes te kunnen maken.
3. Signaleren. Het signaleren en begeleiden van individuele leerlingen met (beginnende) problemen op dit gebied vraagt om specifieke kennis en vaardigheden van medewerkers van de school en een gedegen zorgplan.
4. Omgeving. De fysieke omgeving is zoveel mogelijk aangepast, bijvoorbeeld met een rookvrij schoolterrein, en de sociale omgeving - de ouders - wordt actief betrokken met informatie en speciale ouderavonden.

In de ruim 30 jaar dat het programma bestaat, is het steeds verder ontwikkeld en is ook veel onderzoek gedaan naar de effecten. De opzet van de niveau- en leeftijdsspecifieke educatiematerialen is gebaseerd op onderzoek naar wat werkt op welke leeftijd.

Het streven van 'Helder op School' is om door onderzoek, ontwikkeling en innovatie in nauwe betrokkenheid met de doelgroep, leerlingen en studenten bewust te maken van de gevolgen van roken, het gebruik van alcohol en drugs en overmatig gamen, om hen te stimuleren om niet te gaan roken, geen drugs te gebruiken, niet te veel te gamen en verantwoord om te gaan met alcohol vanaf 18 jaar. Om dit te kunnen realiseren betrekt 'Helder op School' nadrukkelijk de schoolomgeving en de ouders van de leerlingen bij de uitvoering van het programma.

Het programma krijgt subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bijna 2.000 scholen registreerden zich in het schooljaar 2018-2019 voor 'Helder op School' bij een regiocontactpersoon, maar in de praktijk worden meer scholen bereikt.

Bob2

Voorlichting over gevaren van rijden onder invloed

De BoB-campagne heeft tot doel het bewustzijn van de gevaren van rijden onder invloed te vergroten. Het geven van algemene informatie over rijden onder invloed wordt in campagne-periodes gecombineerd met verhoogd politietoezicht. Het is een campagne gericht op “nuchtere chauffeurs”. Voor het uitgaan wordt afgesproken wie de chauffeur zal zijn, die daarom verder nuchter blijft en zijn/haar vrienden veilig naar huis rijdt.
De BoB-campagne ontstond in België, in 1995. Nederland nam het concept in 2001 over. In Nederland wordt de campagne gecoördineerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Participanten zijn de alcoholproducenten en Veilig Verkeer Nederland.

Ikpas logo 3

IkPas

Een aparte vermelding verdient IkPas. Dat is een initiatief dat erop gericht is om drinkers te stimuleren hun alcoholgebruik een poosje (30 of 40 dagen of een maand) te pauzeren. Ze kunnen dan zien wat er gebeurt als ze hun drinkgedrag doorbreken. De deelnemers worden actief ondersteund bij het behalen van hun doelen.

IkPas wordt georganiseerd door Stichting Positieve Leefstijl. Er zijn jaarlijks diverse campagnes. De bekendste is die in januari, ook wel - naar het voorbeeld van Engeland - Dry January genoemd. Ook zijn er campagnes tijdens de vastenperiode en campagnes gericht op ouderen (samen met de ouderenbond KBO-PCOB). In 2021 schreven in totaal 46.738 mensen zich voor de Nederlandse campagnes in.

Onderzoek heeft aangetoond dat relatief veel deelnemers positieve lichamelijke en mentale effecten ervaren. Concreet: 62% is mentaal fitter, 64% zegt beter "nee" tegen alcohol en 32% valt af.

Uit de evaluatie van IkPas 2021 bleek dat zes maanden na de campagne de deelnemers gemiddeld 5 glazen per week minder dronken dan vóór de campagne (een vermindering van 31%).

Meer informatie

Meer informatie over deze campagnes: NIX18, Dranquilo, NOC*NSF, Helder op School, BoB en IkPas.

Een overzicht van alle aanbevolen en goed beschreven alcoholinterventies vindt u hier.

6. Behandeling

In Nederland bestaat een goed netwerk van professionele behandelingsmogelijkheden voor probleemdrinkers. Huisartsen bieden eerstelijns zorg. Maar het is bekend dat nogal wat alcoholproblemen in dit echelon niet worden onderkend.

Probleemdrinkers worden meestal behandeld in een van de 11 door de overheid gefinancierde regionale verslavingszorginstellingen, waar zowel drugsverslaafden als alcoholisten terecht kunnen. De verslavingszorg is onder te verdelen in twee groepen van ongeveer gelijke grootte: gespecialiseerde verslavingszorginstellingen en instellingen die gefuseerd zijn tot een GGZ brede instelling (de zogenaamde geïntegreerde instellingen).

Het huidige zorgaanbod in de verslavingszorginstellingen is zeer gedifferentieerd. Het aanbod reikt van ambulante behandelprogramma’s tot klinische behandeling. De klinische behandeling omvat korte detoxificatie (tot drie weken), kortdurende opnames (tot drie maanden) en langerdurende opnames (maximaal één jaar) waar intensieve behandelprogramma’s worden geboden. Een klinische opname gaat bijna altijd gepaard met een ambulante behandeling (voorafgaand of als vervolgbehandeling).
De uitgaven aan verslavingszorg waren in 2017 zo'n € 820 miljoen euro. Dit komt overeen met 0,93 procent van de totale zorguitgaven in Nederland.

Jaarlijks worden circa 29.000 alcoholcliënten in de verslavingszorginstellingen behandeld. Meestal gaat het om ambulante behandelingen. Drie veel gebruikte medicijnen gericht op abstinentie of reductie in het gebruik van alcohol zijn: naltrexon, acamprosaat en disulfiram.

Sinds 2008 worden jonge patiënten (jonger dan 18 jaar) die in het ziekenhuis zijn opgenomen met een alcoholcoma, soms behandeld in een zogenaamde "alcoholpoli" waar hen tevens een uitgebreid nazorgprogramma wordt geboden. Die aanpak is effectief gebleken. Er werken inmiddels meer ziekenhuizen met dit protocol. Per 1 januari 2016 is deze werkwijze financieel geborgd door onder meer de opname van de medisch-psychologische verrichtingen in de bestaande (somatische) DBC/DOT alcoholintoxicatie Jeugd. Verschillende instellingen in de verslavingszorg hebben hun protocol op deze werkwijze afgestemd of hebben de afgelopen jaren vergelijkbare programma's ontwikkeld.

Behandeling wordt ook aangeboden door een breed scala aan religieuze organisaties, privéklinieken en vele lokale zelfhulpgroepen, zoals de Buitenveldert Groep van de Stichting Zelfhelp Nederland en de groepen van de Anonieme Alcoholisten (AA). De meetings van de AA-groepen trekken gezamenlijk wel zo'n 2.000 mensen! Er zijn ook privécoaches die hulp bieden om bewuster met alcohol om te gaan. Een voorbeeld daarvan vindt u op ontwijnen.nl.

Er zijn ook online behandelprogramma's beschikbaar. Een overzicht is hier te vinden. Nieuw is de app Maxx die helpt om te minderen. Maxx wordt gratis aangeboden via de App Store en Google Play Store.

STAP heeft met Universiteit Maastricht een effectief e-health programma ontwikkeld om alcohol tijdens de zwangerschap terug te dringen. Dit programma heette: Negen Maanden Niet. Deze speciale e-health cursus is inmiddels door STAP overgedragen aan het Trimbos-instituut, dat meer e-health programma's beheert. Zij hebben het doorontwikkeld en een nieuwe naam gegeven: Alcoholvrij Zwanger. Een vergelijkbaar programma is in 2021 ontwikkeld door de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), samen met IkPas/Stichting Positieve Leefstijl. Het programma heet Mijn Nuchtere Baby.

Er bestaat ook een zelftest om het eigen drinkgedrag te analyseren. Na het invullen van deze Drinktest.nl krijgt men informatie en advies op maat.

Samen Nuchter, de online-cursus voor naasten van alcohol- en drugsverslaafden, en Kopstoring, voor jongeren met een vader of moeder met psychische en/of verslavingsproblemen, mogen ook niet onvermeld blijven.

STAP-publicaties over dit thema

Overzicht leeftijdsgrenzen alcoholverkoop in EU-lidstaten - januari 2018 (december 2017)
Factsheet Wanneer is bier voor de wet alcohol? (12 september 2017)
Factsheet Duurdere drank spaart levens (21 oktober 2016)
Ziek van alcohol; een analyse van de kennis onder de Nederlandse bevolking (30 mei 2012)
Factsheet alcohol en prijsbeleid (14 oktober 2011)
Factsheet maatschappelijke kosten en schade alcoholgebruik (14 december 2010)
Factsheet Nederlands alcoholbeleid (4 juni 2008)

In deze lijst zijn niet opgenomen de vele publicaties rond het thema alcoholmarketing.

Recent nieuws

Uitstel verhoging belasting op alcoholvrij bier en laagste tarief bieraccijns (10 november 2022)
Van Ooijen beantwoordt vragen over toekomst van het alcoholoverleg (8 n0vember 2022)
Tweede Kamer wil einde aan alcohol op afbetaling (8 november 2022)
Alcohol op afbetaling bij webshops rukt op, experts willen dat kabinet ingrijpt (5 november 2022)
Artsen met een verslaving zoeken vaak geen hulp (4 november 2022)
Wat te doen in de slijterij met klanten met alcoholproblemen (26 oktober 2022)
Antwoorden op Kamervragen over het persbericht van NVDI en STAP (21 oktober 2022)
Nieuwe NIX18-campagne vooral bekend door de tv-filmpjes (18 oktober 2022)
Van Ooijen: vertrouwen in het Preventieakkoord niet verloren (13 oktober 2022)
Van Dalen: er waren veel no-go's (13 oktober 2022)
Gemengde reacties op stoppen Alcoholtafel (13 oktober 2022)
Van Ooijen: "Ik wil niet voortmodderen" (12 oktober 2022)
Van Ooijen: "Stoppen Alcoholtafel onontkoombaar" (12 oktober 2022)
Kamervragen over persbericht STAP en NVDI over Alcoholtafel (7 oktober 2022)
PERSBERICHT: NVDI en STAP: huidige samenstelling Alcoholtafel van het Nationaal Preventieakkoord leidt niet tot gewenste resultaat (5 oktober 2022)
Van Dalen: Wijntje bij de kapper? Bleef het daar maar bij! (29 september 2022)
D66-senator: plannen coalitieakkoord tegenstrijdig (28 september 2022)
PERSBERICHT: Nieuwe publicatie over de lobby-strategieën van de alcoholindustrie (26 september 2022)
Toestaan blurring staat op gespannen voet met recht op gezondheid (24 september 2022)
Kabinet stelt hoger belastingtarief voor op frisdrank, alcoholvrij en licht bier (20 september 2022)
D66-Kamerlid twijfelt aan blurringplannen uit Coalitieakkoord (18 september 2022)
Invoering horizontale accijnsrichtlijn 2020 vertraagd (16 september 2022)
Maatregelen alcohol en verkeer niet voor alle overtreders even effectief (12 september 2022)
Promotieonderzoek naar digitale interventies tabak en alcohol bij ex-kankerpatiënten (2 september 2022)
Brouwers verzetten zich tegen verhoging verbruiksbelasting (19 augustus 2022)
Landelijke Commissie Sociale Hygiëne formeel opgericht (15 augustus 2022)
Van Ooijen: "Er moet een tandje bij" (12 augustus 2022)
Volgens ex-alcoholverslaafde Hans denken we te makkelijk over drank (9 augustus 2022)
Online drankwinkels omzeilen verbod op hoge kortingen (3 augustus 2022)
Oproep tot aanscherping en verbreding Nationaal Preventieakkoord (25 juli 2022)
Van Ooijen: "Extra inzet nodig om doelen Nationaal Preventieakkoord te behalen" (5 juli 2022)
Advies Trimbos-instituut over alcohol en overgewicht (5 juli 2022)
Oud Justitie-bewindsman Teeven voorzitter Nederlandse Brouwers (29 juni 2022)
Nieuwe NIX18-campagne van start (9 juni 2022)
Zakkaart alcoholproblematiek in GGZ verschenen (7 juni 2022)
Krijgt het Preventieakkoord nog een zinvol vervolg? (2 juni 2022)
Van Ooijen niet blij met passage over blurring in Coalitieakkoord (25 mei 2022)
VWS besteedde bijna 5 miljoen euro aan alcoholpreventie (18 mei 2022)
Grote influencers moeten zich binnenkort ook aan reclameregels houden (17 mei 2022)
Wetswijziging moet drugs- en alcoholtest op het werk mogelijk maken (13 mei 2022)
Van Ooijen gaat aan de slag met alcoholmarketing richting jongeren (8 mei 2022)
Bier drinken aan boord sleepboot geen goede reden voor ontslag (26 april 2022)
Blurring weer dichterbij na verwerping motie in Tweede Kamer (20 april 2022)
Consultatie gestart over regeling gebruik persoonsgegevens door LADIS - LTR (19 april 2022)
Onduidelijkheid over toekomst ventilatie-eisen horecalokaliteiten (17 april 2022)
Motie ingediend over onderzoek blurring (14 april 2022)
Slecht levensgedrag alleen bij gedragingen die evident daaronder vallen (12 april 2022)
Gesprek tussen Van Dalen en Dünnbier (29 maart 2022)
In 2024 geen wegwerpglazen meer in de horeca (29 maart 2022)
Van Ooijen zal uitvoering geven aan blurringplannen Coalitieakkoord, ondanks kritiek Kamer (24 maart 2022)
"Als het aan de politiek ligt zuipen we lekker door" (21 maart 2022)
Van Ooijen: "Ongezonde keuze voor alcohol moeilijker maken" (17 maart 2022)
Geen boete voor drankvoorraad voor eigen gebruik in privéruimte (9 maart 2022)
Aandacht voor preventie in Tweede Kamer-debat (8 maart 2022)
Van Ooijen geeft in Hooflijnenbrief VWS toelichting op preventieaanpak (5 maart 2022)
Hogere straffen voor geweld onder invloed blijven vaak uit (28 februari 2022)
Van Ooijen: Schrappen bijschrijving dagleidinggevenden op de vergunning onwenselijk (21 februari 2022)
Kabinet heft spoedig bijna alle coronamaatregelen op (15 februari 2022)
Van Hasselt: blurring nadelig voor de volksgezondheid (5 februari 2022)
Nachtclubs gooien uit coronaprotest de deuren open (2 februari 2022)
"NVWA moet flitsbezorgers strenger controleren op alcoholverkoop aan minderjarigen" (26 januari 2022)
Vanaf morgen horeca, cultuursector en winkels open tot 22:00 uur (25 januari 2022)
Brouwers druk bezig om horeca weer van bier te voorzien (23 januari 2022)
Trimbos-instituut tegen verruiming beschikbaarheid van alcohol (23 januari 2022)
Dertig hoogleraren uiten zorgen over blurring-plannen kabinet (19 januari 2022)
Horeca hier en daar open ondanks verbod (15 januari 2022)
Horeca- en cultuursector blijven nog zeker tien dagen dicht (14 januari 2022)
Bruins Slot - mede-indiener van NIX18 - minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (3 januari 2022)

Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP
Postbus 9769
3506 GT Utrecht
T: +31 (0)30-6565041
F: +31 (0)30-6565043
E: info@stap.nl