NL EN
DONEER NU!



-

Alcohol & Hersenen

Op deze themapagina vindt u informatie over de invloed van alcohol op de hersenen.
U vindt antwoord op vragen over:
- I De directe effecten van alcohol op de hersenen
- II Verstoring van de hersenontwikkeling bij jongeren door regelmatig alcoholgebruik
- III Welke hersenschade kan ontstaan bij langdurig gebruik

Wist u dat?

  • Alcohol ongeveer 10 minuten nadat iemand gedronken heeft zijn hersenen bereikt?
  • Alcohol invloed heeft op alle delen van de hersenen?
  • Alcohol de werking van neurotransmitters verstoort?
  • Alcohol zorgt voor verdoving van de hippocampus, waardoor je een blackout kunt krijgen?
  • Door alcohol de kleine hersenen langzamer gaan werken, wat zorgt voor stoornissen in motoriek, coördinatie en evenwicht?
  • Er jaarlijks zo’n 6.000 patiënten met een (dreigend)alcoholcoma bij de Spoedeisende Eerstehulp behandeld worden?
  • Alcoholgebruik het dopamine systeem in het beloningscentrum van de hersenen verstoort, waardoor er alcoholtolerantie kan ontstaan?
  • Een ongeboren baby hersenschade kan oplopen door het drinken van de moeder?
  • Bij jongeren die veel drinken er een abnormale en versnelde afname te zien is van het volume van de grijze stof, met name in de frontaalkwab?
  • Hoe vaker jongeren drinken of hoe jonger ze beginnen met drinken, hoe hoger het risico is op het ontwikkelen van een alcoholprobleem, zoals verslaving?
  • In ongeveer de helft van de onderzoeken jongeren die stevig alcohol drinken het slechter doen op school dan jongeren die niet drinken?
  • De Gezondheidsraad in een advies over alcohol en hersenontwikkeling bij jongeren tot 24 jaar stelt dat het voor jongeren een verstandige keuze is om niet te drinken?
  • Er een verhoogd risico lijkt op een steeds kleiner worden hippocampus bij langdurige consumptie van 24 glazen alcohol of meer per week, maar dat er ook al effecten zijn bij lagere consumptieniveaus?
  • Nederland naar schatting 8.000 tot 10.000 mensen met het Wernicke-Korsakov syndroom telt?
  • Stevige drinkers met een leverziekte extra risico op hersenschade lopen?
  • Ongeveer 75% van de mensen met hersenschade in een bepaalde mate herstelt als ze de juiste behandeling krijgen?

I. Wat zijn de directe effecten van alcohol op de hersenen?

Hoe bereikt alcohol de hersenen?

De alcohol die we drinken komt via de mond en de slokdarm in de maag terecht. Een klein deel wordt daar omgezet. De rest komt onverteerd, dus in pure vorm, via de dunne darm in het bloed terecht en wordt vervolgens verdeeld over het lichaamsvocht. Na een minuut of 10 bereikt alcohol de hersenen. De hersenen bevatten veel bloed en de alcohol kan gemakkelijk de hersencellen binnendringen. Dit komt doordat het omhulsel van de cel (de celmembraan) uit vetten bestaat en alcohol goed oplosbaar is in vet.

De hoeveelheid alcohol in het bloed, het bloedalcoholgehalte (BAG), wordt uitgedrukt in promille (‰). Dat is het aantal milligrammen pure alcohol per milliliter bloed. Een promillage van 0,5 wil zeggen dat 1 milliliter bloed een halve milligram pure alcohol bevat.

Het is niet zo dat iedereen hetzelfde bloedalcoholgehalte krijgt na het drinken van een bepaald aantal glazen alcoholhoudende drank. Daarbij speelt lichaamsgewicht en de verhouding lichaamsgewicht en lichaamsvocht een rol. Wie veel weegt, heeft meer lichaamsvocht dan een lichter iemand. Een lichter iemand merkt dus meer van eenzelfde aantal glazen dan iemand die veel weegt. Daarnaast is er ook nog een verschil tussen mannen en vrouwen: het lichaam van een vrouw bevat minder vocht per kilo gewicht dan dat van een man. En dat zorgt er dus voor dat een vrouw na evenveel glazen een hoger BAG krijgt dan een man. Verder wordt bij vrouwen een veel kleiner gedeelte in de maag verteerd dan bij mannen. Van belang is ook of er voedsel in de maag zit. Is dat het geval, dan duurt de opname van de alcohol iets langer en wordt het BAG ook iets minder hoog dan als de maag leeg is.

Hoe hoger BAG*, hoe riskanter
Bij 0 tot 0,5‰ worden polsslag en ademhaling sneller. De bloedvaten verwijden zich, wat een warm gevoel geeft. Smaak, reuk en gezichtsvermogen gaan iets achteruit en ook het pijngevoel vermindert. De eetlust neemt toe, de drang tot urineren ook.
Bij 0,5 tot 1,5‰ veranderen stemming en gedrag zeer duidelijk. De zelfoverschatting doet zijn intree.
Bij 1,5 tot 3‰ wordt het gedrag overdreven emotioneel. De zelfkritiek verdwijnt. Het gezicht wordt rood en zwelt op, de pupillen verwijden zich. De kans op misselijkheid en braken wordt groot.
Bij 3 tot 4‰ raken de zintuigen verdoofd. De drinker is totaal in de war. Wat hij hoort en ziet, dringt nauwelijks nog tot hem door.
Tegen de 4‰ ontstaat levensgevaar. De drinker raakt in coma en kan uiteindelijk sterven aan demping van het centrale zenuwstelsel, waardoor de ademhalingscentra in de hersenen verlamd raken.
 
*De genoemde BAG-niveaus gelden voor volwassenen, niet voor jongeren. Voor jongeren gelden lagere BAG-waarden.

Bron: R. Posma. Feiten over alcohol.

Welke delen van de hersenen worden verstoord?

Zodra de alcohol de hersenen heeft bereikt ben je onder invloed. Met het oplopen van het BAG-niveau worden hoe langer hoe meer delen van de hersenen duidelijk verstoord. Jongens en meisjes ondervinden overigens sneller (op een lager BAG-niveau) de effecten van alcohol op de hersenen dan volwassen mannen en vrouwen.

Neurotransmitters, zoals GABA en glutamaat, zorgen ervoor dat boodschappen tussen hersencellen (neuronen) worden overgebracht. Alcohol verstoort de gevoelige balans tussen de neurotransmitters. Alcohol stimuleert GABA, de belangrijkste remmende neurotransmitter, en remt glutamaat, de belangrijkste stimulerende neurotransmitter in de hersenen. Het overall effect is remmend en angstverlagend. Alcohol vertraagt ook het tempo van de communicatie tussen hersencellen, oftewel: de hersenen zijn minder actief. Het brein probeert deze veranderingen in neurotransmitters te compenseren. Dit leidt tot een verstoorde balans in lichamelijke reacties en stemmingen.

Het centrum in de hersenen voor leren en geheugen zit in de hippocampus. Wanneer alcohol bindt aan de receptoren voor glutamaat in de hippocampus, verstoort dat de geheugenfunctie, meer specifiek de overdracht van informatie van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen. Achteraf terughalen van informatie lukt niet meer. Dat wordt een blackout genoemd: de drinker kan zich met geen mogelijkheid meer herinneren wat er tijdens (een deel van) de periode dat hij alcohol dronk is gebeurd. Meisjes kunnen vanaf 5 glazen een black-out krijgen, jongens vanaf 9 glazen. Bij volwassenen kan dit ook gebeuren, maar bij grotere hoeveelheden alcohol.

Er zijn veel GABA-receptoren in het cerebellum (kleine hersenen, achteraan het hoofd), het deel van de hersenen dat de fijne motoriek regelt. Door alcohol gaat het cerebellum langzamer werken. Dat zorgt voor stoornissen in motoriek, coördinatie en evenwicht.

Alcoholgebruik heeft ook invloed op de prefrontale cortex (voorste gedeelte van de hersenen). Dit gedeelte van de hersenen regelt hoge cognitieve functies als het vermogen om vooruit te denken, zelfcontrole en het sociale functioneren. Een verdoving van de prefrontale cortex brengt een gevoel van ontspanning teweeg, maar betekent ook minder zelfcontrole en meer kans op impulsieve reacties. De drinker voelt ook minder remmingen, waardoor hij eerder dóór blijft drinken.

Bij een zeer hoog bloedalcoholgehalte wordt de medulla in de hersenstam verdoofd die zorgt voor een aantal autonome functies zoals ademhaling en hartslag. Er kan dan een coma optreden, wat de dood tot gevolg kan hebben. Dat dit niet iets is dat slechts incidenteel voorkomt, blijkt uit het feit dat in 2017 naar schatting zo’n 6.000 patiënten op de Spoedeisende Eerstehulp van Nederlandse ziekenhuizen kwamen in verband met een (dreigend) alcoholcoma.

Alcohol verstoort ook het dopamine neurotransmitter systeem, dat zorgt voor prikkeling van het striatum (het beloningscentrum). De eerste keer zorgt alcoholgebruik ervoor dat er extra dopamine wordt afgegeven. Dat geeft een belonend, prettig en vrolijk gevoel. Bij voortdurend gebruik neemt het aantal dopamine-receptoren af. Het beloningscentrum gaat dan slechter functioneren. Bovendien wordt het ook minder gevoelig voor alcohol. Hierdoor zal méér alcohol gebruikt moeten worden om het oorspronkelijke effect nog te kunnen voelen. Dit fenomeen verklaart het ontstaan van alcoholtolerantie: steeds meer alcohol nodig hebben om een bepaald effect te ervaren.

Naast het effect op dopamine-afgifte heeft alcohol ook effect op het serotonine-niveau in de hersenen. Serotonine heeft onder meer een effect op stemming, slaap en geheugen en geeft eveneens een prettig gevoel en een gevoel van verbondenheid met anderen. Ook dat verhoogt het risico op het ontstaan van verslaving bij mensen die steeds meer en vaker ernaar verlangen om de positieve gevoelens na het gebruik van alcohol opnieuw te beleven.

II. Verstoort regelmatig alcoholgebruik de hersenontwikkeling bij jongeren?

Foetale stadium

Alcoholgebruik door een zwangere vrouw is schadelijk voor haar ongeboren kind, omdat alcohol invloed heeft op de ontwikkeling van cellen. Tijdens de zwangerschap ontwikkelen zich de organen van het ongeboren kindje. Ook de hersenen maken een belangrijke ontwikkeling door tijdens de zwangerschap. Alcohol kan ervoor zorgen dat de hersenen beschadigd raken. Hoe groter de hoeveelheden alcohol, hoe groter de kans op schade. Als een kind beschadigd is doordat de moeder alcohol heeft gedronken, dan kan het de diagnose krijgen van Foetaal Alcohol Spectrum Disorder (FASD). Deze aandoening kan variëren van een lichte vorm tot een heel zware vorm. Bij de zwaarste vorm heeft het kind een groei-achterstand én afwijkende gezichtskenmerken én neurologische beschadigingen. In dat geval spreekt men van het Foetaal Alcohol Syndroom (FAS).

Jongeren tot 24 jaar

Zorgt regelmatig stevig alcoholgebruik door jongeren voor stoornissen in de ontwikkeling van bepaalde hersengebieden? Die vraag houdt vele onderzoekers al jarenlang bezig. De Gezondheidsraad heeft er – in opdracht van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - literatuuronderzoek naar gedaan (Gezondheidsraad, 2018). Daaruit blijkt dat bij jongeren (12 tot 24 jaar) die veel drinken een abnormale en versnelde afname te zien is van het volume van de grijze stof, met name in de frontaalkwab. De grijze stof in de hersenen heeft als functie het verwerven van informatie. Voorafgaand aan een aantal van de studies waaruit de afname van grijze stof door alcoholgebruik bleek, dronken de onderzochte jongeren nog niet of zeer weinig. Daarom is het bewijs sterk dat alcohol van invloed is op de verstoorde hersenontwikkeling.

Er zijn twee goede onderzoeken verschenen naar de witte stof bij scholieren. Eén studie (Luciania, 2013) vond dat het volume van de witte stof minder toeneemt bij scholieren die alcohol gebruiken dan bij niet-gebruikers. De witte stof in de hersenen heeft als functie het verzorgen van communicatie tussen de zenuwcellen. De scholieren die alcohol dronken hadden ook een kleinere toename van de integriteit van de witte stof. De tweede studie van Pferrerbaum (2018) vond deze verschillen niet. Meer onderzoek op dit punt is dus nodig.

In ongeveer de helft van de onderzoeken doen jongeren die stevig alcohol drinken het slechter op school dan jongeren die niet drinken: ze bereiken een lager opleidingsniveau of ze verlaten de school zonder diploma. Toch concludeert de Gezondheidsraad in de hiervoor genoemde literatuurstudie dat het verband tussen alcoholconsumptie en schoolprestaties nog onduidelijk is. Het is in de geanalyseerde onderzoeken namelijk lastig vast te stellen in hoeverre de kans op voortijdig schoolverlaten aan het begin van het onderzoek al verschilde tussen de deelnemers. Niet is uit te sluiten dat de gevonden verbanden veroorzaakt worden door een zogenaamde ‘derde factor’, die zowel samenhangt met een hoger alcoholgebruik als met slechtere schoolprestaties, bijvoorbeeld risico-zoekend gedrag.

Hiervoor zagen we al dat invloed heeft op de hersengebieden betrokken bij beloning. Ze worden gevoeliger. Hoe vaker jongeren drinken of hoe jonger ze beginnen met drinken, hoe hoger het risico is op het ontwikkelen van een alcoholprobleem, zoals verslaving. Volgens onderzoek van Grant en Dawson (Grant and Dawson, 1997) verviervoudigt regelmatig drinken op jonge leeftijd de kans op verslaving. Er is ook een causaal verband gevonden (Wells, 2004) tussen alcoholgebruik op 16-jarige leeftijd en agressief gedrag vijf tot tien jaar later. Dit verband bleek sterker naarmate er op 16-jarige leeftijd meer alcohol werd gedronken. Mede hierom concludeerde de Gezondheidsraad in haar advies over alcohol en hersenontwikkeling bij 12 tot 24-jarigen dat het voor jongeren een verstandige keuze is om niet te drinken.

III. Welke hersenschade door langdurig alcoholgebruik?

Er is veel aandacht voor het effect van alcoholgebruik op de ontwikkeling van de hersenen van jongeren en jongvolwassenen. Maar wat is het effect van jarenlang drinken door volwassenen? Gaan de hersenen van alcoholgebruikers sneller achteruit? Lopen zij hersenschade op? Hieronder meer informatie over verschillende vormen van alcoholgerelateerde hersenschade. De paraplu-term daarvoor is Alcohol-Related Brain Damage (ARBD).

Hippocampale atrofie

De afgelopen jaren heeft de British Medical Journal twee artikelen gepubliceerd over alcoholgebruik en hippocampale atrofie, dat is een steeds kleiner wordende hippocampus.

Begin 2017 zijn in de British Medical Journal de resultaten gepubliceerd van een 30 jaar durend onderzoek van Topiwala en collega's (Topiwala c.s., 2017) naar het brein van ruim 500 Britse drinkers. Zoals verwacht had de groep die gemiddeld het meeste alcohol dronk (gemiddeld meer dan 24 Nederlandse standaardglazen alcohol per week), de grootste kans op hippocampale atrofie. Deze vorm van hersenschade wordt onder meer geassocieerd met geheugenziekten als Alzheimer en dementie. Grote drinkers zagen hun taalkennis sneller afnemen en hadden een slechtere integriteit van de witte stof in de hersenen, wat de snelheid van informatieverwerking vertraagt.

Maar ook de hersenen van de matige drinkers bleken aangetast. Deze groep dronk zo'n 11 tot 17 Nederlandse standaardglazen per week, dus een flink glas per dag, plus wat extra glazen in het weekend. De mensen die deze hoeveelheden dronken hadden volgens het onderzoek drie keer zoveel kans om hippocampale atrofie te ontwikkelen, in vergelijking met mensen die geen alcohol dronken. Bij de groep lichte drinkers – die maximaal één klein glas per dag drinkt – werd geen verschil aangetroffen.

In augustus 2018 verscheen in de British Medical Journal een tweede onderzoek naar niet/matig en veel drinken en de kans op dementie door Sabia en enkele Britse en Franse medeonderzoekers (Sabia c.s., 2018). Het ging om een studie onder ruim 9.000 Whitehall-ambtenaren die 23 jaar werden gevolgd.

Uit de studie van Sabia bleek dat de kans om dementie te ontwikkelen bij de deelnemers die 11 standaardglazen of meer per week dronken, in lijn steeg met het aantal alcoholeenheden dat per week werd geconsumeerd. Bij de groep lichte drinkers (minder dan 11 Nederlandse standaardglazen per week) werd geen verhoogd risico op dementie gevonden.

Verwarrend was dat de studie vond dat ook degenen die op middelbare leeftijd níet dronken een hoger risico hadden op dementie. Deze niet-drinkers groep bleek echter vooral te bestaan uit vrouwen met een lage sociaaleconomische status en een hogere prevalentie van cardiometabolische aandoeningen, zoals diabetes, beroerte of hartaandoeningen. Niet-drinkers zonder cardiometabolische aandoeningen bleken geen hoger risico op dementie te hebben.

Beide studies uit de British Medical Journal (zie voor de vindplaatsen de bronnenlijst bij deze themapagina) laten dus een verhoogd risico zien op hippocampale atrofie bij langdurende consumptie van grote hoeveelheden alcohol (bij één studie 24 glazen alcohol of meer per week), maar ook dat er al effecten zijn bij consumptieniveaus vanaf 11 glazen alcohol of meer per week. Er zijn geen risico’s bij 10 glazen of minder per week en bij niet-drinkers (behalve bij degenen die cardiometabolische aandoeningen hebben).

Wernicke-Korsakov syndroom

Een zeer ernstige stoornis die bij stevige drinkers voorkomt is het Wernicke-Korsakov-syndroom (ook wel "wet brain" genoemd). Het syndroom wordt gekenmerkt door geheugenstoornissen. Het ziektebeeld kent vaak (in 80 tot 90% van de gevallen) een acuut stadium, de ziekte van Wernicke, en een chronisch stadium, het Korsakov-syndroom.

Het syndroom wordt veroorzaakt door een ernstig gebrek aan vitamine B1 (thiamine). Dat komt door de vaak slechte voedingsgewoonten van stevige drinkers. Maar ook omdat langdurig zwaar alcoholgebruik ertoe kan leiden dat de lever zo beschadigd is dat deze thiamine niet meer kan omzetten.

Tijdens de acute Wernicke-fase is er sprake van ataxie, evenwichtsstoornissen, verlamming van de oogspieren of nystagmus (ongecontroleerde oogbalbewegingen), slikproblemen, sufheid en soms zelfs coma. Deze toestand geldt als een neurologische noodsituatie. De patiënt moet zo snel mogelijk goede voeding en thiamine-injecties toegediend krijgen. Anders is de ziekte levensbedreigend.

In de Korsakov-fase komen naast de geheugenstoornissen ook desoriëntatie in tijd en ruimte voor, loop- en evenwichtsstoornissen en karakterveranderingen, waarbij met name het gebrek aan initiatief opvalt. Daarnaast kunnen Korsakovpatiënten snel paranoïde, depressief en agressief gedrag vertonen.
Door de symptomen lijkt het Korsakov-syndroom op dementie. Echter, dementie is progressief en Korsakov niet. Bij Korsakov staat de aantasting van het kortetermijngeheugen centraal, terwijl bij dementie zowel het korte- als het langetermijngeheugen aangetast wordt en het algemene intellectuele functioneren achteruitgaat. Door de veranderingen in geheugen, redeneren, emotie en gedrag kunnen mensen met het Korsakov-syndroom soms niet meer goed voor zichzelf zorgen en moeten verpleegd worden.

Nederland telt naar schatting 8.000 tot 10.000 mensen met het Wernicke-Korsakov syndroom, al zijn deze aantallen lastig te schatten. Er zijn ongeveer 1.500-2.000 gediagnosticeerde patiënten met het Korsakov-syndroom in gespecialiseerde zorgcentra.

Meer informatie vindt u op de websites van de Hersenstichting en het Korsakov Kenniscentrum (zie onderaan de links naar de websites van deze organisaties).

Hepatische encefalopathie

Stevige drinkers met een leverziekte lopen extra risico op hersenschade. Indien de lever als gevolg van cirrose niet meer voldoende functioneert bestaat namelijk kans op hepatische encefalopathie. Klachten ontstaan geleidelijk en omvatten allerlei neuropsychiatrische verschijnselen zoals geestelijke achteruitgang, verwardheid en desoriëntatie. Uiteindelijk kan zelfs een coma ontstaan. Waarschijnlijk is een verhoogd ammoniak gehalte de belangrijkste factor, hoewel andere afbraakproducten ook een rol kunnen spelen. Ammoniak wordt normaal gesproken in de lever omgezet tot ureum, dat weer in de nieren actief uitgescheiden wordt.

Is herstel van hersenschade door alcohol mogelijk?

Ongeveer 75% van de mensen met hersenschade herstelt in een bepaalde mate als ze de juiste behandeling krijgen. Naar schatting herstelt 25% uiteindelijk helemaal, 25% gedeeltelijk en nog eens 25% enigszins (Cox et al., 2004). 25% van de mensen met alcoholgerelateerde hersenschade herstelt - ondanks behandeling - niet.

STAP-publicaties over dit thema

Factsheet Alcohol en het Puberbrein - voor ouders (383 kB)

Factsheet Alcohol en het Puberbrein - voor professionals (556 kB)

Factsheet Alcoholgerelateerde Hersenschade bij Volwassenen (332 kB)

Review: De Invloed van Binge Drinken op de Hersenen van Jongeren (Witteman, 2014) (428 kB)

-

Meer informatie

Animaties

- Bekijk hier een 5 minuten durend YouTube filmpje over Alcohol en het Puberbrein.
- Bekijk hier een 15 minuten durende animatiefilm van Bio-Bits over Alcohol en het Zenuwstelsel. Hierin is tevens een alcoholintoxicatie nagespeeld. De verkorte 3 min versie is hier te vinden.
- Bekijk hier een animatie van Jellinek over drugs in de hersenen.

Overige materialen

Presentatie van hersenonderzoekster Susan Tapert over Alcohol en het Puberbrein (8,08 MB)

Presentatie van kinderarts Rolf Pelleboer: Alcohol & Jongeren - Een bezopen combinatie (2,55 MB)

Een informatief filmpje over het effect van drinken op het brein en de lever en wat de effecten zijn van een maand niet drinken. Gemaakt door de Universiteit van Nederland.

Een goede illustratieve documentaire over het Korsakov-syndroom is hier te zien.

Gezondheidsraad. Alcohol en hersenontwikkeling bij jongeren (776 kB)

Bronnenlijst themapagina alcohol en hersenen (27,3 kB)

-

Links

Hersenstichting Nederland: http://www.hersenstichting.nl

Korsakov-kenniscentrum: http://www.korsakovkenniscentrum.nl

Recent nieuws

Alcohol en jongeren: invloed op hersenontwikkeling en op later alcoholgebruik (17 december 2018)
NRC checkt: Hersenen merken wèl verschil tussen bier met of zonder alcohol (10 december 2018)
"Stevig alcohol drinken is slechter dan keer pilletje" (12 oktober 2018)
Stevige drinkers én niet-drinkers lopen meer risico op dementie (2 augustus 2018)
Alcoholgebruik jongeren heeft mogelijk blijvend effect op het metabolietprofiel (2 juli 2018)
NRC-uitspraak Van der Lely ongefundeerd (25 juni 2018)
Alcohol remt opruiming plaques bij ziekte van Alzheimer (4 juni 2018)
Mensen met alcoholstoornis hebben grotere kans om dement te worden (21 februari 2018)
Al na lage dosis relatie tussen hersenactiviteit en agressie (12 februari 2018)
Kan alcoholgerelateerde hersenschade hersteld worden? (8 februari 2018)
Hersenactiviteit bingedrinkers vergelijkbaar met alcoholisten (14 september 2017)
Verschil effect langdurig drinken op hersenfuncties jonge mannen en jonge vrouwen (3 september 2017)
Ook matige drinkers hebben kans op hersenschade (7 juni 2017)
Onderzoek naar hersenschade door matig alcoholgebruik bij pubers (11 mei 2017)
Vanaf kleine 4 glazen per dag groter risico op Alzheimer (10 februari 2017)
Hoogleraar: "Puberbrein werkt nou eenmaal anders" (26 januari 2017)

Deskundigen over alcohol en productiviteit (14 december 2016)
Verband tussen zwaar drinken in tienerjaren en abnormale hersenontwikkeling (5 december 2016)
Alcoholhoudende drankjes met veel cafeïne hebben effect op brein (26 oktober 2016)
Snelle dronkenschap wordt bij muizen bepaalt door receptor in cerebellum (31 augustus 2016)
Broodje Gezond over wijn (28 juni 2016)
Nieuw informatiekaartje puberhersenen en alcohol (18 mei 2016)
Puberbrein hypergevoelig voor beloning (4 maart 2016)
Soms lijkt het Alzheimer, maar is het alcoholgerelateerde dementie (29 december 2015)
Proefschrift: Verwaarloosde alcoholisten krijgen vaak geen vitamine B1-injectie (16 december 2015)
Computeroefening hertraint hersenen bij verslaving (2 december 2015)
Promotie-onderzoek naar vroegsignalering Wernicke-Korsakov (18 november 2015)
Proefschrift over het voorspellen van verslavingsgedrag bij jongeren (9 juni 2015)
Hersenscans laten bij chronische drinkers schade zien aan witte stof (26 februari 2015)
Waarom het vaak niet bij één drankje blijft (14 februari 2015)
Rutger Engels over alcohol en puberhersenen (12 december 2014)
Sarai Boelema: mijn studie vertelt niets nieuws (11 december 2014)
Lid leescommissie proefschrift Boelema: Wel bewijs voor effecten alcohol op puberhersenen (6 december 2014)
STAP: "Gevolgen alcohol bij puber op lange termijn onduidelijk" (3 december 2014)
Nico van der Lely: "Wel degelijk schade aan hersenen door drank" (3 december 2014)
Trimbos vraagt om aanvullend onderzoek naar hersenschade bij alcoholgebruikende jongeren (3 december 2014)
Hersenstichting: uit huidige literatuur valt op te maken dat chronisch binge-drinken schadelijk is voor puberhersenen (3 december 2014)
Van Dalen: één onderzoek met andere uitkomst zegt nog niets (3 december 2014)
Deskundigen oneens over alcoholgerelateerde cognitieve schade (3 december 2014)
Harvard-studie laat zien dat drinken de frontale hersenkwab schaadt (21 november 2014)
Literatuurstudie verschenen naar effect binge drinken op hersenen (4 april 2014)
Persbericht: Binge drinken verstoort vermogen tot concentreren en geheugen (18 maart 2014)
Bij dieren leidt alcoholgebruik tijdens puberteit tot ernstige geheugenstoornissen in volwassenheid (28 oktober 2013)
Comazuipen treft jonge vrouwen het hardst (23 september 2013)
Dierstudie: visolie heeft gunstig effect op door alcohol beschadigde hersencellen (11 september 2013)
Zwaar drinken op jeugdige leeftijd risicofactor voor vroege dementie (13 augustus 2013)
Combinatie roken en zwaar drinken versnelt cognitieve achteruitgang (11 juli 2013)
Helpt sporten tegen alcoholgerelateerde hersenschade? (18 april 2013)
Hoe alcohol je hersenen snoeit (9 april 2013)
Positief effect rode wijn op dementie twijfelachtig (7 februari 2013)


Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP
Postbus 9769
3506 GT Utrecht
T: +31 (0)30-6565041
F: +31 (0)30-6565043
E: info@stap.nl