Alcoholbeleid.nl
De website voor beleidsmakers, bestuurders, handhavers en andere betrokkenen bij het lokale alcoholbeleid

Alcoholbeleid Actueel

Eerste Kamer besluit: wijziging Drank- en Horecawet niet controversieel

Dit betekent dat het wetsvoorstel 22 mei aanstaande plenair behandeld zal gaan worden.

Lees meer >>

STAP complimenteert Amsterdam en de NS met doortastend alcoholbeleid op Koninginnedag

Het is bijzonder en leerzaam om te zien dat duidelijke maatregelen gericht op de beperking van de beschikbaarheid van alcohol leiden tot meer plezier, minder overlast en minder kosten.

Lees meer >>

Minder incidenten en ambulanceritten in Amsterdam

Ook het aantal ambulanceritten daalde, van 522 naar 428.

Lees meer >>

FAQ

De Drank- en Horecawet biedt een aantal mogelijkheden voor alcoholpreventie als onderdeel van het uitgaansbeleid. De Drank- en Horecawet is echter uitgebreid en soms erg gedetailleerd. Hieronder vindt u een serie gecategoriseerde vragen en antwoorden met betrekking tot de mogelijkheden van de Drank- en Horecawet. Mocht u een vraag hebben die niet wordt beantwoord op deze site stuur deze dan naar alcoholbeleid@stap.nl



Veelgestelde vragen

Zoek in de veelgestelde vragen:

  1. Aan welke eisen moet een leidinggevende voldoen in het kader van een Drank- en Horecavergunning?
    Leidinggevenden dienen te voldoen aan een aantal eisen voor het verkrijgen van een Drank- en Horecavergunningen (artikel 8, DHW).

    A Zij mogen niet onder curatele staan dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet zijn.
    B Zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
    C Zij moeten de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.

    Leidinggevenden dienen te beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne. Er zijn twee mogelijke bewijsstukken hiervoor. De eerste is een verklaring sociale hygiëne afgegeven door horeca branche instituut. De tweede is een verklaring van vakbekwaamheid uitgegeven door het bedrijfschap Horeca.
    Voor niet commerciële inrichtingen als sportverenigingen is de eis beperkt tot 2 leidinggevenden.


  2. In welke mate is de gemeente verantwoordelijk voor de handhaving van de Drank- en Horecawet?
    De gemeente kan in bepaalde mate sancties opleggen aan ondernemers die handelen in strijd met de Drank- en Horecawet of met de aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen. De gemeente is in staat de vergunning van de betreffende ondernemer in te trekken.

  3. Is het mogelijk een verbod op alcoholgebruik op straat voor de gehele gemeente in te stellen?
    Nee, het is juridisch gezien niet mogelijk een verbod op alcoholgebruik op straat voor de gehele gemeente in te stellen. De gemeente kan slecht delen van de gemeente aanwijzen. Toch is er een gemeente die experimenteert met een totaalverbod op alcoholgebruik op straat. Een andere gemeente heeft de gehele bebouwde kom van de dorpskernen als alcoholvrij gebied aangewezen.

  4. Kan een Drank- en Horecavergunning tijdelijk worden ingetrokken?
    De Drank- en Horecawet geeft in artikel 31, aan de vijf gevallen waarin een vergunning moet worden ingetrokken. De wet noemt in artikel 31, tweede lid, een hele serie verbodsbepalingen, waarvan bij overtredingen het College van B&W een DHW-vergunning kan intrekken.

    Zowel bij de verplichte als bij de facultatieve intrekking geldt dat een intrekking altijd definitief is en niet slechts tijdelijk. Gemeenten zijn daarom voorzichtig met het intrekken van een vergunning. Toch worden er regelmatig vergunningen ingetrokken van ondernemers die over de schreef gaan. Inrichtingen waarvan de vergunning is ingetrokken kunnen voor een periode van maximaal 5 jaar een nieuwe vergunning worden onthouden (artikel 27).

    Een vergunning moet bijv. worden ingetrokken wanneer:

    - Zich feiten hebben voorgedaan in een inrichting die gevaar zouden kunnen opleveren voor de openbare orde.

    Een vergunning kan worden ingetrokken wanneer:

    - Er wordt geschonken aan jongeren onder de 16 resp. 18 jaar (artikel 20).
    - In een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op het terras personen aanwezig zijn die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren (artikel 20).


  5. Kan een gemeente de verkoop van alcoholhoudende drank in speciale situaties verbieden?
    Naast de wettelijke bepalingen hebben gemeente de mogelijkheid de verstrekking van alcoholhoudende drank in bepaalde risicosituaties te verbieden (artikel 23, DHW). Een dergelijk verbod kan zowel gelden voor Drank- en Horecawetinrichtingen (zoals horecazaken en slijterijen), als voor supermarkten en bijv. snackbars die alcohol verkopen. Van deze bevoegdheid kan de gemeente gebruik maken voor het treffen van bestuurlijke maatregelen ter voorkoming van met alcoholgebruik samenhangende criminaliteit zoals vandalisme bij risicovolle voetbalwedstrijden. Voor winkels en snackbars die alleen zwak-alcoholhoudende dranken mogen verkopen kan een verstrekkingsverbod alleen betrekking hebben op een beperkte periode.

    Voorbeeld: In Utrecht was het met koninginnedag niet mogelijk alcohol te kopen op Hoog Catharijne, het station van Utrecht. In Amsterdam werd op deze dag buiten alleen evenementenbier geschonken.

  6. Kan een gemeente een Drank- en Horecavergunning weigeren?
    De huidige Drank- en Horecawet bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders op lokaal niveau de Drank- en Horecawet in medebewind uitvoert. Dit college verleent dan ook de vergunningen aan horeca- en slijtersbedrijven.

    De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele eisen, zowel aan de leidinggevenden als aan de inrichting zelf.

    Leidinggevenden:

    - Moeten de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.
    - Dienen te beschikken over voldoende kennis en inzicht m.b.t. verantwoord schenken. Meestal volgt men hiervoor de (schriftelijke) cursus Sociale Hygiëne.
    - Mogen niet onder curatele staan dan wel uit de ouderlijk macht of de voogdij ontzet zijn.
    - Mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn (dit wil zeggen dat zij niet te slechter naam en faam bekend mogen staan).
    - Mogen niet te vaak veroordeeld zijn voor bepaalde delicten (omschreven in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999).

    De inrichting moet voldoen aan bepaalde bouwkundige en gebruikseisen, bijv. ten aanzien van de hoogte, de oppervlakte, de ventilatie en de aanwezigheid van toiletten. De vloeroppervlakte-eis voor één van de horecalokaliteiten binnen de inrichting minimaal 35m²; en voor één slijtlokaliteit binnen de slijterij minimaal 15 m².

    Zoals hiervoor al toegelicht kan een vergunning worden geweigerd als zich in de inrichting ernstige feiten hebben voorgedaan met betrekking tot verstoring openbare orde en veiligheid
  7. Kan een gemeente happy hours of de verkoop van drank voor een vaste lage prijs verbieden?
    Een gemeente kan in de verlening van nieuwe vergunningen het verbod op happy hours of andere prijsacties opnemen. Happy hours of andere prijsacties georganiseerd door bestaande vergunninghouders kunnen door een gemeente wettelijk niet direct worden verboden. Wel kan de gemeente vergunninghouders uitnodigen gezamenlijk afspraken te maken over het organiseren van happy hours.

    Horeca Nederland, de branchevereniging van de horeca, gaat terughoudend om met happy hours. Zij hebben een aantal zaken afgesproken. Kortingacties zullen niet worden gericht op jongeren onder de 18 jaar en ook niet vlak voor sluitingstijd. De prijs van de actie mag niet lager zijn dan de helft van de reguliere verkoopprijs. Bovendien moet de actie ook betrekking hebben op frisdrank en/of andere hapjes.

    Voorbeeld: Ondernemers in Haarlem hebben onlangs na overleg met de gemeente gezamenlijk besloten af te zien van happy hours op vrijdagmiddag. Jonge cafébezoekers bleken namelijk veel overlast op straat te veroorzaken.

  8. Mogen snackbars alcohol verkopen?
    Er zijn twee soorten snackbars:

    A. snackbars mét Drank- en Horecawetvergunning
    B. snackbars zónder Drank- en Horecawetvergunning.

    Snackbars mét Drank- en Horecawetvergunning moeten voldoen aan de eisen van de Drank- en Horecawet. Dus: er moet altijd minimaal één getoetste leidinggevende zijn met verklaring Sociale Hygiëne. Ook moeten deze snackbars voldoen aan de inrichtingseisen (toiletten!). Deze snackbars zijn dus gewone horecabedrijven en kunnen daarom alcoholhoudende dranken (zwak en sterk) schenken voor gebruik ter plaatse. Verkoop voor gebruik
  9. Wat is de minimumleeftijd voor barpersoneel?
    Het personeel van een slijtlokaliteit of horecalokaliteit (ook van paracommerciële instellingen) moet minimaal 16 jaar zijn. Leidinggevenden moeten de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt.
  10. Wat zijn de leeftijdsgrenzen voor de verkoop van alcoholhoudende drank?
    Sterke drank (gedistilleerd met 15% alcohol of meer) mag alleen worden verkocht aan personen waarvan is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt (artikel 20, DHW). Zwak- alcoholhoudende drank (minder dan 15% alcohol) en wijnproducten (wijn, sherry, port e.d.) mag alleen worden verkocht aan personen waarvan is vastgesteld dat zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
  11. Welke voorwaarden kan de gemeente het best verbinden aan nieuwe vergunningen?
    Bij gemeentelijke verordening kunnen nadere voorschriften of beperkingen worden gesteld bij de vergunningverlening (artikel 23, DHW). Openingstijden, reclameacties en ordeverstoring zijn elementen waarop deze voorschriften of beperkingen betrekking op kunnen hebben. De praktijk leert dat gemeenten veel mogelijkheden onbenut laten. Mogelijkheden zijn:

    A Maximaal aantal bezoekers per inrichting.
    B Vaste sluitingstijd.
    C Verplichte gevarieerde kaart, naast drank dus ook hapjes of snacks.
    D Verbod op prijsacties zoals Happy Hours.
    E Verbod op productpromoties zoals promotieteams.
    F Vaststellen minimale toegangsleeftijd (artikel 20).

    Voorbeeld: De gemeente Bussum heeft beperkingen in haar vergunning opgenomen voor de verstrekking van sterke drank. Dit is niet toegestaan in
  12. Wie is wettelijk gezien de toezichthouder op de uitvoering van de Drank- en Horecawet?
    De DHT-controleur van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) houdt toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. De gemeente kan bestuurlijk handhaven middels intrekking van de vergunning. Gemeenten maken in bepaalde gevallen afspraken met de VWA en informeren de VWA over risicoplekken. De VWA zendt
  13. Wie is wettelijk gezien de toezichthouder op de uitvoering van de Drank- en Horecawet?
    De DHT-controleur van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) houdt toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. De gemeente kan bestuurlijk handhaven middels intrekking van de vergunning. Gemeenten maken in bepaalde gevallen afspraken met de VWA en informeren de VWA over risicoplekken. De VWA zendt
  14. Zijn polsbandjes/leeftijdscontroles bij de deur een geldig middel voor het naleven van de leeftijdsgrenzen?
    Uit onderzoek is gebleken dat jongeren diverse methodes gebruiken om kroegen waar leeftijdsgrenzen bij de deur gehanteerd worden toch binnen te komen (STAP, 2005). Polsbandjes zouden deze vaststelling vergemakkelijken, maar ook daarbij schuilt het gevaar van falsificatie. Ook voorkomen polsbandjes niet dat alcohol, gekocht door jongeren boven de 16/18 jaar, wordt doorgegeven aan jongeren beneden de 16/18 jaar. Dit wordt wel indirecte verstrekking of wederverstrekking genoemd. De verstrekker is wettelijk verplicht te zorgen dat dat niet gebeurt.

    Naast het polsbandjessysteem blijft